‘Ik dacht dat ik nooit meer iets zou kunnen. Ik dacht dat ik dood ging.’ Ambassadeur Ahmet heeft een verslavingsverleden van zeventien jaar. Vanaf juni 2010 is hij vrij van middelen en medicatie en werkt als coach en ervaringsdeskundige voor Tactus verslavingszorg, is hij docent bij het Trimbos instituut en heeft hij  het project Tanis Benimle – Leer mij Kennen opgezet.  ‘Mijn verleden is niet voor niets geweest. Ik heb een rol in dit leven. Hoop geven. Dat zie ik als mijn taak.’


Als coach en ervaringsdeskundige geeft hij onder andere cursussen over  herstel. Hij zet graag zijn eigen ervaringen in om anderen te helpen. ‘Ik werk op verschillende plekken, waaronder op de crisisafdeling. Ik weet zelf hoe het is om daar binnen te komen. Je bent helemaal gebroken. Je wilt niets horen over therapie of wat dan ook. Je wilt rust, iemand die koffie voor je inschenkt , luistert en niet oordeelt. Ik ben zo iemand.’ Daarnaast spreekt hij voor publiek in zijn ‘stigmajas’ via het project Tanis Benimle – Leer mij kennen. De buitenkant van de jas zit vol stickers met vooroordelen: junkie, onbetrouwbaar, crimineel. De binnenkant is bekleed met teksten als vader, werknemer, hoop en andere uitingen over de mens achter de aandoening.

‘Ik heb een rol in dit leven. Hoop geven.’

Hokje

Over stigma kan hij boeken vol schrijven: ‘Toen ik eenmaal eerlijk vertelde aan een tante dat ik een verslavingsprobleem had, begon het. Eén telefoontje en de hele familie wist het. Ik was niet meer Ahmet de zoon. Nee, ik was Ahmet de verslaafde, Ahmet die zijn moeder bedroog, die onbetrouwbaar was, Ahmet die slecht bezig was. Mensen drukten mij vervolgens jarenlang in een hokje wat ik uiteindelijk ook met mezelf en anderen deed. Het hield mijn verslaving in stand, want ik geloofde dat het waar was. Tot het moment dat ík er klaar mee was: ik paste niet in dat hokje, wilde daar uit. Dat was het begin van mijn herstel.’ Wat Ahmet enorm hielp, was leren luisteren naar anderen. Verhalen van andere ervaringsdeskundigen, maar ook van naasten gaven hem inzicht. In zijn verslaving en hoe (zelf)stigma werkt. ‘Ik schaamde me altijd. Ook tijdens mijn herstelperiode. Mijn valkuilen kende ik wel. Maar dat mijn sterke punten kwaliteiten zijn? Nooit gedacht! Ik had bevestiging nodig dat hoe ik mijn verhaal presenteer bijvoorbeeld ook goed is. Zonder geschreven tekst, zonder sheets. Op mijn manier, met handen en voeten, beelden en mijn stigmajas.’stigmajas

‘Ik dacht dat ik nooit meer iets zou kunnen. Maar het kan wel, als je wilt!’

Applaus

Beetje bij beetje raakt hij zich bewust wat zijn kracht is: hoe hij zijn verhaal vertelt. Maar het zelfstigma zit er nog steeds. ‘Vorige week nog. Een zaal met 150 mensen. Ik was als laatste aan de beurt. De aanwezigen wilden al weglopen. Ik trok gauw mijn stigmajas aan en het viel stil. De zaal hing aan mijn lippen en ik kreeg drie keer applaus. Dan denk ik nog altijd: wat doe ik nou dat mensen naar mij luisteren? Dat zit heel diep.’ Stigma tegengaan is volgens Ahmet zinloos. Hij pleit voor in gesprek gaan en je kwetsbaar opstellen als dat een functie heeft. ‘Dan krijg je écht contact en kun je taboes doorbreken.’ Daarom is hij ook ambassadeur voor Samen Sterk zonder Stigma. Om zijn boodschap te kunnen uitdragen: ‘Uit welke cultuur je komt maakt niet uit. Of welke opleiding je hebt gedaan, dat je straatveger bent of manager. Je bent allemaal mens die naar de wc moet. Ga naar iemand toe, kijk naar iemand. Zie de binnenkant van zijn jas: de vader, de echtgenoot, zijn dromen. Ik dacht dat ik nooit meer iets zou kunnen. Geen school kon afmaken. Niet kon veranderen. Maar het kan wel, als je wilt!’