Vicky (48) is ervaringswerker, getrouwd en heeft een zoon (12).  Ze zat in verschillende sektes, waaronder de Bikers for Jesus. “Op mijn twintigste vertrok ik naar Israël om mijn verleden te vergeten. Mijn vader ging weg toen ik nog klein was, mijn moeder keek niet naar me om en de buurman misbruikte me jarenlang. Ik voelde me vies, bang en waardeloos – daar veranderde ook mijn vlucht naar Tel Aviv niets aan.

Op een avond stond ik op een rots aan zee, vastbesloten om te springen, toen een groepje mensen me aansprak: ‘Wij houden van je. Laat alles achter en ga mee’, zeiden ze. Ik zwichtte, wat had ik te verliezen? De volgende dag trok ik bij ze in. Overdag verkondigden we op straat het woord van God, ’s avonds zongen, praatten en aten we samen. Eindelijk was ik op een plek waar liefde was. Na een tijdje kwam er een groepje Amerikanen bij, die zich Bikers for Jesus noemden. Ik vertelde hun leider over het misbruik, hij was de eerste die zei dat het niet mijn schuld was en beloofde me dat ik nooit meer zo in de war zou raken. Ik voelde me veilig en beschermd door hem, dus toen hij zei dat God wilde dat ik naar Californië kwam, gaf ik hem mijn geld en paspoort en ging mee.

Demonen

Het bikersdorp bestond uit duizenden tenten, overal was muziek; het was één groot festival. Ik werd danseres bij een rockband en moest nieuwe leden ronselen. Een van de meisjes die ik overhaalde, werd er door de leider van het dorp uitgepikt. Ze kreeg een tribal tattoo, net als de andere meisjes die altijd bij hem waren. Het gaf me een naar gevoel, maar volgens de anderen keek ik door mijn misbruikverleden niet zuiver. Ik had mijn demonen duidelijk nog niet verslagen, waarom had ik anders steeds paniekaanvallen? Ze lieten me dagen achtereen vasten en bidden om er vanaf te komen, maar het werkte niet. Ik voelde me een mislukkeling. Na 2,5 jaar kwam er plotseling een eind aan mijn verblijf in Amerika. De politie deed een inval en arresteerde de dorpsleider voor drugshandel en seksueel misbruik. Iedereen was in shock; binnen een paar maanden viel de sekte uiteen.

'Hij wilde me leren ‘mijn leven neer te leggen’ voor God, wat concreet betekende dat hij me opsloot en verkrachtte als hij daar zin in had.'

Ontheemd keerde ik terug naar Nederland. Ik was blij dat de oom van een vriendin me meenam naar zijn fellowship, dan hoorde ik toch weer ergens bij. Toen de vrouw van de voorganger vroeg of ik bij hen wilde komen wonen en werken, dacht ik: dit is het werk van God. Maar het was het werk van haar man. Hij wilde me leren ‘mijn leven neer te leggen’ voor God, wat concreet betekende dat hij me opsloot en verkrachtte als hij daar zin in had. Vier jaar duurde die hel. Langzaam verloor ik mijn wil om te leven, maar uiteindelijk vluchtte ik in een impuls toch het huis uit – recht naar het politiebureau. Daar kenden ze de sekte, maar aangifte doen bleek zinloos: bewijs maar eens dat je iets deed wat je niet wilde.

Kracht

Na twintig jaar intensieve therapie gaat het nu best goed met me. Ik heb nog zelden last van herbelevingen en dissociaties, want dat bleken die aanvallen dus te zijn. De fysieke trauma’s heb ik verwerkt, maar het loslaten van mijn schuldgevoel en het toelaten van mijn eigen gedachten en gevoelens blijft moeilijk. Als de druk wordt opgevoerd, raak ik snel in de war. Toch voel ik ook kracht. Het is zo fijn om mijn stem te laten horen. Eindelijk besef ik dat ik ertoe doe.”

Dit artikel is geplaatst in de LINDA. (editie 169) en de originele auteur is Laura van der Burgt.

Vicky schreef een boek onder het pseudoniem Lana B: Doorbroken taboes.

Vicky (48) is ervaringswerker, getrouwd en heeft een zoon (12).  Ze zat in verschillende sektes, waaronder de Bikers for Jesus. “Op mijn twintigste vertrok ik naar Israël om mijn verleden te vergeten. Mijn vader ging weg toen ik nog klein was, mijn moeder keek niet naar me om en de buurman misbruikte me jarenlang. Ik voelde me vies, bang en waardeloos – daar veranderde ook mijn vlucht naar Tel Aviv niets aan.

Op een avond stond ik op een rots aan zee, vastbesloten om te springen, toen een groepje mensen me aansprak: ‘Wij houden van je. Laat alles achter en ga mee’, zeiden ze. Ik zwichtte, wat had ik te verliezen? De volgende dag trok ik bij ze in. Overdag verkondigden we op straat het woord van God, ’s avonds zongen, praatten en aten we samen. Eindelijk was ik op een plek waar liefde was. Na een tijdje kwam er een groepje Amerikanen bij, die zich Bikers for Jesus noemden. Ik vertelde hun leider over het misbruik, hij was de eerste die zei dat het niet mijn schuld was en beloofde me dat ik nooit meer zo in de war zou raken. Ik voelde me veilig en beschermd door hem, dus toen hij zei dat God wilde dat ik naar Californië kwam, gaf ik hem mijn geld en paspoort en ging mee.

Demonen

Het bikersdorp bestond uit duizenden tenten, overal was muziek; het was één groot festival. Ik werd danseres bij een rockband en moest nieuwe leden ronselen. Een van de meisjes die ik overhaalde, werd er door de leider van het dorp uitgepikt. Ze kreeg een tribal tattoo, net als de andere meisjes die altijd bij hem waren. Het gaf me een naar gevoel, maar volgens de anderen keek ik door mijn misbruikverleden niet zuiver. Ik had mijn demonen duidelijk nog niet verslagen, waarom had ik anders steeds paniekaanvallen? Ze lieten me dagen achtereen vasten en bidden om er vanaf te komen, maar het werkte niet. Ik voelde me een mislukkeling. Na 2,5 jaar kwam er plotseling een eind aan mijn verblijf in Amerika. De politie deed een inval en arresteerde de dorpsleider voor drugshandel en seksueel misbruik. Iedereen was in shock; binnen een paar maanden viel de sekte uiteen.

‘Hij wilde me leren ‘mijn leven neer te leggen’ voor God, wat concreet betekende dat hij me opsloot en verkrachtte als hij daar zin in had.’

Ontheemd keerde ik terug naar Nederland. Ik was blij dat de oom van een vriendin me meenam naar zijn fellowship, dan hoorde ik toch weer ergens bij. Toen de vrouw van de voorganger vroeg of ik bij hen wilde komen wonen en werken, dacht ik: dit is het werk van God. Maar het was het werk van haar man. Hij wilde me leren ‘mijn leven neer te leggen’ voor God, wat concreet betekende dat hij me opsloot en verkrachtte als hij daar zin in had. Vier jaar duurde die hel. Langzaam verloor ik mijn wil om te leven, maar uiteindelijk vluchtte ik in een impuls toch het huis uit – recht naar het politiebureau. Daar kenden ze de sekte, maar aangifte doen bleek zinloos: bewijs maar eens dat je iets deed wat je niet wilde.

Kracht

Na twintig jaar intensieve therapie gaat het nu best goed met me. Ik heb nog zelden last van herbelevingen en dissociaties, want dat bleken die aanvallen dus te zijn. De fysieke trauma’s heb ik verwerkt, maar het loslaten van mijn schuldgevoel en het toelaten van mijn eigen gedachten en gevoelens blijft moeilijk. Als de druk wordt opgevoerd, raak ik snel in de war. Toch voel ik ook kracht. Het is zo fijn om mijn stem te laten horen. Eindelijk besef ik dat ik ertoe doe.”

Dit artikel is geplaatst in de LINDA. (editie 169) en de originele auteur is Laura van der Burgt.

Vicky schreef een boek onder het pseudoniem Lana B: Doorbroken taboes.