column van Sascha: Ik was in een bar in Amsterdam een drankje aan het doen met een vriendin toen we aanspraak kregen met een aantal jongens. Ze waren eigenlijk helemaal niet leuk. Ze deden nogal luidruchtig en erg arrogant maar we gaven ze het voordeel van de twijfel.

Ik was aan de praat geraakt met een jongen van halverwege de twintig die ik voor het gemak maar even Pieter noem maar eigenlijk heet hij Huub (Sorry Huub). Hij was nogal aan het opscheppen over het feit dat hij tekstschrijver was en voor wat voor sites hij allemaal al had geschreven. Ik kende de sites eigenlijk niet en voelde de druk om indruk te maken dus zei ik “Ik ben een boek aan het schrijven.”

“Oh, interessant! Waar gaat het over?” Vroeg hij twijfelachtig.
“Over vrouwen met autisme waaraan je niet kan zien dat ze het hebben.”

Ik vertelde natuurlijk niet dat het over mezelf ging, maar wat het onderwerp betreft was hier niets aan gelogen. Ik ben nu 24 en heb mijn diagnose 4 jaar geleden gekregen. Ik ben tot die tijd, en eigenlijk ook daarna, altijd door het leven gegaan als iemand zonder functie beperking. Aan mij en mijn gedrag zie je niks, het speelt allemaal in mijn hoofd. Hierdoor weet misschien maar 1/3 van mijn sociale leven van mijn autisme af.
“Mensen met autisme waaraan je het niet kan zien…

Ik geloof dat je het altijd wel kan zien dat iemand autisme heeft.” Antwoordde Huub, euhhh Pieter. “Ik heb namelijk psychologie gestudeerd en dat hebben we toen ook behandeld. Ik ben ervan overtuigd dat ik het meteen kan zien of iemand het wel of niet heeft.”

Ik luisterde vanbinnen lachend zijn verhaal aan hoe goed hij was in het zien of iemand autisme heeft. Vast en zeker af gaand op het stereotype.
“Oh ja joh, hoe zie jij dat zo goed dan?”
“Nou je ziet het bijvoorbeeld aan hoe ze lopen!”
Ik ging stuk van het lachen, vanbinnen. “Nee? Echt waar?! Hoe zie je dat dan?”

“Ja dit is mijn eigen theorie hoor, maar het is wel interessante informatie voor je boek.” Oh ja want informatie van jou heb ik ook echt nodig, ik weet natuurlijk helemaal niet zoveel van autisme, dacht ik sarcastisch.
“Kijk, mensen zonder autisme lopen gewoon zo,” zei hij terwijl hij ging staan en het voordeed.

“Wij rollen gewoon onze voeten af zoals ieder normaal persoon. Maar mensen met autisme lopen op hun tenen, moet je maar een keer op letten! Die zetten eerst hun tenen neer, omdat ze eigenlijk letterlijk op hun tenen lopen in de maatschappij.” Voldaan en trots ging hij weer zitten met het idee mij hele goede informatie te hebben gegeven en te laten zien dat hij er ook veel vanaf weet. Ik zat te klapperen met mijn oren.

“Maar wel of niet op je tenen lopen lijkt mij wel het minste probleem wat bij autisme komt kijken. Dat hoeft je functioneren in de maatschappij helemaal niet te beperken.” Zei ik.
“Nee dat klopt misschien wel maar daardoor kan ik wel zien of iemand het wel of niet heeft. Kijk, je hoeft maar iemand tegenover mij te zetten en ik zie meteen of ze autisme hebben. Ik bedoel, jij hebt het niet bijvoorbeeld, dat zie ik meteen.”

HA! Nu móest ik deze arrogante kwal wel op zijn plek zetten! Ik zou mezelf nooit zomaar zo kwetsbaar opstellen naar iemand die ik helemaal niet ken en ook niet eens aardig vind maar ik wilde hem en zijn stomme theorie onderuit halen.

“Ok dat is interessant Pieter, want ik heb wel autisme.”
Twijfelachtig keek hij mij aan.
“Heb je een diagnose dan?”

“Ja”

“Wat dan?”
“Asperger”
“Ok. Maargoed eigenlijk geloof ik die diagnoses ook helemaal niet, want wat zegt dat nou hè”
Ik viel hem geïrriteerd in de rede: “Kijk en dít is dus precies mijn probleem en waarom ik dit boek schrijf! Omdat ik er niet uit zie naar het beeld wat jij van een autist heb, trek je mijn diagnose maar in twijfel! Nou, ik kan je vertellen, ik heb het echt.”
Een beetje geschrokken reageerde hij “Ja maar ik kan mij gewoon niet voorstellen dat jij tegen dingen aan loopt want je komt heel normaal over en sociaal dus waar heb jij dan moeite mee?”
“Dat ga ik niet allemaal aan jou vertellen hier in een café, dan moet je mijn boek maar lezen als hij ooit uit komt. Maar ik kan je wel vertellen dat ik tegen genoeg dingen aan loop en dat dit niet de eerste keer is dat mensen niet geloven dat ik het heb. Of nog erger, dat mensen denken dat ik mij aanstel.”
“Ok, je hebt me tuk Sacha. Ik had het echt niet verwacht… je zou een keertje moeten kijken naar hoe je je voeten afrolt dan.”

PS. Beste Huub, euhhh Pieter. Ik rol gewoon mijn voeten af. Misschien heb je gelijk en klopt mijn diagnose dan toch niet.

Sacha de Boer

column van Sascha: Ik was in een bar in Amsterdam een drankje aan het doen met een vriendin toen we aanspraak kregen met een aantal jongens. Ze waren eigenlijk helemaal niet leuk. Ze deden nogal luidruchtig en erg arrogant maar we gaven ze het voordeel van de twijfel.

Ik was aan de praat geraakt met een jongen van halverwege de twintig die ik voor het gemak maar even Pieter noem maar eigenlijk heet hij Huub (Sorry Huub). Hij was nogal aan het opscheppen over het feit dat hij tekstschrijver was en voor wat voor sites hij allemaal al had geschreven. Ik kende de sites eigenlijk niet en voelde de druk om indruk te maken dus zei ik “Ik ben een boek aan het schrijven.”

“Oh, interessant! Waar gaat het over?” Vroeg hij twijfelachtig.
“Over vrouwen met autisme waaraan je niet kan zien dat ze het hebben.”

Ik vertelde natuurlijk niet dat het over mezelf ging, maar wat het onderwerp betreft was hier niets aan gelogen. Ik ben nu 24 en heb mijn diagnose 4 jaar geleden gekregen. Ik ben tot die tijd, en eigenlijk ook daarna, altijd door het leven gegaan als iemand zonder functie beperking. Aan mij en mijn gedrag zie je niks, het speelt allemaal in mijn hoofd. Hierdoor weet misschien maar 1/3 van mijn sociale leven van mijn autisme af.
“Mensen met autisme waaraan je het niet kan zien…

Ik geloof dat je het altijd wel kan zien dat iemand autisme heeft.” Antwoordde Huub, euhhh Pieter. “Ik heb namelijk psychologie gestudeerd en dat hebben we toen ook behandeld. Ik ben ervan overtuigd dat ik het meteen kan zien of iemand het wel of niet heeft.”

Ik luisterde vanbinnen lachend zijn verhaal aan hoe goed hij was in het zien of iemand autisme heeft. Vast en zeker af gaand op het stereotype.
“Oh ja joh, hoe zie jij dat zo goed dan?”
“Nou je ziet het bijvoorbeeld aan hoe ze lopen!”
Ik ging stuk van het lachen, vanbinnen. “Nee? Echt waar?! Hoe zie je dat dan?”

“Ja dit is mijn eigen theorie hoor, maar het is wel interessante informatie voor je boek.” Oh ja want informatie van jou heb ik ook echt nodig, ik weet natuurlijk helemaal niet zoveel van autisme, dacht ik sarcastisch.
“Kijk, mensen zonder autisme lopen gewoon zo,” zei hij terwijl hij ging staan en het voordeed.

“Wij rollen gewoon onze voeten af zoals ieder normaal persoon. Maar mensen met autisme lopen op hun tenen, moet je maar een keer op letten! Die zetten eerst hun tenen neer, omdat ze eigenlijk letterlijk op hun tenen lopen in de maatschappij.” Voldaan en trots ging hij weer zitten met het idee mij hele goede informatie te hebben gegeven en te laten zien dat hij er ook veel vanaf weet. Ik zat te klapperen met mijn oren.

“Maar wel of niet op je tenen lopen lijkt mij wel het minste probleem wat bij autisme komt kijken. Dat hoeft je functioneren in de maatschappij helemaal niet te beperken.” Zei ik.
“Nee dat klopt misschien wel maar daardoor kan ik wel zien of iemand het wel of niet heeft. Kijk, je hoeft maar iemand tegenover mij te zetten en ik zie meteen of ze autisme hebben. Ik bedoel, jij hebt het niet bijvoorbeeld, dat zie ik meteen.”

HA! Nu móest ik deze arrogante kwal wel op zijn plek zetten! Ik zou mezelf nooit zomaar zo kwetsbaar opstellen naar iemand die ik helemaal niet ken en ook niet eens aardig vind maar ik wilde hem en zijn stomme theorie onderuit halen.

“Ok dat is interessant Pieter, want ik heb wel autisme.”
Twijfelachtig keek hij mij aan.
“Heb je een diagnose dan?”

“Ja”

“Wat dan?”
“Asperger”
“Ok. Maargoed eigenlijk geloof ik die diagnoses ook helemaal niet, want wat zegt dat nou hè”
Ik viel hem geïrriteerd in de rede: “Kijk en dít is dus precies mijn probleem en waarom ik dit boek schrijf! Omdat ik er niet uit zie naar het beeld wat jij van een autist heb, trek je mijn diagnose maar in twijfel! Nou, ik kan je vertellen, ik heb het echt.”
Een beetje geschrokken reageerde hij “Ja maar ik kan mij gewoon niet voorstellen dat jij tegen dingen aan loopt want je komt heel normaal over en sociaal dus waar heb jij dan moeite mee?”
“Dat ga ik niet allemaal aan jou vertellen hier in een café, dan moet je mijn boek maar lezen als hij ooit uit komt. Maar ik kan je wel vertellen dat ik tegen genoeg dingen aan loop en dat dit niet de eerste keer is dat mensen niet geloven dat ik het heb. Of nog erger, dat mensen denken dat ik mij aanstel.”
“Ok, je hebt me tuk Sacha. Ik had het echt niet verwacht… je zou een keertje moeten kijken naar hoe je je voeten afrolt dan.”

PS. Beste Huub, euhhh Pieter. Ik rol gewoon mijn voeten af. Misschien heb je gelijk en klopt mijn diagnose dan toch niet.

Sacha de Boer