Door: Natasja Vermoten-Schreuder

Ik ben al geruime tijd werkzaam binnen de afdeling thuiszorg van het Leger des Heils Amsterdam in de functie helpende A. Dit klinkt sjiek maar eigenlijk ben ik gewoon een schoonmaakster, of weer iets minder plat: een huishoudelijk medewerkster. Een medewerker met ervaringskennis. Een ervaringsdeskundige, as you wish, al profileer ik mij niet onder deze noemer. Het is gewoon een extraatje dat het leven mij heeft gebracht.

Als ondersteunende hulp bij een zeer complexe doelgroep maak ik vieze frustraties en verborgen schatten mee. Ik bezit over de privilege wekelijks meerdere uren door te brengen met de outlaws van dit leven. Deelnemers van het Leger des Heils. Voor de buitenwereld hangt er een stigma op deze doelgroep. Vul zelf maar in. Mensen die tot de Leger des Heils club behoren lijken door hun problematiek en gedrag vaak een beetje tweederangsburgers, maar zijn ten diepste niet meer of minder dan kwetsbare mensen. Ruwe diamanten, die zich niet altijd even makkelijk laten slijpen. Is dit beeld van de doorsnee Leger des Heils cliënt of psychiatrisch patiënt terecht, zijn zij tweederangsburger? Nee. Dat hebben wij ervan gemaakt.

Ruwe diamant

Ook ik ben zo’n ruwe diamant geweest. Ook ik heb mij een tweederangsburger gevoeld door de slagen die het leven een mens toe kan brengen. Mijn ervaring is dan ook het meest waardevol gebleken in mijn werk, ik weet inmiddels van mijzelf dat ik volop meedraai in de maatschappij. Ik ben geen tweederangsburger, geen psychiatrisch patiënt of enkel een schoonmaakster doordat ik vanwege mijn psychiatrische verleden niet verder ben gekomen. Ik word boos als de mensen mij in een hokje stoppen die gelinkt is aan mijn verleden.

'Als ervaringsdeskundige word je vaak nog als kwetsbaar gezien.'

Een voorbeeld is dat ik als ervaringsdeskundige vaak een stigma ervaar die gebaseerd is op puur gebrekkige kennis. Een ervaringsdeskundige is iemand die zelf hersteld is van een (ingrijpende) ervaring en hier een ander mee kan ondersteunen vanuit een ‘eigen kracht clausule.’ De ervaring is vaak door schade en schande een deskundigheid geworden, een wapen in de strijd, die een ander aangereikt wordt. Als ervaringsdeskundige word je vaak nog als kwetsbaar gezien. Als iemand die zijn eigen triggers, zwakke punten en valkuilen heeft en waar voortdurend rekening mee gehouden dient te worden door persoon in kwestie en omgeving.

Aan de zijlijn staan

Zelfs in de cursus die ik heb gevolgd om te werken met mijn ervaring en ik neem aan dat de opleiding dit dus ook biedt, is er een aparte les over de confrontatie met je eigen kwetsbaarheid, je problemen of de pijn daarvan. Werk je dan ook nog eens met je ervaring, dan wordt hier soms dubbelzinnig rekening mee gehouden, je bent immers ‘verwant’ aan de deelnemers en wordt daarvoor dan ook vaak terecht ter advies gevraagd, maar als het om inhoudelijke professie gaat wordt je soms onterecht gespaard. Waarom? Mag ik geen mening hebben over de kwetsbaarheid van de ander omdat ik zelf nog kwetsbaar zou zijn op een specifiek vlak? Het geeft mij een gevoel van ‘aan de zijlijn staan’. Want omdat mevrouw x terugvalt in haar gebruik en daar een interventie op gedaan moet worden, blijf ik buiten beschouwing omdat ik daar ook nog kwetsbaar kan zijn. En mag ik dus ook geen mening hebben over jouw denkwijze hierin, omdat dit mij zou kunnen raken. Kan ja. Maar is dat zo? En is dat erg? Is eens kwetsbaar, altijd kwetsbaar? Ik laat de vraag bij de lezer. Voor mij gaat dat niet op. Maar misschien ook weer wel. Hoe dan ook, ik word er een beetje tegendraads van. En snap dan ook waarom sommige hulpverleners, die zelf de ervaring van hun cliënten delen, ervoor kiezen hun eigen leven verborgen te houden. Uit angst voor het stigma ‘een kwetsbaar altijd kwetsbaar’.

'Worden ervaringswerkers wel voor vol aangezien?'

Het brengt mij dan ook onvermijdelijk bij vragen als: 'Worden ervaringswerkers wel voor vol aangezien of moeten zij altijd, bij wijze van ter geruststelling van de omgeving, een soort van signaleringsplan of vrije marge hebben?' Ja, ook ik ben tijdens mijn werk een periode van een jaar opnieuw uitgeschakeld geweest vanwege ‘oude’ psychische klachten. Dat dit werd uitgelokt door de diagnose kanker is door mijn werkgever overigens goed opgepakt. Ik had een vrije marge. Niet omdat ik zo zielig was, maar omdat ik duidelijk aan kon geven wat ik nodig had. Maar mijn netwerk, gek genoeg konden zij de 86% van het KWF die na kanker met psychische klachten kampt, niet loskoppelen van mijn ervaring uit het verleden. Pijnlijk!

Van mensen houden

Hoe dan ook, mijn werk brengt mij wat ik het liefste doe: van mensen houden. En ja, dit doe ik grotendeels vanuit mijn ervaring. Want dankzij mijn eigen pieken, dalen, bergen en greppels zie ik soms meer dan collega’s. Kan ik soms beter ingrijpen, relativeren, motiveren, communiceren en terugkoppelen. En omdat er destijds ook gewoon van mij gehouden is, weet ik dat dat het beste aanbod betreft.

'In tegenstelling tot wat mensen vaak denken ondermijnt herstel de kwetsbaarheid van mensen niet, het geeft handen en voeten.'

Mijn ervaringen als jeugdzorgkind, dakloze verslaafde jongere, psychiatrische adolescent en ex kanker patiënt hebben mij daardoor dichter bij de kwetsbaarheid IN mijn werk gebracht. Dichter bij mijzelf ook. Al lukt het niet altijd, ik kan gerust zeggen dat het zelfredzame en herstel gerichte denken dat vat heeft op de maatschappij een krachtige aanpak binnen het Leger des Heils heeft gevonden. En daarmee ook in mijn leven. In tegenstelling tot wat mensen vaak denken ondermijnt herstel de kwetsbaarheid van mensen niet, het geeft handen en voeten. Het stuurt. Precies zoals het stigma op psychische problemen mij stuurt dit stigma aan te vechten. Herstel IS mogelijk. Ook als dat hand in hand moet gaan met kwetsbaarheid. Of als men kwetsbaar blijft. Maar ik denk dan wel dat dit de kwetsbaarheid is van de mensen die het vanuit hun oordeel, misvatting of onwetendheid gewoon niet helemaal begrijpen dat stigmatiseren van psychische problemen juist de hokjes toebedeeld waar iedereen zo’n hekel aan heeft.

Door: Natasja Vermoten-Schreuder

Ik ben al geruime tijd werkzaam binnen de afdeling thuiszorg van het Leger des Heils Amsterdam in de functie helpende A. Dit klinkt sjiek maar eigenlijk ben ik gewoon een schoonmaakster, of weer iets minder plat: een huishoudelijk medewerkster. Een medewerker met ervaringskennis. Een ervaringsdeskundige, as you wish, al profileer ik mij niet onder deze noemer. Het is gewoon een extraatje dat het leven mij heeft gebracht.

Als ondersteunende hulp bij een zeer complexe doelgroep maak ik vieze frustraties en verborgen schatten mee. Ik bezit over de privilege wekelijks meerdere uren door te brengen met de outlaws van dit leven. Deelnemers van het Leger des Heils. Voor de buitenwereld hangt er een stigma op deze doelgroep. Vul zelf maar in. Mensen die tot de Leger des Heils club behoren lijken door hun problematiek en gedrag vaak een beetje tweederangsburgers, maar zijn ten diepste niet meer of minder dan kwetsbare mensen. Ruwe diamanten, die zich niet altijd even makkelijk laten slijpen. Is dit beeld van de doorsnee Leger des Heils cliënt of psychiatrisch patiënt terecht, zijn zij tweederangsburger? Nee. Dat hebben wij ervan gemaakt.

Ruwe diamant

Ook ik ben zo’n ruwe diamant geweest. Ook ik heb mij een tweederangsburger gevoeld door de slagen die het leven een mens toe kan brengen. Mijn ervaring is dan ook het meest waardevol gebleken in mijn werk, ik weet inmiddels van mijzelf dat ik volop meedraai in de maatschappij. Ik ben geen tweederangsburger, geen psychiatrisch patiënt of enkel een schoonmaakster doordat ik vanwege mijn psychiatrische verleden niet verder ben gekomen. Ik word boos als de mensen mij in een hokje stoppen die gelinkt is aan mijn verleden.

‘Als ervaringsdeskundige word je vaak nog als kwetsbaar gezien.’

Een voorbeeld is dat ik als ervaringsdeskundige vaak een stigma ervaar die gebaseerd is op puur gebrekkige kennis. Een ervaringsdeskundige is iemand die zelf hersteld is van een (ingrijpende) ervaring en hier een ander mee kan ondersteunen vanuit een ‘eigen kracht clausule.’ De ervaring is vaak door schade en schande een deskundigheid geworden, een wapen in de strijd, die een ander aangereikt wordt. Als ervaringsdeskundige word je vaak nog als kwetsbaar gezien. Als iemand die zijn eigen triggers, zwakke punten en valkuilen heeft en waar voortdurend rekening mee gehouden dient te worden door persoon in kwestie en omgeving.

Aan de zijlijn staan

Zelfs in de cursus die ik heb gevolgd om te werken met mijn ervaring en ik neem aan dat de opleiding dit dus ook biedt, is er een aparte les over de confrontatie met je eigen kwetsbaarheid, je problemen of de pijn daarvan. Werk je dan ook nog eens met je ervaring, dan wordt hier soms dubbelzinnig rekening mee gehouden, je bent immers ‘verwant’ aan de deelnemers en wordt daarvoor dan ook vaak terecht ter advies gevraagd, maar als het om inhoudelijke professie gaat wordt je soms onterecht gespaard. Waarom? Mag ik geen mening hebben over de kwetsbaarheid van de ander omdat ik zelf nog kwetsbaar zou zijn op een specifiek vlak? Het geeft mij een gevoel van ‘aan de zijlijn staan’. Want omdat mevrouw x terugvalt in haar gebruik en daar een interventie op gedaan moet worden, blijf ik buiten beschouwing omdat ik daar ook nog kwetsbaar kan zijn. En mag ik dus ook geen mening hebben over jouw denkwijze hierin, omdat dit mij zou kunnen raken. Kan ja. Maar is dat zo? En is dat erg? Is eens kwetsbaar, altijd kwetsbaar? Ik laat de vraag bij de lezer. Voor mij gaat dat niet op. Maar misschien ook weer wel. Hoe dan ook, ik word er een beetje tegendraads van. En snap dan ook waarom sommige hulpverleners, die zelf de ervaring van hun cliënten delen, ervoor kiezen hun eigen leven verborgen te houden. Uit angst voor het stigma ‘een kwetsbaar altijd kwetsbaar’.

‘Worden ervaringswerkers wel voor vol aangezien?’

Het brengt mij dan ook onvermijdelijk bij vragen als: ‘Worden ervaringswerkers wel voor vol aangezien of moeten zij altijd, bij wijze van ter geruststelling van de omgeving, een soort van signaleringsplan of vrije marge hebben?’ Ja, ook ik ben tijdens mijn werk een periode van een jaar opnieuw uitgeschakeld geweest vanwege ‘oude’ psychische klachten. Dat dit werd uitgelokt door de diagnose kanker is door mijn werkgever overigens goed opgepakt. Ik had een vrije marge. Niet omdat ik zo zielig was, maar omdat ik duidelijk aan kon geven wat ik nodig had. Maar mijn netwerk, gek genoeg konden zij de 86% van het KWF die na kanker met psychische klachten kampt, niet loskoppelen van mijn ervaring uit het verleden. Pijnlijk!

Van mensen houden

Hoe dan ook, mijn werk brengt mij wat ik het liefste doe: van mensen houden. En ja, dit doe ik grotendeels vanuit mijn ervaring. Want dankzij mijn eigen pieken, dalen, bergen en greppels zie ik soms meer dan collega’s. Kan ik soms beter ingrijpen, relativeren, motiveren, communiceren en terugkoppelen. En omdat er destijds ook gewoon van mij gehouden is, weet ik dat dat het beste aanbod betreft.

‘In tegenstelling tot wat mensen vaak denken ondermijnt herstel de kwetsbaarheid van mensen niet, het geeft handen en voeten.’

Mijn ervaringen als jeugdzorgkind, dakloze verslaafde jongere, psychiatrische adolescent en ex kanker patiënt hebben mij daardoor dichter bij de kwetsbaarheid IN mijn werk gebracht. Dichter bij mijzelf ook. Al lukt het niet altijd, ik kan gerust zeggen dat het zelfredzame en herstel gerichte denken dat vat heeft op de maatschappij een krachtige aanpak binnen het Leger des Heils heeft gevonden. En daarmee ook in mijn leven. In tegenstelling tot wat mensen vaak denken ondermijnt herstel de kwetsbaarheid van mensen niet, het geeft handen en voeten. Het stuurt. Precies zoals het stigma op psychische problemen mij stuurt dit stigma aan te vechten. Herstel IS mogelijk. Ook als dat hand in hand moet gaan met kwetsbaarheid. Of als men kwetsbaar blijft. Maar ik denk dan wel dat dit de kwetsbaarheid is van de mensen die het vanuit hun oordeel, misvatting of onwetendheid gewoon niet helemaal begrijpen dat stigmatiseren van psychische problemen juist de hokjes toebedeeld waar iedereen zo’n hekel aan heeft.