Door: Merije
Op een raam in een klaslokaal op mijn middelbare school, hing vroeger een poster met de tekst: heeft u wel eens een normaal mens ontmoet? En, hoe was het? Ik vond dat een hele grappige tekst en het deed me denken, wat is normaal eigenlijk? Wie bepaalt dat? Ik wist als puber niet, dat ik ook een psychische aandoening had. Ook al had ik allang allerlei symptomen daarvan.

Hoe kan dat nou? Kun je je afvragen. Nou heel simpel. Ik dacht dat ik 'normaal' was. Wat dat ook mocht betekenen. Ik maakte dan wel dingen mee die erg vervelend waren, maar ik wist niet dat niet iedereen die meemaakte. Eigenlijk hoor je dat heel vaak. 'Ik dacht dat het normaal was'. Normaal betekent eigenlijk voor iedereen iets anders.

Normaal betekende voor mij bijvoorbeeld dat ik altijd wakker lag 's nachts, dat ik altijd nachtmerries had. En dat ik geluiden vermeed omdat ik daar een ontzettend rot en angstig gevoel van kreeg. Wist ik veel dat niet iedereen dat had. Er bestaat geen boek: normale verschijnselen van menszijn. Ik zou het knap vinden als iemand die kon schrijven. Normaal bestaat eigenlijk gewoon niet.

Zo gewoontjes

Eigenlijk was het handig geweest, als ik iemand verteld had waarvan ik allemaal last had. Ik had namelijk al last van de symptomen van PTSS toen ik ongeveer negen was. Het kwam niet in me op te vertellen over wat ik allemaal meemaakte als ik alleen was. Jarenlang leefde ik in de overtuiging, dat ik supernormaal was. Saai zelfs. Ik deed mijn best bijzonder of apart te zijn omdat ik mezelf zo gewoontjes vond.

Dat is voor mensen met echte problemen, dacht ik!

En zelfs toen ik in therapie ging in mijn pubertijd, heb ik mijn therapeute nooit verteld over de vreemde invloed van bepaalde geluiden, geuren en situaties op mijn leven en andere symptomen. Ik deed al aan vermijden als kind en was dat zo gewend dat ik het niet noemenswaardig achtte. Ik had last van hyperventilatie-aanvallen, slaapwandelen, zenuwtics en slapeloosheid, depressies, paniekaanvallen en angstaanvallen.

Roofbouw

Toch deed ik het redelijk goed op school, had vriendinnen, viel niet op vanwege slecht gedrag. Niemand had door, dat ik het eigenlijk heel moeilijk had. Zelfs ik niet! Ik ben een ontzettende knokker en heb jaren geleden onder symptomen waarvoor ik hulp had kunnen krijgen. Pas toen ik overspannen raakte toen ik 32 was, kwam het besef pas echt. Ik had jarenlang roofbouw gepleegd op mezelf door het ontkennen van een ernstige psychische aandoening, die mijn leven al heel lang sterk beïnvloed had.

Alles moet altijd beter, mooier en groter

Ik kreeg de diagnose chronisch PTSS al op mijn 20e maar dacht: nou nou nou, dat weet ik niet hoor! Ik had mezelf nooit gezien als 'patiënt'. Ik ontkende het eigenlijk en werkte en studeerde door. Trouwens, dacht ik, ik maak zelf wel uit of ik psychiatrisch patiënt wil zijn, of niet! Ik wees het intensieve GGZ-traject dan ook af dat me werd aangeboden. Dat is voor mensen met echte problemen, dacht ik!

Niks geks aan!

Eigenlijk had ik last van zelfstigma, omdat het jaren en jaren duurde, voordat ik besefte dat ik toch echt een mens was met een chronische psychische aandoening. Ik heb dat eigenlijk heel lang ontkend. Toch, als ik denk aan de manier waarop ik naar mensen keek met een psychische aandoening, die vond ik niet minder dan anderen en vond ze niet eng of niet de moeite waard. Ik had mezelf alleen nooit zo gezien.

Door bij mezelf na te gaan waarom ik zo lang en hard heb ontkend waar ik last van heb, zie ik hoe stigma werkt. Het is niet alleen een gebrek aan kennis maar kan ook een gebrek aan zelfinzicht zijn en een weerstand imperfect te zijn. Men wil zich niet herkennen in psychische ziekte. In onze samenleving ligt de lat hoog en moet alles altijd beter, mooier en groter. En uiteindelijk, wil iedereen toch gewoon 'normaal' zijn. Nou, ik ben normaal, ik heb alleen chronisch PTSS. Niks geks aan!

Door: Merije
Op een raam in een klaslokaal op mijn middelbare school, hing vroeger een poster met de tekst: heeft u wel eens een normaal mens ontmoet? En, hoe was het? Ik vond dat een hele grappige tekst en het deed me denken, wat is normaal eigenlijk? Wie bepaalt dat? Ik wist als puber niet, dat ik ook een psychische aandoening had. Ook al had ik allang allerlei symptomen daarvan.

Hoe kan dat nou? Kun je je afvragen. Nou heel simpel. Ik dacht dat ik ‘normaal’ was. Wat dat ook mocht betekenen. Ik maakte dan wel dingen mee die erg vervelend waren, maar ik wist niet dat niet iedereen die meemaakte. Eigenlijk hoor je dat heel vaak. ‘Ik dacht dat het normaal was’. Normaal betekent eigenlijk voor iedereen iets anders.

Normaal betekende voor mij bijvoorbeeld dat ik altijd wakker lag ’s nachts, dat ik altijd nachtmerries had. En dat ik geluiden vermeed omdat ik daar een ontzettend rot en angstig gevoel van kreeg. Wist ik veel dat niet iedereen dat had. Er bestaat geen boek: normale verschijnselen van menszijn. Ik zou het knap vinden als iemand die kon schrijven. Normaal bestaat eigenlijk gewoon niet.

Zo gewoontjes

Eigenlijk was het handig geweest, als ik iemand verteld had waarvan ik allemaal last had. Ik had namelijk al last van de symptomen van PTSS toen ik ongeveer negen was. Het kwam niet in me op te vertellen over wat ik allemaal meemaakte als ik alleen was. Jarenlang leefde ik in de overtuiging, dat ik supernormaal was. Saai zelfs. Ik deed mijn best bijzonder of apart te zijn omdat ik mezelf zo gewoontjes vond.

Dat is voor mensen met echte problemen, dacht ik!

En zelfs toen ik in therapie ging in mijn pubertijd, heb ik mijn therapeute nooit verteld over de vreemde invloed van bepaalde geluiden, geuren en situaties op mijn leven en andere symptomen. Ik deed al aan vermijden als kind en was dat zo gewend dat ik het niet noemenswaardig achtte. Ik had last van hyperventilatie-aanvallen, slaapwandelen, zenuwtics en slapeloosheid, depressies, paniekaanvallen en angstaanvallen.

Roofbouw

Toch deed ik het redelijk goed op school, had vriendinnen, viel niet op vanwege slecht gedrag. Niemand had door, dat ik het eigenlijk heel moeilijk had. Zelfs ik niet! Ik ben een ontzettende knokker en heb jaren geleden onder symptomen waarvoor ik hulp had kunnen krijgen. Pas toen ik overspannen raakte toen ik 32 was, kwam het besef pas echt. Ik had jarenlang roofbouw gepleegd op mezelf door het ontkennen van een ernstige psychische aandoening, die mijn leven al heel lang sterk beïnvloed had.

Alles moet altijd beter, mooier en groter

Ik kreeg de diagnose chronisch PTSS al op mijn 20e maar dacht: nou nou nou, dat weet ik niet hoor! Ik had mezelf nooit gezien als ‘patiënt’. Ik ontkende het eigenlijk en werkte en studeerde door. Trouwens, dacht ik, ik maak zelf wel uit of ik psychiatrisch patiënt wil zijn, of niet! Ik wees het intensieve GGZ-traject dan ook af dat me werd aangeboden. Dat is voor mensen met echte problemen, dacht ik!

Niks geks aan!

Eigenlijk had ik last van zelfstigma, omdat het jaren en jaren duurde, voordat ik besefte dat ik toch echt een mens was met een chronische psychische aandoening. Ik heb dat eigenlijk heel lang ontkend. Toch, als ik denk aan de manier waarop ik naar mensen keek met een psychische aandoening, die vond ik niet minder dan anderen en vond ze niet eng of niet de moeite waard. Ik had mezelf alleen nooit zo gezien.

Door bij mezelf na te gaan waarom ik zo lang en hard heb ontkend waar ik last van heb, zie ik hoe stigma werkt. Het is niet alleen een gebrek aan kennis maar kan ook een gebrek aan zelfinzicht zijn en een weerstand imperfect te zijn. Men wil zich niet herkennen in psychische ziekte. In onze samenleving ligt de lat hoog en moet alles altijd beter, mooier en groter. En uiteindelijk, wil iedereen toch gewoon ‘normaal’ zijn. Nou, ik ben normaal, ik heb alleen chronisch PTSS. Niks geks aan!

1 reactie “Normaal is denken dat je normaal bent

  1. Mooi verhaal, heel helpend en herkenbaar. ik merk bij mezelf hierin ook een heen en weer gaande werking, van het ontkennen van mijn problemen, het lukt toch wel weer, en vervolgens toch weer keihard onderuit gaan. zou ik met je in contact kunnen komen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *