'Heb je dit wel met de studieadviseur besproken voordat je je inschreef?', vroeg de opleidingscoördinator mij in de week voor mijn masteropleiding in de communicatiewetenschappen begon. 'Ik weet niet of dit wel gaat lukken.', voegde hij eraan toe. Ik keek hem verbaasd aan. Wat ging er zijn hoofd om? Dat ik de opleiding niet kon doen? Omdat ik autisme heb? Waarom had ik dat met de studieadviseur moeten bespreken? Ik kan toch zelf bepalen welke studie ik doe?

Ik was naar de opleidingscoördinator gegaan om te vertellen dat ik autisme heb. Dat ik daardoor net wat anders ben. Dat dat misschien wel goed was om te weten. De opleidingscoördinator schrok. Autisme en een universitaire communicatieopleiding; hoe dan? Hij dacht dat ik de opleiding nooit af kon ronden. Niet zo gunstig voor hun cijfers. Uiteindelijk ontdekte ze mijn capaciteiten en verdween de twijfel als sneeuw voor de zon. Iets te vroeg geoordeeld.

Ironisch

De oorspronkelijke scepsis heb ik ze nooit kwalijk genomen. Een autist die een communicatieopleiding doet, is ergens ook wel ironisch. Het is misschien nog gekker als je denkt dat alle mensen met autisme vooral heel goed zijn in ICT, treinschema's, fladderen met hun armen of verbaal niet kunnen communiceren. Zoals een docent van mij zei toen we door het lokaal moesten lopen om andermans creaties te bekijken: 'en blijf niet als een autist achter je tafeltje zitten'. Oké, dat nam ik haar dan wel weer een beetje kwalijk.

'Als er weer een student komt met autisme of een andere psychische kwetsbaarheid, dan staan we daar door jou veel meer open voor.'

De opleiding heeft mij erg goed geholpen. Toen er een aanwezigheidseis kwam – je mag maar een college missen – werd ik daarvan vrijgesteld. Alle prikkels van een college, kon ik niet elke dag aan. Toen er iets te veel groepsopdrachten waren, mocht ik een opdracht alleen doen. Dat hielp. En ze hebben ervan geleerd. Aan het einde van de opleiding zei de opleidingscoördinator tegen mij: 'Als er weer een student komt met autisme of een andere psychische kwetsbaarheid, dan staan we daar door jou veel meer open voor.' Een prachtig cadeau.

‘Heb je dit wel met de studieadviseur besproken voordat je je inschreef?’, vroeg de opleidingscoördinator mij in de week voor mijn masteropleiding in de communicatiewetenschappen begon. ‘Ik weet niet of dit wel gaat lukken.’, voegde hij eraan toe. Ik keek hem verbaasd aan. Wat ging er zijn hoofd om? Dat ik de opleiding niet kon doen? Omdat ik autisme heb? Waarom had ik dat met de studieadviseur moeten bespreken? Ik kan toch zelf bepalen welke studie ik doe?

Ik was naar de opleidingscoördinator gegaan om te vertellen dat ik autisme heb. Dat ik daardoor net wat anders ben. Dat dat misschien wel goed was om te weten. De opleidingscoördinator schrok. Autisme en een universitaire communicatieopleiding; hoe dan? Hij dacht dat ik de opleiding nooit af kon ronden. Niet zo gunstig voor hun cijfers. Uiteindelijk ontdekte ze mijn capaciteiten en verdween de twijfel als sneeuw voor de zon. Iets te vroeg geoordeeld.

Ironisch

De oorspronkelijke scepsis heb ik ze nooit kwalijk genomen. Een autist die een communicatieopleiding doet, is ergens ook wel ironisch. Het is misschien nog gekker als je denkt dat alle mensen met autisme vooral heel goed zijn in ICT, treinschema’s, fladderen met hun armen of verbaal niet kunnen communiceren. Zoals een docent van mij zei toen we door het lokaal moesten lopen om andermans creaties te bekijken: ‘en blijf niet als een autist achter je tafeltje zitten’. Oké, dat nam ik haar dan wel weer een beetje kwalijk.

‘Als er weer een student komt met autisme of een andere psychische kwetsbaarheid, dan staan we daar door jou veel meer open voor.’

De opleiding heeft mij erg goed geholpen. Toen er een aanwezigheidseis kwam – je mag maar een college missen – werd ik daarvan vrijgesteld. Alle prikkels van een college, kon ik niet elke dag aan. Toen er iets te veel groepsopdrachten waren, mocht ik een opdracht alleen doen. Dat hielp. En ze hebben ervan geleerd. Aan het einde van de opleiding zei de opleidingscoördinator tegen mij: ‘Als er weer een student komt met autisme of een andere psychische kwetsbaarheid, dan staan we daar door jou veel meer open voor.’ Een prachtig cadeau.