Door: Kees Dijkman

Pillen of praten. Het dilemma was weer volop in het nieuws afgelopen december. De aanleiding: een nieuw boek van Peter Gøtzsche, de Deense internist en onderzoeker die al jaren verkondigt dat we de overgrote meerderheid van de pillen die we slikken helemaal niet nodig hebben. Sterker nog, dat al die overbodige pillen ons alleen maar zieker maken. Erger nog, dat er miljoenen doden door vallen. Jaarlijks. De farmaceutische industrie valt voor hem in de categorie georganiseerde criminaliteit. Hij kan het weten, want in zijn jonge jaren was hij jarenlang artsenbezoeker voor die industrie. Gøtzsche is, kortom, een bekeerling die zich met volle kracht tegen zijn voormalige bazen keert. Dat levert boeken op met titels als ‘Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad’ en ‘Dodelijke psychiatrie en stelselmatige ontkenning’. Dat laatste boek verscheen in december in Nederlandse vertaling, vandaar de ophef.

“Dat zit zo: mijn leven is gered door pillen.”

Gøtzsche is niet zachtzinnig. Pillenfabrikanten zijn duivels en artsen hun aanbidders. Kom je met een dipje bij de huisarts, dan krijg je pillen voorgeschreven waar je liefdesleven van naar de knoppen gaat en waar je met een beetje pech suïcidaal van wordt. Tot overmaat van ramp raak je er verslaafd aan, zodat je er maar moeilijk weer vanaf komt. Meld je je bij een psychiater, dan krijg je pillen waar je vooral sloom en dik van wordt, zodat je voortijdig overlijdt aan de gevolgen van diabetes. En dat alleen maar om de vette winsten van de industrie veilig te stellen. Aldus Gøtzsche.

Geen alternatieven

Gøtzsche verkondigt een extreem ongenuanceerd standpunt. Daar zou je je schouders over kunnen ophalen. Ik heb dat geprobeerd. Maar het lukt me niet. Het bleef knagen. Dat zit zo: mijn leven is gered door pillen. Niet door een of ander placebo-effect: ik begon ermee uit wanhoop, niet uit overtuiging – ik kon me niet voorstellen dat ze zouden helpen, maar ik had geen alternatieven meer. Niet doordat ik ze kreeg van een vriendelijke dokter: ik kreeg ze voorgeschreven door een chagrijnige psychiater, die niet meer dan vijf minuten tijd voor me had. Nee, die pillen hielpen echt, door de werkzame stof. Een selectieve serotonine heropname remmer (SSRI) heeft ervoor gezorgd dat mijn brein vijf jaar geleden weer op de rails terecht kwam, in plaats van op volle snelheid ontspoord door het weiland ernaast te blijven ploegen. Ik kon weer verder.

“Pillen helpen echt – voor mij was dat een openbaring.”

Openbaring

Voor mij was dat een openbaring. Het was namelijk niet voor het eerst dat mijn brein ontspoorde. Vijfentwintig jaar eerder was dat ook al eens gebeurd. De psychiatrische instellingen waar ik toen terechtkwam, hanteerden allemaal een zero tolerance beleid voor pillen. Die mocht je inleveren bij de ingang. Wie betrapt werd met een paracetamolletje kon per direct vertrekken. Met pillen kon je onmogelijk jezelf onder ogen zien en daarover praten – destijds de enige manier om uit de problemen te komen. Het duurde toen jaren voordat ik weer naar buiten durfde, letterlijk en figuurlijk. Hoe anders ging het vijf jaar terug. Al na anderhalve week voelde ik de mist in mijn hoofd optrekken. Na vier weken was ik weer helemaal mezelf. Nou ja, op de bijwerkingen na dan.

Want die zijn er natuurlijk wel degelijk. SSRI’s zijn zware medicijnen, die je niet zomaar slikt. En inderdaad, je komt er niet zo gemakkelijk meer vanaf. Niet omdat ze verslavend zijn – ze blijven gewoon werken, ook zonder dat je de dosering hoeft te verhogen. Wel omdat je door een periode van onttrekkingsverschijnselen heen moet, die behoorlijk heftig kan zijn. Ik gebruik nu nog de helft van de dosering die ik destijds voorgeschreven kreeg. Ik hoop er ooit nog eens helemaal vanaf te komen. Maar nu even niet, voorlopig kies ik voor rust. Kortom, pillen helpen wel degelijk. Maar je betaalt er wel een prijs voor. Dus je neemt ze niet zomaar. Het is een afweging. Die maak je zelf, in overleg met je dokter.

Enorm podium

Terug naar Gøtzsche. Want er is meer dat mij stoort: de man krijgt een enorm podium. Het dagblad Trouw begon ermee, in de zaterdagkrant van 17 december. Grote koppen: ‘Psycho-pillen doen meer kwaad dan goed’ en ‘Antidepressiva zijn nutteloos en schadelijk’. Daarna ging de Volkskrant los met: ‘We zijn gehersenspoeld door de farmaceutische industrie’. Met citaathaken er omheen, dat dan weer wel. Talloze media volgden, allemaal op vergelijkbare toon. Debatcentrum De Balie organiseerde een publiek debat met Gøtzsche, onder de titel ‘Hoe de psychiatrie de weg is kwijtgeraakt’. Allemaal veel te veel eer, wat mij betreft. Maar is het ook stigmatiserend? Hebben wij mensen met een psychische kwetsbaarheid hier last van? Zo voelt het wel, maar klopt dat gevoel? Ik besloot om naar de opname van het debat te gaan kijken.1 Zo ontdekte ik Peter Groot.

“Ik hou er niet van als iemand mij komt vertellen wat wel en niet goed voor me is.”

Peter Groot is in alles de tegenhanger van Peter Gøtzsche. Groot is ervaringsdeskundig: hij gebruikt zelf antidepressiva. Net als velen van ons ervaart hij dagelijks de voordelen en ziet hij de bijwerkingen onder ogen. Groot is bovendien een grondige wetenschappelijke onderzoeker, die zijn leven wijdt aan het uitpuzzelen van verantwoorde methodes om het gebruik van psychofarmaca af te bouwen. ‘Ik hou er niet van als iemand mij komt vertellen wat wel en niet goed voor me is,’ begon Groot. Gelijk raak. En even later: ‘Ik denk dat het enorm beschadigend is om te stellen dat 98% van alle mensen die antidepressiva gebruiken daar geen baat bij zouden hebben. […] Meer dan een miljoen mensen in Nederland die antidepressiva gebruiken krijgen de boodschap dat ze stommelingen zijn en dat ze zich zouden moeten schamen voor hun gedrag. Hoeveel schade kun je doen?’ Veel, helaas…

“Hoeveel schade kun je doen? Veel, helaas…”

Respect

Moeten we het dan helemaal niet meer hebben over het voorschrijfgedrag van huisartsen en psychiaters? Mogen we geen vragen meer stellen bij een miljoen gebruikers van antidepressiva, een half miljoen gebruikers van benzodiazepinen en driehonderdduizend gebruikers van antipsychotica? Natuurlijk wel! Want tja, dat zijn er natuurlijk wel heel erg veel. En zeker, menselijk contact is onmisbaar als je echt aan de slag wilt met herstel. Pillen kunnen daar nooit voor in de plaats komen. Maar ik zou die discussie graag voeren zonder mensen aan te vallen op hun keuzes of met een beschuldigende vinger te wijzen naar wie dan ook. Een beetje respect graag!

1 Terug te zien op www.debalie.nl/de-balie-tv, maandag 19 december 2016.

Wil je meer blogs lezen van Kees? Bekijk dan ook zijn blogs ‘Besef, je kwetsbaarheid is er áltijd’‘Zwarte hond’‘Waanzin?’ & ‘Klaar’

2 reacties “‘Pillen’

  1. Dank je wel! Je omschrijft het precies zoals ik het zie. Als ik geen pillen had gehad een half jaar geleden dan was ik er nu heel slecht aan toe geweest. Niet omdat ik een stommeling ben die gewoon verkeerd denkt, zoals de praktijkondersteuner mij nog even onder de neus wreef, maar door een medicatie fout bij mijn schildklier. Morgen ga ik het met mijn huisarts hebben over stigma s , want ook daar komen ze voor!

  2. Er zijn heel veel medicijnen uit de natuur die niet serieus worden genomen door de psychiatrie, wellicht omdat die zichzelf in stand houdt met het probleem: kassa! Ik ben een (onuitgesproken) ervaringsdeskundige die ooit is overgestapt naar antidepressiva, Venlavaxine om precies te zijn. Mijn onderneming is verkeerd gelopen, mijn relatie mislukt, ik ben in de schulden terechtgekomen. Een grote anticlimax. Daarna heb ik hulp gezocht, toen heb ik antipsychotica gekregen. Ik kwam onwijs aan (was 90 kilo) en voelde mij constant moe. Mijn zelfregie was weg. Na jaren te hebben weggegooid ben ik er bovenopgekomen door precies het tegenovergestelde te doen wat er tegen mij werd verteld. Ik ben verhuisd naar een andere stad, ben gaan studeren en bouw een carrière op. Iets wat ik niet voor mogelijk hield is toch gebeurd. Ik ben daarbij 30 kilo kwijtgeraakt. Ik heb de deuren naar mijn verleden acht mij dichtgedaan. Waar ik wel baat bij heb is 2 x per dag een ritalin, voor mijn ADD, om me uit de wolk te halen zeg maar. Ik heb er geen spijt van, ik heb geleerd om vooral naar mezelf te luisteren, dat is een begin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *