Door: Marijke Mazer

‘’Je moet 30 kilo afvallen’’ Dit waren letterlijk de woorden van mijn huisarts. Lichamelijk gezien had ze gelijk, want ik had namelijk overgewicht. De huisarts wist destijds alleen niet dat haar woorden mij enorm onderuit zouden gaan halen. Maar had ze het kunnen weten? Ik denk het wel. Het was bij haar bekend dat ik al jaren last had van een eetstoornis. Het jaar daarvoor was ik nog afgevallen, en toen weer gigantisch aangekomen; ruim 30 kilo in acht maanden tijd. Het restrictief eten leidde tot eetbuien. En natuurlijk ook weer andersom!

De woorden van mijn huisarts waren goed bedoeld. Lichamelijk was het ook veel beter voor me om weer gewicht te verliezen. Maar wat mij vervolgens werd aangeraden zorgde ervoor dat mijn eetstoornis als het ware groen licht kreeg. "Ga maar zo veel mogelijk sporten, lekker diëten en vooral niet meer snoepen of snacken"! Dezelfde middag zat ik in de sportschool. Ik at niet meer.

WELCOME BACK EATING DISORDER!

Des te meer gewicht ik verloor, des te groter de eetstoornis leek te worden. Ik at dagen achter elkaar niet, want ik had immers een flinke voorraad opgebouwd. Daarbij ontdekte ik ook bepaalde pillen die echt de grootste troep ooit waren. Het enige wat ik van mezelf mocht eten als ik trek had waren die pillen. Wegspoelen met water en dan hup naar de sportschool, even wat cardio doen. Ik werd zieker en zieker. Ik isoleerde mezelf steeds meer van de buitenwereld. Er was niets anders meer in mijn leven dan de eetstoornis. Afvallen was mijn levensdoel geworden. Waarom? Ik vraag het mezelf nog regelmatig af.

'Dik is niet goed, dik is niet mooi.'

Maar ik denk dat het komt door het stigma dat er rust op overgewicht en het hebben van een eetstoornis. Ik kreeg immers van iedereen om mij heen te horen hoe goed ik er uit begon te zien! ‘’Mooi figuurtje hoor!’’, ‘’Goh, je ziet er nu echt zoveel beter uit dan vroeger’’. Ik heb vele pijnlijke opmerkingen gehad over mijn ‘’vroegere’’ lichaam. Dik is niet goed, dik is niet mooi. Dit is de boodschap die ik en vele anderen met mij continu mee krijg. Ga maar eens even eerlijk na bij jezelf. Hoe bekijk jij mensen in je omgeving met een maatje meer? Hoe serieus neem jij iemand met overgewicht die zegt dat hij/zij een eetstoornis heeft?

Niet serieus genomen

Voor mijn gevoel werd ik niet serieus genomen toen ik overgewicht had. Ik heb ook heel lang de gedachten gehad dat ik niet ziek genoeg was om een eetstoornis te kunnen hebben. Mijn gewicht was niet laag genoeg. Ik had toch geen ondergewicht? Ondanks alle symptomen die ik vertoonde die bij Anorexia Nervosa horen, kreeg ik nooit officieel deze diagnose. Want je raadt het al; ik had geen ondergewicht.

Het klinkt misschien gek voor mensen die geen eetstoornis hebben (gehad), maar doordat ik de diagnose niet kreeg groeide mijn eetstoornis. Ik moest nog meer afvallen, want blijkbaar ben ik nog steeds te zwaar! Dit was natuurlijk niet zo, maar in het hoofd van iemand met een eetstoornis is dit pure logica. Goed dat de DSM bestaat, maar het kan mensen enorm triggeren wanneer ze niet voldoen aan bepaalde criteria.

Mijn verhaal

Tot mijn groot ongenoegen ontdekte ik pas geleden tijdens een symposium over eetstoornissen dat de ernst van een eetstoornis nog steeds wordt afgeleid van het BMI. Dus als je een normaal of hoog BMI hebt, heb je geen ernstige eetstoornis. WAT?! Ik kan er zó boos om worden als ik er alleen al aan terugdenk. Degene die dit vertelde is een hoogleraar die ik niet bij naam zal noemen. Toen ik er tegenin ging was er helaas niet genoeg tijd om hier uitgebreid over te discussiëren.

'Het zal voor de eetstoornis nooit goed genoeg zijn. Dik, dun, het maakt allemaal niet uit.'

Daarom wil ik me via deze weg verder inzetten voor mensen zoals ik. Mensen met een normaal of hoog BMI die wel degelijk een ernstige eetstoornis hebben! Want alleen BMI is niet genoeg om te kunnen zeggen hoe ernstig de eetstoornis is. Laten we dit stigma nu eens voorgoed doorbreken binnen de wereld van hulpverleners. Want dit soort informatie zorgt ervoor dat mensen met een eetstoornis nog meer drang kunnen krijgen om zichzelf te ‘’bewijzen’’.

Ook met overgewicht begaf mijn lichaam het wel eens door alle schadelijke dingen die ik ermee deed. En dat allemaal om dun te zijn. En zelfs toen was het niet goed genoeg. Het zal voor de eetstoornis nooit goed genoeg zijn. Dik, dun, het maakt allemaal niet uit. Laten we niet vergeten dat een eetstoornis een psychische aandoening is, en niet een lichamelijke aandoening. De lichamelijke klachten zijn het resultaat van deze vreselijke ziekte.

Door: Marijke Mazer

‘’Je moet 30 kilo afvallen’’ Dit waren letterlijk de woorden van mijn huisarts. Lichamelijk gezien had ze gelijk, want ik had namelijk overgewicht. De huisarts wist destijds alleen niet dat haar woorden mij enorm onderuit zouden gaan halen. Maar had ze het kunnen weten? Ik denk het wel. Het was bij haar bekend dat ik al jaren last had van een eetstoornis. Het jaar daarvoor was ik nog afgevallen, en toen weer gigantisch aangekomen; ruim 30 kilo in acht maanden tijd. Het restrictief eten leidde tot eetbuien. En natuurlijk ook weer andersom!

De woorden van mijn huisarts waren goed bedoeld. Lichamelijk was het ook veel beter voor me om weer gewicht te verliezen. Maar wat mij vervolgens werd aangeraden zorgde ervoor dat mijn eetstoornis als het ware groen licht kreeg. “Ga maar zo veel mogelijk sporten, lekker diëten en vooral niet meer snoepen of snacken”! Dezelfde middag zat ik in de sportschool. Ik at niet meer.

WELCOME BACK EATING DISORDER!

Des te meer gewicht ik verloor, des te groter de eetstoornis leek te worden. Ik at dagen achter elkaar niet, want ik had immers een flinke voorraad opgebouwd. Daarbij ontdekte ik ook bepaalde pillen die echt de grootste troep ooit waren. Het enige wat ik van mezelf mocht eten als ik trek had waren die pillen. Wegspoelen met water en dan hup naar de sportschool, even wat cardio doen. Ik werd zieker en zieker. Ik isoleerde mezelf steeds meer van de buitenwereld. Er was niets anders meer in mijn leven dan de eetstoornis. Afvallen was mijn levensdoel geworden. Waarom? Ik vraag het mezelf nog regelmatig af.

‘Dik is niet goed, dik is niet mooi.’

Maar ik denk dat het komt door het stigma dat er rust op overgewicht en het hebben van een eetstoornis. Ik kreeg immers van iedereen om mij heen te horen hoe goed ik er uit begon te zien! ‘’Mooi figuurtje hoor!’’, ‘’Goh, je ziet er nu echt zoveel beter uit dan vroeger’’. Ik heb vele pijnlijke opmerkingen gehad over mijn ‘’vroegere’’ lichaam. Dik is niet goed, dik is niet mooi. Dit is de boodschap die ik en vele anderen met mij continu mee krijg. Ga maar eens even eerlijk na bij jezelf. Hoe bekijk jij mensen in je omgeving met een maatje meer? Hoe serieus neem jij iemand met overgewicht die zegt dat hij/zij een eetstoornis heeft?

Niet serieus genomen

Voor mijn gevoel werd ik niet serieus genomen toen ik overgewicht had. Ik heb ook heel lang de gedachten gehad dat ik niet ziek genoeg was om een eetstoornis te kunnen hebben. Mijn gewicht was niet laag genoeg. Ik had toch geen ondergewicht? Ondanks alle symptomen die ik vertoonde die bij Anorexia Nervosa horen, kreeg ik nooit officieel deze diagnose. Want je raadt het al; ik had geen ondergewicht.

Het klinkt misschien gek voor mensen die geen eetstoornis hebben (gehad), maar doordat ik de diagnose niet kreeg groeide mijn eetstoornis. Ik moest nog meer afvallen, want blijkbaar ben ik nog steeds te zwaar! Dit was natuurlijk niet zo, maar in het hoofd van iemand met een eetstoornis is dit pure logica. Goed dat de DSM bestaat, maar het kan mensen enorm triggeren wanneer ze niet voldoen aan bepaalde criteria.

Mijn verhaal

Tot mijn groot ongenoegen ontdekte ik pas geleden tijdens een symposium over eetstoornissen dat de ernst van een eetstoornis nog steeds wordt afgeleid van het BMI. Dus als je een normaal of hoog BMI hebt, heb je geen ernstige eetstoornis. WAT?! Ik kan er zó boos om worden als ik er alleen al aan terugdenk. Degene die dit vertelde is een hoogleraar die ik niet bij naam zal noemen. Toen ik er tegenin ging was er helaas niet genoeg tijd om hier uitgebreid over te discussiëren.

‘Het zal voor de eetstoornis nooit goed genoeg zijn. Dik, dun, het maakt allemaal niet uit.’

Daarom wil ik me via deze weg verder inzetten voor mensen zoals ik. Mensen met een normaal of hoog BMI die wel degelijk een ernstige eetstoornis hebben! Want alleen BMI is niet genoeg om te kunnen zeggen hoe ernstig de eetstoornis is. Laten we dit stigma nu eens voorgoed doorbreken binnen de wereld van hulpverleners. Want dit soort informatie zorgt ervoor dat mensen met een eetstoornis nog meer drang kunnen krijgen om zichzelf te ‘’bewijzen’’.

Ook met overgewicht begaf mijn lichaam het wel eens door alle schadelijke dingen die ik ermee deed. En dat allemaal om dun te zijn. En zelfs toen was het niet goed genoeg. Het zal voor de eetstoornis nooit goed genoeg zijn. Dik, dun, het maakt allemaal niet uit. Laten we niet vergeten dat een eetstoornis een psychische aandoening is, en niet een lichamelijke aandoening. De lichamelijke klachten zijn het resultaat van deze vreselijke ziekte.