jose-van-el

Deze blog is geschreven door psycholoog Clara Koek. Ze werkt bij GGZ Noord Holland Noord en is sinds vorig jaar ‘uit de kast’ over haar eigen psychische kwetsbaarheid. Nu gaat ze in gesprek met o.a. ggz-collega’s. Voor dit interview heeft ze afgesproken met José van El, 52 jaar, werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige in een FACTteam van GGZ-Ingeest. 

Belangstelling voor Psychiatrie

José deed het gymnasium en koos daarna in eerste instantie voor de studie theologie aan de VU Amsterdam. Die keuze was vooral geïnspireerd door de dominee uit de kerk waar zij bij hoorde. Hij werd een goede vriend. Later vernam zij dat deze man zich had gesuïcideerd wat een diepe indruk op haar maakte. Mede door deze gebeurtenis groeide haar belangstelling voor psychiatrie. Ze stopte na haar kandidaats met haar studie en koos voor de opleiding tot B-verpleegkundige. Ze werd eerst nog een paar keer afgewezen op grond van haar opleiding (u heeft gymnasium en gaat zich vast vervelen) maar kreeg bij APZ Duin en Bosch vaste grond onder de voeten. Vervelen heeft ze zich in haar beroep tot de dag van vandaag nooit gedaan.

Later vernam zij dat deze man zich had gesuïcideerd wat een diepe indruk op haar maakte.

Haar eerste werkplek was afdeling Koningsduin. Het was eind jaren '80, begin jaren 90 en in de GGZ sprak men over verblijfspsychiatrie. Koningsduin was zo'n verblijfsafdeling, ze herinnert zich dat er door de rest van de instelling op neer werd gekeken. Zowel op de patiënten als op de mensen die daar werkten. Want: daar viel toch niks mee te beginnen en was niet interessant genoeg. Maar ze kan zich nog levendig de boodschap herinneren die ze daar kreeg van haar mentor: "Hier is je belangrijkste instrument je persoon, wie je bent, en het kernwoord is tolerantie." In het licht van de huidige ontwikkelingen klinkt dat juist weer modern! Ze werkte op Duin en Bosch ook een periode met mensen met ernstige dissociatieve problemen en trauma. Het werk lag haar na aan het hart.

Verandering

José leerde tijdens haar studie haar man kennen, wie halverwege de jaren '90 de kans kreeg zich als dominee op Terschelling te vestigen. Samen maakten ze de keuze daar voor een aantal jaren heen te gaan, ook al betekende het dat José haar werk los moest laten. Achteraf bleek dat een keuze met ingewikkelde gevolgen, maar zoals vaak was het leven niet voorspelbaar of maakbaar. Met een dochtertje van 3 maanden verhuisden ze naar het eiland, waarna 1,5 jaar later de komst van hun zoon zich aankondigde. Huisvrouw, moeder, vrijwilligerswerk; het was een ander leven dan José gewend was.

“Als ik nu spring is het allemaal afgelopen”.

Ze herinnert zich nog de niet te negeren aankondiging van haar eerste depressie: op de boot naar Harlingen keek ze naar beneden waar de schroef in het water draaide en dacht: “Als ik nu spring is het allemaal afgelopen”. Hevig geschrokken van zichzelf zocht ze hulp bij de huisarts die haar slaappillen en rust voorschreef. Echte GGZ-hulp was er toen niet op Terschelling. Na de slaappillen volgden antidepressiva, voorgeschreven door de psychiater in Franeker. Er brak een zware periode aan voor haarzelf en het gezin, waarin er zelf een tijd is geweest van 4 dagen per week gezinsondersteuning. Dat zegt genoeg over hoe ernstig de depressie vat op haar had. Op foto's uit die tijd staat ze blij en liefdevol kijkend naar haar kinderen, maar ze weet nog hoe verschrikkelijk het was dat juist niet te kunnen voelen. Op ijzeren zelfdiscipline hield ze het vol op bepaalde tijden op te staan en enkele taken te blijven doen waarbij ze haar hulp de opdracht gaf haar aan te blijven spreken als ze dat niet deed. Daarnaast kwam een kringetje vriendinnen en familie het gezin ondersteunen.

Bijzonder

José deed ook iets bijzonders in deze periode waarvan ze nu, terugkijkend, zegt dat het haar zwaarste depressie was. Ze koos voor openheid. De rationele en krachtige kant in haar maakte dat ze ondanks haar depressie besefte dat uitleg geven aan de mensen om het gezin heen kon zorgen voor meer steun en begrip. Ze schreef een stuk in het kerkblad over haar depressie en wat dit voor haarzelf en haar naasten betekende. Ook ging ze met mensen in gesprek en zette ze een stap richting herstel. Ze maakte gebruik van haar kracht en talent en verkleinde zo ook de kans op (zelf)stigma.

Psychotherapie bracht geen verandering maar wel een verwijzing die waardevol bleek.

Rond de eeuwwisseling verhuisde het gezin naar de Zaanstreek. De tweede depressie volgde direct toen de verhuisdozen waren uitgepakt en de kinderen een beetje gewend waren. Dit was ongeveer drie jaar na de eerste episode, ondanks dat ze al die tijd antidepressiva was blijven gebruiken.

Psychotherapie bracht geen verandering maar wel een verwijzing die waardevol bleek. José kwam terecht bij een haptotherapeut. Juist de lichaamsgerichte benadering sloot aan en stelde haar in staat inzicht in valkuilen te krijgen en nieuwe ervaringen op te doen. Ze herinnert zich de oefeningen op een balans-tol waarop ze eerst zoals gewend een krachtige en stevige houding aannam (vechten). Bij een klein duwtje viel ze om. De therapeut nodigde haar uit het krachtige los te laten (meebewegen) en ze ontdekte juist dat ze in een kwetsbare houding haar evenwicht kon bewaren. Het inzicht juist niet onderuit te gaan door het inzetten en tonen van kwetsbaarheid ,heeft haar sindsdien geholpen met verschillende moeilijke situaties om te gaan.

Openheid

In 2004, ze werkte toen weer als B- verpleegkundige op de Valeriuskliniek in Amsterdam, volgde de derde depressie. Ze denkt terugkijkend, dat het feit dat ze deels toch aan het werk bleef de depressie heeft bekort. Ook heeft ze toen, na dit eerst met haar leidinggevende te hebben gesproken, openheid gegeven over haar psychische aandoening aan haar team. Ze wilde zich óók in haar werk niet meer verstoppen en had in haar herstelproces van de afgelopen jaren op verschillende manieren al gemerkt dat openheid helpend kan zijn. Het viel goed. Collega's reageerden vooral positief op het feit dat hun collega naast rationeel, zelfverzekerd, sterk, ook een heel kwetsbare kant bleek te hebben, net als iedereen eigenlijk. Dat ze echt beseften hoe ernstig haar depressies waren betwijfelt José, want ze zagen haar wel op het werk, goed functioneren, ondanks…

Gelijkwaardigheid

“Ik had het nodig om mezelf te zien functioneren met mijn aandoening.”, zegt José, "Toen kon ik bij mezelf echt het beeld bijstellen dat ik met mijn kwetsbaarheid voor depressie niet goed zou kunnen functioneren. Ik moest daar wel wat voor doen, die openheid en uitleg geven, een periode minder gaan werken, mijn grenzen aangeven. Maar het pakte goed uit.

Maar waarom zou ik mijn cliënten in het ongewisse laten over mijn langere afwezigheid en mijn collega’s wel vertellen wat er aan de hand is?

"Vanaf die tijd, vooral toen ik drie jaar later als SPV een eigen caseload had, ben ik eigenlijk ook naar cliënten open geworden over mijn eigen ervaringen, als het te pas kwam. Maar sowieso stel ik mij open op, en gebruik ik zoals ik ooit op Koningsduin leerde, mijzelf als instrument. Ik ben daar heel vertrouwd mee, het hoort bij mij, ik kan en wil het ook niet anders doen in mijn werk. Zo ben ik ook open geweest op mijn huidige werk over het feit dat ik borstkanker heb. Naar collega's en mijn cliënten. Ik heb mijn cliënten allemaal een brief gestuurd. Een enkel collega vond dat ik cliënten daar teveel mee zou belasten. Maar waarom zou ik mijn cliënten in het ongewisse laten over mijn langere afwezigheid en mijn collega's wel vertellen wat er aan de hand is? Omdat zij een psychische aandoening hebben? Ik wil hierin dat onderscheid niet maken omdat ik denk dat mensen het vooral ervaren als respect en gelijkwaardigheid, ook al is het geen vrolijk bericht."

"Voor mij is het ‘werken met mijzelf als belangrijkste instrument’ de enige manier om echt te kunnen aansluiten. En dat ‘mijzelf’ bestaat nu eenmaal uit veel kennis en kunde, maar ook uit problemen thuis, met gezondheid, met depressies. De relatie met mijn cliënten heeft in die zin een bepaalde mate van gelijkwaardigheid. We zijn allen mensen en leven met elkaar mee. Een man kwam mij mijn laatste werkdag een bos bloemen geven en mij sterkte wensen. Voor allebei een waardevol moment waarop we uiting konden geven aan wat het voor ons beiden betekent."

Meer lezen van Clara? Bekijk ook haar blog 'Gelukkig bij een ongeluk'.

jose-van-el

Deze blog is geschreven door psycholoog Clara Koek. Ze werkt bij GGZ Noord Holland Noord en is sinds vorig jaar ‘uit de kast’ over haar eigen psychische kwetsbaarheid. Nu gaat ze in gesprek met o.a. ggz-collega’s. Voor dit interview heeft ze afgesproken met José van El, 52 jaar, werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige in een FACTteam van GGZ-Ingeest. 

Belangstelling voor Psychiatrie

José deed het gymnasium en koos daarna in eerste instantie voor de studie theologie aan de VU Amsterdam. Die keuze was vooral geïnspireerd door de dominee uit de kerk waar zij bij hoorde. Hij werd een goede vriend. Later vernam zij dat deze man zich had gesuïcideerd wat een diepe indruk op haar maakte. Mede door deze gebeurtenis groeide haar belangstelling voor psychiatrie. Ze stopte na haar kandidaats met haar studie en koos voor de opleiding tot B-verpleegkundige. Ze werd eerst nog een paar keer afgewezen op grond van haar opleiding (u heeft gymnasium en gaat zich vast vervelen) maar kreeg bij APZ Duin en Bosch vaste grond onder de voeten. Vervelen heeft ze zich in haar beroep tot de dag van vandaag nooit gedaan.

Later vernam zij dat deze man zich had gesuïcideerd wat een diepe indruk op haar maakte.

Haar eerste werkplek was afdeling Koningsduin. Het was eind jaren ’80, begin jaren 90 en in de GGZ sprak men over verblijfspsychiatrie. Koningsduin was zo’n verblijfsafdeling, ze herinnert zich dat er door de rest van de instelling op neer werd gekeken. Zowel op de patiënten als op de mensen die daar werkten. Want: daar viel toch niks mee te beginnen en was niet interessant genoeg. Maar ze kan zich nog levendig de boodschap herinneren die ze daar kreeg van haar mentor: “Hier is je belangrijkste instrument je persoon, wie je bent, en het kernwoord is tolerantie.” In het licht van de huidige ontwikkelingen klinkt dat juist weer modern! Ze werkte op Duin en Bosch ook een periode met mensen met ernstige dissociatieve problemen en trauma. Het werk lag haar na aan het hart.

Verandering

José leerde tijdens haar studie haar man kennen, wie halverwege de jaren ’90 de kans kreeg zich als dominee op Terschelling te vestigen. Samen maakten ze de keuze daar voor een aantal jaren heen te gaan, ook al betekende het dat José haar werk los moest laten. Achteraf bleek dat een keuze met ingewikkelde gevolgen, maar zoals vaak was het leven niet voorspelbaar of maakbaar. Met een dochtertje van 3 maanden verhuisden ze naar het eiland, waarna 1,5 jaar later de komst van hun zoon zich aankondigde. Huisvrouw, moeder, vrijwilligerswerk; het was een ander leven dan José gewend was.

“Als ik nu spring is het allemaal afgelopen”.

Ze herinnert zich nog de niet te negeren aankondiging van haar eerste depressie: op de boot naar Harlingen keek ze naar beneden waar de schroef in het water draaide en dacht: “Als ik nu spring is het allemaal afgelopen”. Hevig geschrokken van zichzelf zocht ze hulp bij de huisarts die haar slaappillen en rust voorschreef. Echte GGZ-hulp was er toen niet op Terschelling. Na de slaappillen volgden antidepressiva, voorgeschreven door de psychiater in Franeker. Er brak een zware periode aan voor haarzelf en het gezin, waarin er zelf een tijd is geweest van 4 dagen per week gezinsondersteuning. Dat zegt genoeg over hoe ernstig de depressie vat op haar had. Op foto’s uit die tijd staat ze blij en liefdevol kijkend naar haar kinderen, maar ze weet nog hoe verschrikkelijk het was dat juist niet te kunnen voelen. Op ijzeren zelfdiscipline hield ze het vol op bepaalde tijden op te staan en enkele taken te blijven doen waarbij ze haar hulp de opdracht gaf haar aan te blijven spreken als ze dat niet deed. Daarnaast kwam een kringetje vriendinnen en familie het gezin ondersteunen.

Bijzonder

José deed ook iets bijzonders in deze periode waarvan ze nu, terugkijkend, zegt dat het haar zwaarste depressie was. Ze koos voor openheid. De rationele en krachtige kant in haar maakte dat ze ondanks haar depressie besefte dat uitleg geven aan de mensen om het gezin heen kon zorgen voor meer steun en begrip. Ze schreef een stuk in het kerkblad over haar depressie en wat dit voor haarzelf en haar naasten betekende. Ook ging ze met mensen in gesprek en zette ze een stap richting herstel. Ze maakte gebruik van haar kracht en talent en verkleinde zo ook de kans op (zelf)stigma.

Psychotherapie bracht geen verandering maar wel een verwijzing die waardevol bleek.

Rond de eeuwwisseling verhuisde het gezin naar de Zaanstreek. De tweede depressie volgde direct toen de verhuisdozen waren uitgepakt en de kinderen een beetje gewend waren. Dit was ongeveer drie jaar na de eerste episode, ondanks dat ze al die tijd antidepressiva was blijven gebruiken.

Psychotherapie bracht geen verandering maar wel een verwijzing die waardevol bleek. José kwam terecht bij een haptotherapeut. Juist de lichaamsgerichte benadering sloot aan en stelde haar in staat inzicht in valkuilen te krijgen en nieuwe ervaringen op te doen. Ze herinnert zich de oefeningen op een balans-tol waarop ze eerst zoals gewend een krachtige en stevige houding aannam (vechten). Bij een klein duwtje viel ze om. De therapeut nodigde haar uit het krachtige los te laten (meebewegen) en ze ontdekte juist dat ze in een kwetsbare houding haar evenwicht kon bewaren. Het inzicht juist niet onderuit te gaan door het inzetten en tonen van kwetsbaarheid ,heeft haar sindsdien geholpen met verschillende moeilijke situaties om te gaan.

Openheid

In 2004, ze werkte toen weer als B- verpleegkundige op de Valeriuskliniek in Amsterdam, volgde de derde depressie. Ze denkt terugkijkend, dat het feit dat ze deels toch aan het werk bleef de depressie heeft bekort. Ook heeft ze toen, na dit eerst met haar leidinggevende te hebben gesproken, openheid gegeven over haar psychische aandoening aan haar team. Ze wilde zich óók in haar werk niet meer verstoppen en had in haar herstelproces van de afgelopen jaren op verschillende manieren al gemerkt dat openheid helpend kan zijn. Het viel goed. Collega’s reageerden vooral positief op het feit dat hun collega naast rationeel, zelfverzekerd, sterk, ook een heel kwetsbare kant bleek te hebben, net als iedereen eigenlijk. Dat ze echt beseften hoe ernstig haar depressies waren betwijfelt José, want ze zagen haar wel op het werk, goed functioneren, ondanks…

Gelijkwaardigheid

“Ik had het nodig om mezelf te zien functioneren met mijn aandoening.”, zegt José, “Toen kon ik bij mezelf echt het beeld bijstellen dat ik met mijn kwetsbaarheid voor depressie niet goed zou kunnen functioneren. Ik moest daar wel wat voor doen, die openheid en uitleg geven, een periode minder gaan werken, mijn grenzen aangeven. Maar het pakte goed uit.

Maar waarom zou ik mijn cliënten in het ongewisse laten over mijn langere afwezigheid en mijn collega’s wel vertellen wat er aan de hand is?

“Vanaf die tijd, vooral toen ik drie jaar later als SPV een eigen caseload had, ben ik eigenlijk ook naar cliënten open geworden over mijn eigen ervaringen, als het te pas kwam. Maar sowieso stel ik mij open op, en gebruik ik zoals ik ooit op Koningsduin leerde, mijzelf als instrument. Ik ben daar heel vertrouwd mee, het hoort bij mij, ik kan en wil het ook niet anders doen in mijn werk. Zo ben ik ook open geweest op mijn huidige werk over het feit dat ik borstkanker heb. Naar collega’s en mijn cliënten. Ik heb mijn cliënten allemaal een brief gestuurd. Een enkel collega vond dat ik cliënten daar teveel mee zou belasten. Maar waarom zou ik mijn cliënten in het ongewisse laten over mijn langere afwezigheid en mijn collega’s wel vertellen wat er aan de hand is? Omdat zij een psychische aandoening hebben? Ik wil hierin dat onderscheid niet maken omdat ik denk dat mensen het vooral ervaren als respect en gelijkwaardigheid, ook al is het geen vrolijk bericht.”

“Voor mij is het ‘werken met mijzelf als belangrijkste instrument’ de enige manier om echt te kunnen aansluiten. En dat ‘mijzelf’ bestaat nu eenmaal uit veel kennis en kunde, maar ook uit problemen thuis, met gezondheid, met depressies. De relatie met mijn cliënten heeft in die zin een bepaalde mate van gelijkwaardigheid. We zijn allen mensen en leven met elkaar mee. Een man kwam mij mijn laatste werkdag een bos bloemen geven en mij sterkte wensen. Voor allebei een waardevol moment waarop we uiting konden geven aan wat het voor ons beiden betekent.”

Meer lezen van Clara? Bekijk ook haar blog ‘Gelukkig bij een ongeluk‘.

2 reacties “‘Ik had het nodig mezelf te zien functioneren met aandoening’

    1. Jammer dat er zo’n reactie volgt als die van G. de Leef.
      Ongenuanceerd en niet empathisch.
      Stigmatiserend!

      Ja er zijn in de ggz zaken die dienen te verbeteren.
      U kunt uw gram wellicht bij de zorgverzekeraars halen!

      José, respect voor jou!
      Depressies zijn gruwelijk zwaar en hoe jij met de ziekte versus jouw omgeving omgaat en de vechtlust die jij toont vind ik enorm knap.
      Marianne Krijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *