Remke van Staveren

Blog van Remke van Staveren, psychiater:

Achttien was ik, en zwaar depressief. Of eigenlijk: melancholisch. Jammer dat het woord melancholie uit de mode is geraakt. Het drukt precies uit hoe ik me toen voelde. Alles was zwart en zwaar. Hele dagen lag ik op bed zinloos te wezen. Mijn net begonnen studie geneeskunde leek onhaalbaar, en hoewel ik niet dood was, was ik toch echt gestopt met leven.

Na maanden meldde een bezorgde vriendin mij aan bij de ggz. Als ik me goed herinner bracht ze me zelfs naar de eerste afspraak. Ik had twee gesprekken met een vriendelijke jongeman die aandachtig luisterde, af en toe begrijpend knikte en vooral veel aantekeningen maakte. Dat voelde prettig. Na afloop vertelde hij me dat hij ‘het’ zou gaan bespreken. Ik zou nog wel horen hoe het verder zou gaan. Nee, hij ging mij niet behandelen. Hij deed alleen de ‘intake’. Daar keek ik van op. Ik had hem net mijn hele levensverhaal verteld – een bovenmenselijke inspanning als je depressief bent – en had het gevoel een ‘klik’ met hem te hebben.

Een paar weken later had ik een afspraak bij een dame. Ze gaf een korte introductie – ik mocht vertellen wat spontaan bij me opkwam – en zei toen tot mijn verrassing geen boe of bah meer tegen mij. Maar ik was depressief en hoe ik ook mijn best deed, er kwam niets bij me op. Drie kwartier lang zeiden we helemaal niets tegen elkaar. De klok tikte de tijd weg. De week daarop: niets. Ik was radeloos! Wat was dít? Moest ik híer nou beter van worden?

‘Ik was radeloos! Wat was dít? Moest ik híer nou beter van worden?’

‘Tot volgende week’, zei ze routinematig na klokslag drie kwartier. Ze had zich al van me afgewend. Ik kwam natuurlijk niet. De week daarop ook niet. Ik verkoos de stilte van mijn eigen studentenkamer. Van de ggz heb ik nooit meer iets gehoord. En de depressie hield na een slopende negen maanden vanzelf op. Dat doen depressies weet ik nu. Ik pakte mijn leven en studie weer op en nam me voor om nooit, maar dan ook nooit, psychiater te worden.

Zeg dat dan!

Ik werd psychiater. Ik kon het niet laten. Het is het mooiste vak van de wereld. Toch heeft deze eerste kennismaking met de psychiatrie me gevormd. Ik weet als geen ander dat je als patiënt wil weten wat je mankeert en wat er aan gedaan kan worden. Wat zeg ik? Je hebt er recht op! Wat weet een achttien jarige nou? Had ik een depressie? Zeg dat dan! Is het behandelbaar? Laat het me weten! In duidelijke, begrijpelijke taal alsjeblieft. Praat met me. Overleg met me over welke behandeling de beste is. Nothing about me, without me. En nee, de beste behandeling voor een ernstige vitale depressie is niet psychoanalytische therapie. Met goede antidepressiva was ik maanden eerder hersteld.

‘Als je ziek bent, ben je niet zomaar ziek. Nee, je ziek zijn heeft een verhaal.’

Ruimte om mens te zijn

Naast ‘weten en begrijpen’ heeft iedere patiënt er behoefte aan ‘gezien en begrepen’ te worden. Als mens. Als je ziek bent, ben je niet zomaar ziek. Nee, je ziek zijn heeft een verhaal. Ziek zijn beïnvloedt je leven en dat van de mensen om je heen. Ook daar wil je over kunnen praten met je hulpverlener. Dat moet dan wel kunnen, er moet tijd voor vrijgemaakt worden en aandacht voor komen. Het wordt hoog tijd dat we in de zorg naast evidence based medicine, naast richtlijnen en protocollen, ruimte overhouden om mens te zijn in het contact met de ander. Hoog tijd voor wat meer compassie in de zorg.

Ook verschenen op Compassion for Care

 

9 reacties “‘Je ziek zijn heeft een verhaal’

  1. een voor mij heel bekend voorkomend verhaal. Heb een dergelijke ervaring. Ik hoop dat we het nu anders doen, beter doen, met compassie doen

  2. Als u denkt dat mensen zich erkend een begrepen voelen wanneer er in het geval van een vitale depressie alleen pharmacotherapie wordt ingezet heeft u niets begrepen van het vak en de mensen die u behandelt. Hoeveel mensen ik heb gezien die vertelden dat ‘de psychiater weer alleen een pilletje voor gaf’ . U spreekt uzelf tegen wanneer u enerzijds zegt dat goede antidepressiva de beste behandeling tegen een vitale depressie zijn en anderzijds dat mensen de behoefte hebben aan erkenning en steun. De zorgverzekeraars zijn in ieder geval blij met uw uitspraak. Namens hen bedankt voor dit verdekte pleidooi voor pillen in plaats van contact.

    Mvg, een psycholoog

    1. Dank je wel, Helena, voor je reactie. Goed dat je dit punt aanstipt, want inderdaad: een goede therapie bestaat uit psychotherapie met ondersteuning van eventuele medicatie (in die volgorde). Het was geenszins mijn bedoeling een pleidooi voor pillen te houden! Alsjeblieft zeg, nee!
      Wel is het een persoonlijk verhaal, en in mijn persoonlijke situatie had ik toen toch echt naast persoonlijk contact, ook een antidepressivum moeten krijgen.
      Als je mijn werk kent (www.patientgerichtecommunicatie.nl) dan weet je dat ik juist van dat persoonlijke contact tussen hulpverlener en patient / client (van mens tot mens) mijn levenswerk heb gemaakt.
      Met vriendelijke groeten,
      Remke van Staveren

  3. Mooi stuk!
    Ik ben persoonlijk ook van mening dat er meer ervaringsdeskundigen in de GGZ werkzaam mogen zijn. Ik ben verpleegkundige (met depressies, angst en eetstoornis als rugzakje). Toen ik op de PAAZ van het ziekenhuis vroeg of ik daar eens mee mocht lopen/ snuffelen, werd dat op mijn rugzakje afgeketst.
    Sinds een klein jaar weet ik dat ik (hoogfunctonerend) autisme heb en het grappige is dat ik nu gevraagd word om als er aringsdeskundige aan de slag te gaan. Hopelijk blijft deze trent zich voortzetten!

  4. Wat goed beschreven. Herken er heel veel in! Er is niets fijner om iemand voor je te hebben die je begrijpt.. En inderdaad, iemand die je ‘ziet’ ook al doe je nog zo je best onzichtbaar te zijn.

  5. Mooi dat je dit verhaal verteld hebt . En helemaal met je eens dat echt meeleven essentieel is . Ik weet nog dat in mijn tijd als je solliciteerde naar een opleidingsplaats voor psychiatrie , dat je niet blijk moest geven van teveel meeleven , want dan had je misschien reddersfantasieen.. Maximum aan nabijheid maar met behoud van distantie werd er gezegd , maar de nadruk lag toch wel op het laatste. Ik hoop dat de GGZ zich verder ontwikkelt in de richting van betrokken hulpverlenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *