Door: Kees Dijkman

Goede wil kan dodelijk zijn. Kleineren. Je in de hoek zetten. Aai over de bol. Ach jij, jij mag er ook bij. Het ligt misschien aan mij, maar ik word er altijd weer boos van. Vandaag weer. Ik lees een goedwillend stukje in de Leeuwarder Courant van maandag 9 oktober, onder de titel ‘Art brut: pure kunst van pure mensen’. Lees even mee.

‘Zulke mensen blijken vaak meer te kunnen dan ook zijzelf eigenlijk denken.’

‘Kunst van mensen met een verstandelijke of psychische beperking is net zo goed kunst. Een afspiegeling van de ziel die zeer kan ontroeren,’ schrijft de krant. Een even verderop: ‘Een blik in de prijslijst leert dat er aardige prijzen voor worden gevraagd – normale galerieprijzen, zeg maar. En waarom ook niet, waarom zou je dit werk devalueren met dumpprijzen?’ Nog een stukje verder: ‘Hoe dan ook: kunst gemaakt door zulke mensen, art brut, is pure kunst. Werk van mensen uit GGZ-instellingen laat zich vaak wel onderscheiden van dat van verstandelijk beperkten. Schilderijen die uitstralen: nu heb ik misschien nog een baan, maar ik kan ook zo doorgedraaid zijn. Dat kan in en in triest zijn.’ En tenslotte: ‘Zulke mensen blijken vaak meer te kunnen dan ook zijzelf eigenlijk denken. Mensen ontdekken dat ze iets kunnen.’

Even voor de duidelijkheid:

  • Om te bepalen of iets kunst is, gelden voor makers met een verstandelijke of psychische beperking geen andere criteria dan voor wie dan ook.
  • De prijs voor kunst wordt bepaald door de markt. Voor indringende, intrigerende, grensverleggende kunst wordt vaak geen stuiver gegeven, terwijl gehypte kitsch soms voor recordbedragen over de toonbank gaat.
  • Er bestaan geen schilderijen die uitstralen dat de maker nu nog een baan heeft, maar elk moment doorgedraaid kan zijn. Dat is hoogstens de gedachte van een kijker die zijn vooroordelen niet de baas kan.
  • De term ‘zulke mensen’ is onder alle omstandigheden denigrerend.
  • Vrijwel iedereen (narcisten daargelaten) kan meer dan hij zelf eigenlijk denkt.

Addertje onder het gras

Helaas is dit geen incident. Sterker nog, deze badinerende toon is alomtegenwoordig. Niet alleen in de media overigens. Het moet maar eens gezegd: ik hoor ‘m ook voortdurend terug uit de mond van GGZ-werkers, die ergens op een podium staan en vertellen over hun goede werken ten behoeve van ‘deze onderschatte doelgroep’.

‘Dat kan in en in triest zijn…’

Ook in het stukje tekst hierboven zit een addertje onder het gras. Ik had de zin ‘Schilderijen die uitstralen: nu heb ik misschien nog een baan, maar ik kan ook zo doorgedraaid zijn. Dat kan in en in triest zijn…’ tussen citaathaakjes moeten zetten. De journalist van dienst heeft ‘m namelijk opgetekend uit de mond van een begeleider bij de zorginstelling waar het werk gemaakt wordt.

We zijn nog lang niet klaar.

Meer lezen van Kees? Lees dan ook zijn andere blogs: ‘Uitzonderlijk gewoon‘, ‘Humor om te lachen‘, ‘Pillen‘, ‘Hartverscheurend‘, ‘Klaar‘, ‘Zwarte hond‘, ‘Normaliseren‘ , ‘Waanzin?‘ & ‘Werk aan de winkel’