Door: Kees Dijkman

Het overkwam me vlak voor de zomer, tijdens een bijeenkomst waarop een bevlogen hulpverlener vertelde over zijn werk. Hij had allerlei grensverleggende projecten opgezet voor zijn cliënten, die uiteindelijk door henzelf verder gerund werden. ‘Daarmee is maar weer eens bewezen dat mensen met een psychische aandoening prima in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen en managementtaken op zich te nemen,’ riep hij met aanstekelijk enthousiasme.

Mooi! Maar toch kreeg ik er ook een beetje jeuk van. Want: hoezo bestond daar twijfel over? Ik heb een behoorlijk stevige psychische aandoening en er staat inmiddels ook het een en ander aan managementervaring op mijn cv. Dat is niet iets om speciaal trots op te zijn. Of in ieder geval niet in verband met mijn psychische aandoening. Het is namelijk niets uitzonderlijks. Heel veel mensen met een psychische aandoening geven ergens leiding aan. Verantwoordelijkheid nemen doen we allemaal, elke dag.

Negatieve beelden

Sommige vormen van stigmatisering zijn overzichtelijk. Iedereen kent de beelden. Mensen met een psychische aandoening zouden onberekenbaar zijn, een potentieel gevaar vormen, overlast geven, er onverzorgd uitzien, verward gedrag vertonen. Eenzijdige, negatieve beelden, die hooguit gelden voor sommige mensen en dan nog alleen als zij in een crisis beland zijn. Gelukkig is dat meestal tijdelijk. Toch komt deze beelden steeds terug. Vooral in de media. Vooral als het gaat om incidenten. Die stigmatisering gaan we dus aanpakken. Duidelijk genoeg, zou je zeggen.

‘Het zichtbare stuk, dat boven de zee uitsteekt.’

Toch bekruipt me steeds vaker het gevoel dat we iets over het hoofd zien. Dat deze duidelijke negatieve beeldvorming maar het topje van de ijsberg is. Het zichtbare stuk, dat boven de zee uitsteekt. Daaronder zit een hele berg aan onzichtbaar, onderhuids ongemak. Elke keer als mensen met een psychische aandoening weggezet worden als ‘anders dan een ander’ groeit die berg van onderop aan. Bijvoorbeeld als je benadrukt hoe geweldig het is dat mensen met een psychische aandoening ergens leiding aan geven of verantwoordelijkheid nemen.

Doorsnee

Nog een paar voorbeelden:

· Laatst las ik weer eens een pleidooi voor ‘ruimte om anders te zijn’. Daar is natuurlijk niets mis mee. Een gevarieerde wereld is speelser, leuker, uitdagender. Maar eh… wat heeft dat met een psychische aandoening te maken? Ik ben zelf bijvoorbeeld helemaal niet zo ‘anders’. Sterker nog, ik ben hartstikke doorsnee: vrouw en kind, rijtjeshuis, auto voor de deur, hard werken en in de zomer lekker op vakantie. Ook dat geldt voor de meerderheid van mensen met een psychische aandoening.

· Idem voor de verbinding tussen gekte en creativiteit of genialiteit. Dat veronderstelde verband is gewoon kletskoek. Psychische aandoeningen zijn ongelofelijk mainstream en treffen rijp en groen, wild en bedaard, oud en jong. Mensen met een psychische aandoening zijn geen betere of slechtere kunstenaars, schrijvers of wetenschappers dan anderen. Zo’n aandoening kan je juist behoorlijk belemmeren bij het laten bloeien van je talent.

Niks bijzonders

· Waarom is het ergerlijk om te lezen dat ‘herstel mogelijk is’? Herstel is juist heel gebruikelijk!

Ik vind dat het hoog tijd wordt om psychische aandoeningen te normaliseren. Hou op met net te doen alsof het iets bijzonders is. Dat is het namelijk niet. Het is een veel voorkomende menselijke ervaring. Het kan een ingrijpende ervaring zijn, waar je – gelukkig meestal tijdelijk – veel hulp en steun bij nodig hebt, van je omgeving en van professionals. Je kunt er goed uitkomen, sterker, wijzer. Je kunt er rot uitkomen, beschadigd, beperkt. Maar meestal is het iets daar tussenin: je had het liever niet meegemaakt, misschien houdt het nooit helemaal op, je houdt er littekens aan over, maar je geeft het een plek en daar leer je van. Net als bij alle ingrijpende ervaringen.

‘…Ieder mens is uitzonderlijk.’

Een psychische aandoening maakt je op geen enkele manier een uitzonderlijk mens. Of, omgekeerd: ieder mens is uitzonderlijk. Een psychische aandoening kan daar wel een bepaalde kleur aan geven.

Die kleur kan zelfs heel intens zijn. Maar uiteindelijk doet dit niets toe of af aan je uitzonderlijkheid. Dat is niet erg, juist niet. Dat is bemoedigend. Mens zijn op zich is wonderbaarlijk genoeg.

 

Meer lezen van Kees? Lees dan ook zijn andere blogs: ‘Uitzonderlijk gewoon‘, ‘Humor om te lachen‘, ‘Pillen‘, ‘Hartverscheurend‘, ‘Klaar‘, ‘Zwarte hond‘, & ‘Waanzin?‘.