Door: Remke van Staveren

‘We hebben weer een snijder, hoor!’ De minachting spatte ervan af. Het is 1995. Aan de telefoon een SEH-verpleegkundige die midden in de nacht naar de piketkamer belt waar ik een uurtje eerder eindelijk was gaan liggen, doodop. Dat was nog in de tijd dat jonge dokters van vrijdagochtend tot maandagavond dienst moesten doen − ik zeg het er maar even bij, als verzachtende omstandigheid.

‘Jezelf beschadigen? Doe normaal!’

Hoe vaak heb ik op zulke moment niet gedacht: ‘Jezelf beschadigen? Doe normaal!’ En: ‘Prima als je zo nodig moet snijden, maar kom ons er niet midden in de nacht mee lastig vallen!’ Dat zei ik natuurlijk niet, maar het moet duidelijk voelbaar zijn geweest. Verbeten hechtte ik dan de snijwonden.

Ik schaam me nog als ik eraan denk

Had ik maar de moeite genomen om me even in mijn patiënte te verplaatsen. Dat ze eerder op de avond, toen de spanning zó hoog opliep, geen andere oplossing zag dan zichzelf te snijden. Om weer iets te voelen. Liever de pijn van het snijden, dan de leegte en wanhoop.

"Om te wachten op de zoveelste chagrijnige jonge dokter die haar zwijgend en veroordelend hecht."

En dat ze vervolgens uren getwijfeld heeft of ze wel naar de spoedeisende hulp zou gaan, waar ze ongetwij­feld al ontelbare keren met tastbare weerzin in een behandelkamer is gezet. Om te wachten op de zoveelste chagrijnige jonge dokter die haar zwijgend en veroordelend hecht.

Niemand komt zomaar midden in de nacht naar de spoedeisende hulp

Ik zou haar erkenning hebben kunnen geven voor wat ze juist wel goed heeft gedaan: ‘Goed van je dat je naar de spoedeisende hulp bent gekomen.’

En: ‘Je hebt ongetwijfeld een goede reden om te snijden. Op welke manier helpt het je?’

Of: ‘Wat is er met je gebeurd?’ Een open vraag waar ze, als ze dat wil, alle kanten mee op kan. Vertellen over haar traumatische verleden, want dat is vaak het geval, of vertellen wat eerder die avond de spanning zo hoog deed oplopen. Of helemaal niets vertellen, dat mag natuurlijk ook.

En misschien had ik er wel aan kunnen toevoegen: ‘Hoe zou je een vol­gende keer dezelfde ontlading kunnen bereiken zonder jezelf schade aan te doen, denk je?’

Niet het hechten, maar de compassie werkt

Hoe anders was ons contact dan verlopen! Voor haar en voor mij. Niet het hechten, maar de compassie werkt helend, weet ik nu.

No alt text provided for this image

Meer tips?

Betere zorg begint bij betere communicatie. Om je op weg te helpen heb ik twee super praktische boeken geschreven over #patiëntgerichtcommuniceren. Werk je in de somatische zorg, check dan Patiëntgericht communiceren in de medische praktijk (Boom, 2015), voor de ggz is er Patiëntgericht communiceren in de ggz (Boom, 2019).

Bekijk het originele blog op Linkedin.

LEES VERDER

Door: Remke van Staveren

‘We hebben weer een snijder, hoor!’ De minachting spatte ervan af. Het is 1995. Aan de telefoon een SEH-verpleegkundige die midden in de nacht naar de piketkamer belt waar ik een uurtje eerder eindelijk was gaan liggen, doodop. Dat was nog in de tijd dat jonge dokters van vrijdagochtend tot maandagavond dienst moesten doen − ik zeg het er maar even bij, als verzachtende omstandigheid.

‘Jezelf beschadigen? Doe normaal!’

Hoe vaak heb ik op zulke moment niet gedacht: ‘Jezelf beschadigen? Doe normaal!’ En: ‘Prima als je zo nodig moet snijden, maar kom ons er niet midden in de nacht mee lastig vallen!’ Dat zei ik natuurlijk niet, maar het moet duidelijk voelbaar zijn geweest. Verbeten hechtte ik dan de snijwonden.

Ik schaam me nog als ik eraan denk

Had ik maar de moeite genomen om me even in mijn patiënte te verplaatsen. Dat ze eerder op de avond, toen de spanning zó hoog opliep, geen andere oplossing zag dan zichzelf te snijden. Om weer iets te voelen. Liever de pijn van het snijden, dan de leegte en wanhoop.

“Om te wachten op de zoveelste chagrijnige jonge dokter die haar zwijgend en veroordelend hecht.”

En dat ze vervolgens uren getwijfeld heeft of ze wel naar de spoedeisende hulp zou gaan, waar ze ongetwij­feld al ontelbare keren met tastbare weerzin in een behandelkamer is gezet. Om te wachten op de zoveelste chagrijnige jonge dokter die haar zwijgend en veroordelend hecht.

Niemand komt zomaar midden in de nacht naar de spoedeisende hulp

Ik zou haar erkenning hebben kunnen geven voor wat ze juist wel goed heeft gedaan: ‘Goed van je dat je naar de spoedeisende hulp bent gekomen.’

En: ‘Je hebt ongetwijfeld een goede reden om te snijden. Op welke manier helpt het je?’

Of: ‘Wat is er met je gebeurd?’ Een open vraag waar ze, als ze dat wil, alle kanten mee op kan. Vertellen over haar traumatische verleden, want dat is vaak het geval, of vertellen wat eerder die avond de spanning zo hoog deed oplopen. Of helemaal niets vertellen, dat mag natuurlijk ook.

En misschien had ik er wel aan kunnen toevoegen: ‘Hoe zou je een vol­gende keer dezelfde ontlading kunnen bereiken zonder jezelf schade aan te doen, denk je?’

Niet het hechten, maar de compassie werkt

Hoe anders was ons contact dan verlopen! Voor haar en voor mij. Niet het hechten, maar de compassie werkt helend, weet ik nu.

No alt text provided for this image

Meer tips?

Betere zorg begint bij betere communicatie. Om je op weg te helpen heb ik twee super praktische boeken geschreven over #patiëntgerichtcommuniceren. Werk je in de somatische zorg, check dan Patiëntgericht communiceren in de medische praktijk (Boom, 2015), voor de ggz is er Patiëntgericht communiceren in de ggz (Boom, 2019).

Bekijk het originele blog op Linkedin.

LEES VERDER