Door: Liesbeth

Op een winteravond, een paar jaar geleden, komen we bij elkaar in een prachtig hofje voor een bipoavond. We hebben afgesproken bij een lotgenote thuis. Bipogroepen, zijn huiskamergroepen en bestaan uit ongeveer vijf tot zeven personen met een bipolaire stoornis, ook wel manisch-depressief genoemd. Zij hebben zich vooraf aangemeld bij de Vereniging Manisch Depressief en Betrokkenen (www.vmdb.nl). De bipogroepen worden opgestart en begeleid door een vrijwilliger van de VMDB. Later draait de groep zelfstandig en komt circa eens in de zes weken bij elkaar.

Deze keer in dat hofje zijn we met vijf lotgenoten. We zitten aan een hoge witte eettafel. Met een kop koffie of thee erbij raken we aan de praat. Midden op tafel staat een grote zilveren kandelaar. Vier lange, witte kaarsen branden vol overtuiging. Kijkend naar de vlammetjes, valt mijn blik op het grote raam. Dansende vlammetjes spiegelen in de ruit. Buiten is het donker. Zo zwart als de nacht.

'We voelen elkaar zo goed aan.'

De sfeer aan tafel is goed, intens. Er ontstaat een mooi gesprek, over toekomstplannen die je maakt als je een bipolaire stoornis hebt. Elke keer als we met ons bipogroepje zijn, valt me op dat we vaak aan één woord genoeg hebben. Aan een half woord soms ook. We voelen elkaar zo goed aan. Dat raakt me. Ik vind het opmerkelijk en boeiend. We luisteren naar elkaar, geven elkaar feedback, troosten, maken complimenten. We stellen vragen, geven goede raad. Een bipoavond ervaar ik als verhelderend en bovenal heel steunend. We leven met elkaar mee.

Sterk gevoel

Op een bepaald moment, wat later die donkere koude avond, krijg ik het gevoel dat ik enigszins los kom te staan van de groep en van het gesprek. Ik voel me met dat kaarslicht en dat donker buiten meer bij mezelf komen. Ik krijg vanbinnen een sterk gevoel. Het voelt als een soort verzoening: het is goed. Het is goed dat ik het in mijn leven ga doen met mijn bipolaire stoornis. Hoe moeilijk ook. Ik heb dit nooit gewild, ik heb me er tegen verzet. Maar hier, in dit huis op het hofje, op deze winteravond, aanvaard ik het; op hoop van zegen dan maar. Het is wat het is en het kómt vast goed.

'Zo lang heeft het mij gekost om mijn psychische kwetsbaarheid innerlijk te aanvaarden.'

Het is echt een indrukwekkende beleving, het tilt me op. En het staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Een sleutelmoment. Ik ben dan halverwege de veertig en heb 10 jaar ervoor de diagnose bipolaire stoornis gekregen. Zo lang heeft het mij gekost om mijn psychische kwetsbaarheid innerlijk te aanvaarden. Een moment dat ik daar aan die keukentafel, helemaal alléén beleef. Ook al zijn er anderen bij. Ze weten er niet van. Het is te persoonlijk, teveel van mijzelf. Te indrukwekkend ook.

Herinnering

Maanden later heb ik het gedeeld, en dat was ook fijn. Mijn bipolaire stoornis hoef ik niet alleen te dragen. Juist de sociale steun, het samen delen is voor mij heel erg belangrijk én waardevol.

Een half jaar geleden verlangde ik ernaar weer eens terug te gaan naar dat hofje. Een plek waar eeuwenlang armen en zieken woonden, waar liefdevolle zorg was. Ik wil er graag iets achterlaten. Als herinnering aan wat me overkwam. Maar wat? Ik kom uit bij een steentje en koop er een in een boeddhistische winkel. Ik begraaf het roze steentje in de tuin voor het huis waar ik die mooie ervaring had. Mijn man is erbij. Ik denk: hier op deze plek heb ik mezelf geaccepteerd, met mijn stoornis. Hier heb ik aanvaard dat ik gevoelig ben, levenslang medicijnen nodig heb, soms therapeutische gesprekken moet voeren, niet zoveel prikkels aan kan. Dat ik voorzichtig moet zijn met mezelf, regelmatig moet leven, stress moet vermijden. Met het aanvaarden, is er ook dankbaarheid voor de mooie cadeaus die ik van het leven krijg. Dat ik moeder ben van twee prachtige dochters. Dat ik lieve mensen ken. Dat ik een leuke baan heb. Dat ik creatief ben. En soms heel gelukkig. Dat ik veel over mezelf geleerd heb door alle therapieën.

Roze steentje

Dit is het verhaal van het roze steentje. Dat ligt daar nu, middenin een oud hofje. Zes kilometer van mijn huis. Het voelt als een mooi geheim. En ik denk er regelmatig aan. Als ik blij ben en ook als ik het moeilijk heb. Als ik somber ben, onzeker. Het steentje geeft me kracht. Ik accepteer, knok verder. Ik voel me gedragen door anderen. Niet in het minst door mijn dierbare lotgenoten.

Door: Liesbeth

Op een winteravond, een paar jaar geleden, komen we bij elkaar in een prachtig hofje voor een bipoavond. We hebben afgesproken bij een lotgenote thuis. Bipogroepen, zijn huiskamergroepen en bestaan uit ongeveer vijf tot zeven personen met een bipolaire stoornis, ook wel manisch-depressief genoemd. Zij hebben zich vooraf aangemeld bij de Vereniging Manisch Depressief en Betrokkenen (www.vmdb.nl). De bipogroepen worden opgestart en begeleid door een vrijwilliger van de VMDB. Later draait de groep zelfstandig en komt circa eens in de zes weken bij elkaar.

Deze keer in dat hofje zijn we met vijf lotgenoten. We zitten aan een hoge witte eettafel. Met een kop koffie of thee erbij raken we aan de praat. Midden op tafel staat een grote zilveren kandelaar. Vier lange, witte kaarsen branden vol overtuiging. Kijkend naar de vlammetjes, valt mijn blik op het grote raam. Dansende vlammetjes spiegelen in de ruit. Buiten is het donker. Zo zwart als de nacht.

‘We voelen elkaar zo goed aan.’

De sfeer aan tafel is goed, intens. Er ontstaat een mooi gesprek, over toekomstplannen die je maakt als je een bipolaire stoornis hebt. Elke keer als we met ons bipogroepje zijn, valt me op dat we vaak aan één woord genoeg hebben. Aan een half woord soms ook. We voelen elkaar zo goed aan. Dat raakt me. Ik vind het opmerkelijk en boeiend. We luisteren naar elkaar, geven elkaar feedback, troosten, maken complimenten. We stellen vragen, geven goede raad. Een bipoavond ervaar ik als verhelderend en bovenal heel steunend. We leven met elkaar mee.

Sterk gevoel

Op een bepaald moment, wat later die donkere koude avond, krijg ik het gevoel dat ik enigszins los kom te staan van de groep en van het gesprek. Ik voel me met dat kaarslicht en dat donker buiten meer bij mezelf komen. Ik krijg vanbinnen een sterk gevoel. Het voelt als een soort verzoening: het is goed. Het is goed dat ik het in mijn leven ga doen met mijn bipolaire stoornis. Hoe moeilijk ook. Ik heb dit nooit gewild, ik heb me er tegen verzet. Maar hier, in dit huis op het hofje, op deze winteravond, aanvaard ik het; op hoop van zegen dan maar. Het is wat het is en het kómt vast goed.

‘Zo lang heeft het mij gekost om mijn psychische kwetsbaarheid innerlijk te aanvaarden.’

Het is echt een indrukwekkende beleving, het tilt me op. En het staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Een sleutelmoment. Ik ben dan halverwege de veertig en heb 10 jaar ervoor de diagnose bipolaire stoornis gekregen. Zo lang heeft het mij gekost om mijn psychische kwetsbaarheid innerlijk te aanvaarden. Een moment dat ik daar aan die keukentafel, helemaal alléén beleef. Ook al zijn er anderen bij. Ze weten er niet van. Het is te persoonlijk, teveel van mijzelf. Te indrukwekkend ook.

Herinnering

Maanden later heb ik het gedeeld, en dat was ook fijn. Mijn bipolaire stoornis hoef ik niet alleen te dragen. Juist de sociale steun, het samen delen is voor mij heel erg belangrijk én waardevol.

Een half jaar geleden verlangde ik ernaar weer eens terug te gaan naar dat hofje. Een plek waar eeuwenlang armen en zieken woonden, waar liefdevolle zorg was. Ik wil er graag iets achterlaten. Als herinnering aan wat me overkwam. Maar wat? Ik kom uit bij een steentje en koop er een in een boeddhistische winkel. Ik begraaf het roze steentje in de tuin voor het huis waar ik die mooie ervaring had. Mijn man is erbij. Ik denk: hier op deze plek heb ik mezelf geaccepteerd, met mijn stoornis. Hier heb ik aanvaard dat ik gevoelig ben, levenslang medicijnen nodig heb, soms therapeutische gesprekken moet voeren, niet zoveel prikkels aan kan. Dat ik voorzichtig moet zijn met mezelf, regelmatig moet leven, stress moet vermijden. Met het aanvaarden, is er ook dankbaarheid voor de mooie cadeaus die ik van het leven krijg. Dat ik moeder ben van twee prachtige dochters. Dat ik lieve mensen ken. Dat ik een leuke baan heb. Dat ik creatief ben. En soms heel gelukkig. Dat ik veel over mezelf geleerd heb door alle therapieën.

Roze steentje

Dit is het verhaal van het roze steentje. Dat ligt daar nu, middenin een oud hofje. Zes kilometer van mijn huis. Het voelt als een mooi geheim. En ik denk er regelmatig aan. Als ik blij ben en ook als ik het moeilijk heb. Als ik somber ben, onzeker. Het steentje geeft me kracht. Ik accepteer, knok verder. Ik voel me gedragen door anderen. Niet in het minst door mijn dierbare lotgenoten.

1 reactie “Lotgenotencontact bipolaire stoornis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *