“Ik was 41 jaar en raakte van de een op de andere dag in een psychose.” Saskia, nu 47 jaar oud, is getrouwd en heeft twee (bijna) volwassen kinderen. Ze werkt in de bibliotheek van Den Haag. Ze vertelt wat haar 6 jaar geleden overkwam. “Ik had een heel normaal leven, ik werkte parttime, was thuis bij mijn twee kinderen en had het, net als vele andere gezinnen met jonge kinderen, druk. Alles ging prima, er was niets bijzonders. Ik was nooit ziek.

 

 

Zelf had ik geen idee wat er gebeurde. Ik herkende het niet. Ik zei en zag rare dingen die er niet waren. Mijn man werkte in de GGZ en hij herkende het wel. In eerste instantie kreeg ik medicijnen. Maar uiteindelijk werd het zo erg. Ik stond gillend in de tuin. De politie nam mij mee en ik werd in een cel gezet. Ik had geen idee wat er aan de hand was. Ik had geen ziekte-inzicht. En werd verplicht opgenomen.

Niet zichtbaar

Ik heb heel heldere momenten gehad, maar ook momenten dat ik geen controle had over wat ik dacht of zei. Ik heb euforische momenten gehad. Maar vooral momenten van doodsangst. En die angst is in mijn leven blijven hangen. Die is zo intens en diep, dat ik ‘m nog voel als ik naar droom of te drukke momenten ken. Angst is onbeschrijflijk, verschrikkelijk. Wat mij vooral is bijgebleven: je kan niet aan mensen zien wat er zich van binnen afspeelt. Mijn angst was aan de buitenkant niet zichtbaar.

‘Of ik het mijn omgeving zou vertellen was geen issue.’

Mijn man was naar iedereen meteen open over wat er gebeurde. Dus of ik het mijn omgeving zou vertellen was geen issue. Ook mijn werkgever was op de hoogte. Zelf had ik gelukkig geen schaamte. Ik weet nu dat dat bij veel mensen anders is. Dit was mij overkomen, ik wilde het niet en kon er ook niets aan doen. Mijn kamer hing vol met kaarten en de meest gehoorde reactie was hoe míj dit nou kon gebeuren. De reacties waren warm en goed. Die steun was voor mij belangrijk.

Hoop voor de toekomst

Ik had andere mensen nodig voor mijn herstel. Ik heb zelf dan ook moeite gedaan om contact te houden. Ik begreep dat mensen het soms moeilijk vonden, mijn psychose. Ik had zelf ook vooroordelen over mensen met psychische problemen. Ik dacht bijvoorbeeld dat een opname zou betekenen dat je niet meer uit de instelling zou vertrekken. Maar juist mijn herstel begon met hoop voor de toekomst, dát ik beter kon worden.

‘Ik had zelf ook vooroordelen over mensen met psychische problemen.’

Ik ben ambassadeur geworden voor Samen Sterk zonder Stigma omdat ik iets wilde doen met mijn ervaring. Het kan iedereen overkomen. Het overkwam mij en ook dat had niemand verwacht. Maar je kunt herstellen en normaal functioneren. Ik werk nog bij dezelfde werkgever. Ik zoek wél naar een goede balans, slapen, sporten, op tijd ontspannen. En mijn vrienden en familie zijn heel belangrijk. Zonder hen had ik het niet gered. Ik sta anders in het leven, vind dingen niet meer zo snel gek. Ik oordeel minder snel. Gelukkig was schaamte voor mij geen issue, ik hoop dat dat voor steeds meer mensen geldt.”

“Ik was 41 jaar en raakte van de een op de andere dag in een psychose.” Saskia, nu 47 jaar oud, is getrouwd en heeft twee (bijna) volwassen kinderen. Ze werkt in de bibliotheek van Den Haag. Ze vertelt wat haar 6 jaar geleden overkwam. “Ik had een heel normaal leven, ik werkte parttime, was thuis bij mijn twee kinderen en had het, net als vele andere gezinnen met jonge kinderen, druk. Alles ging prima, er was niets bijzonders. Ik was nooit ziek.

 

 

Zelf had ik geen idee wat er gebeurde. Ik herkende het niet. Ik zei en zag rare dingen die er niet waren. Mijn man werkte in de GGZ en hij herkende het wel. In eerste instantie kreeg ik medicijnen. Maar uiteindelijk werd het zo erg. Ik stond gillend in de tuin. De politie nam mij mee en ik werd in een cel gezet. Ik had geen idee wat er aan de hand was. Ik had geen ziekte-inzicht. En werd verplicht opgenomen.

Niet zichtbaar

Ik heb heel heldere momenten gehad, maar ook momenten dat ik geen controle had over wat ik dacht of zei. Ik heb euforische momenten gehad. Maar vooral momenten van doodsangst. En die angst is in mijn leven blijven hangen. Die is zo intens en diep, dat ik ‘m nog voel als ik naar droom of te drukke momenten ken. Angst is onbeschrijflijk, verschrikkelijk. Wat mij vooral is bijgebleven: je kan niet aan mensen zien wat er zich van binnen afspeelt. Mijn angst was aan de buitenkant niet zichtbaar.

‘Of ik het mijn omgeving zou vertellen was geen issue.’

Mijn man was naar iedereen meteen open over wat er gebeurde. Dus of ik het mijn omgeving zou vertellen was geen issue. Ook mijn werkgever was op de hoogte. Zelf had ik gelukkig geen schaamte. Ik weet nu dat dat bij veel mensen anders is. Dit was mij overkomen, ik wilde het niet en kon er ook niets aan doen. Mijn kamer hing vol met kaarten en de meest gehoorde reactie was hoe míj dit nou kon gebeuren. De reacties waren warm en goed. Die steun was voor mij belangrijk.

Hoop voor de toekomst

Ik had andere mensen nodig voor mijn herstel. Ik heb zelf dan ook moeite gedaan om contact te houden. Ik begreep dat mensen het soms moeilijk vonden, mijn psychose. Ik had zelf ook vooroordelen over mensen met psychische problemen. Ik dacht bijvoorbeeld dat een opname zou betekenen dat je niet meer uit de instelling zou vertrekken. Maar juist mijn herstel begon met hoop voor de toekomst, dát ik beter kon worden.

‘Ik had zelf ook vooroordelen over mensen met psychische problemen.’

Ik ben ambassadeur geworden voor Samen Sterk zonder Stigma omdat ik iets wilde doen met mijn ervaring. Het kan iedereen overkomen. Het overkwam mij en ook dat had niemand verwacht. Maar je kunt herstellen en normaal functioneren. Ik werk nog bij dezelfde werkgever. Ik zoek wél naar een goede balans, slapen, sporten, op tijd ontspannen. En mijn vrienden en familie zijn heel belangrijk. Zonder hen had ik het niet gered. Ik sta anders in het leven, vind dingen niet meer zo snel gek. Ik oordeel minder snel. Gelukkig was schaamte voor mij geen issue, ik hoop dat dat voor steeds meer mensen geldt.”