Door: Lotje Lomme

Voor deze blog interviewde ik mezelf: echtgenote, moeder, hardloopster, docente Italiaans, hobbykok en psychosegevoelig. Over stigma.

Ervaar je stigma?

Steeds minder sinds ik er zelf open over ben en vrienden en familie er met me over praten. Ik heb sinds 2003 last van psychosegevoeligheid, maar heb tot 2019 gewacht met er open over zijn naar kennissen, op social media en mijn werk. Ook bij vrienden of familie zweeg ik er over. Het was lange tijd verborgen. Als je open bent geef je mensen de mogelijkheid naar je te vragen, hoe het met je gaat. Als je er zelf niks over zegt omdat je je schaamt of niet weet wat het is, dan kunnen anderen er ook niet naar vragen en je ook niet helpen. Ik vind het nu wel verdrietig dat ik dat lang niet heb gedurfd. Niet iedereen durft nu te vragen hoe het met me gaat, maar meer mensen wél dan niet. Mensen zeggen nu ook: 'Wat klote voor je!' Dat is zo fijn. Ik denk dat ik het meeste last heb gehad van zelfstigma.

Hoe wil je stigma niet bespreken?

Als je het hebt over stigma dan moet je het ook benoemen. Ik kende vroeger niemand die psychoses had. Ik had gênante dingen gedaan en op tv zag je ook geen goede voorbeelden. Psychoses vertegenwoordigen het meest typische beeld dat mensen hebben van iemand die 'gek' is.

'Dat zijn de stereotypes waar ik me niet mee identificeer, maar het is tegelijkertijd het stigma waartoe ik veroordeeld ben.'

Als ik je vraag om niet aan een roze olifant te denken, is waarschijnlijk het eerste waar je nu aan denkt een roze olifant. Het stereotype psychoot? Een gevaarlijke gek van de misdaadpagina's in de krant, iemand die met een kamikaze actie een wolkenkrabber in vliegt. Of toch liever een artistiek genie dat zijn oor afsnijdt en ondertussen geniale wereldberoemde schilderijen maakt. De in zichzelf pratende dakloze op het station die met andere mensen ruzie maakt. Een werkeloos hoopje zelfmedelijden die de hele dag sjekkies draait en joggingbroeken draagt zoals we zien in de ggz stockfoto's. Dat zijn de stereotypes waar ik me niet mee identificeer, maar het is tegelijkertijd het stigma waartoe ik veroordeeld ben.

Normaal zijn lijkt niet tot de opties te behoren. Nu weet ik dat het 'gek' van een psychose veel verschillende vormen aan kan nemen en dat niet alle vormen schadelijk zijn, net als met paddenstoelen. Ikzelf bleek in de loop der tijd een huis, tuin en keuken psychoot. Ik heb soms dat label waar ik niet onderuit kan. Ik wist dat er iets niet goed was en ik professionele hulp nodig had. Nu kan ik ook bedenken dat er heel veel gekkere mensen dan ik zijn zonder hulpbehoefte.

Wat kun je doen aan stigma?

Als je het label draagt: met anderen erover praten, hoewel dat lastig is in een periode dat je psychosegevoelig bent en je hoofd overhoop ligt. Het is dan moeilijk om diplomatiek je woorden te wegen over je gevoelens, die dan zo sterk zijn. Je moet ook begrijpen dat, hoewel psychosegevoeligheid voor jou soms een onuitputtelijke bron van gespreksvoer is, niet iedereen daar behoefte aan heeft. Als iemand een gebroken been heeft zegt iedereen: joh wat klote voor je, maar als diegene er dan 30 minuten over gaat vertellen bij welke doktoren hij is geweest en hoe ze het verband hebben aangelegd, dan haken mensen ook af. Kies je momenten en zorg ervoor dat je sterk genoeg bent om je woorden te kiezen met mensen van je werk of kennissen. Anders moet je gewoon nog even wachten. Ik zit niet lekker in mijn vel en krijg daar professionele hulp voor, is dan genoeg.

'Probeer iemand wel serieus te nemen, zolang zijn argumenten niemand schaden en wel hout snijden, is iemand gewoon een voorbeeld van menselijke diversiteit.'

Voor anderen: In zelfmedelijden heeft niemand zin, maar het zou wel fijn zijn als mensen zouden weten dat mensen met psychologische problemen heel veel in hun hoofd zitten en daar soms moeilijk uit komen. Dat dat juist kenmerkend is voor het ziektebeeld en niet voor de persoon. Dat weten vrienden en familie wel, die herkennen de persoon. Kennissen of mensen van je werk daarentegen, kunnen daar meer moeite mee hebben. Probeer iemand wel serieus te nemen, zolang zijn argumenten niemand schaden en wel hout snijden, is iemand gewoon een voorbeeld van menselijke diversiteit.

Wat doe jij aan stigma?

Ik probeer met mijn website positieve portretten van mensen met psychosegevoeligheid te maken. Zodat in eerste plaats mensen met deze diagnose zien dat er heel veel normale mensen zijn die hiermee leven en kunnen leven. Daarnaast is de website er voor anderen. Voor die kennissen en mensen van je werk. Ik ben cynisch genoeg om niet de illusie te koesteren dat als je niks te maken hebt met psychoses je deze website zult lezen. Ik hoop wel ook dat journalisten het vinden want ik vind dat zij erg stigmatiserend kunnen zijn. Naar mijn mening kun je stigma het beste bestrijden met positieve verhalen, want als je het gaat hebben over wat allemaal stigmatiserend is, dan heb je het er weer over. Ik hoop dus maar dat mensen kiezen voor mijn saaie goede nieuws over gewone verhalen van normale mensen en dat liever willen lezen dan de verhalen over de roze olifant. Voor mijzelf is het in ieder geval iets wat ik altijd al had willen hebben.

Door: Lotje Lomme

Voor deze blog interviewde ik mezelf: echtgenote, moeder, hardloopster, docente Italiaans, hobbykok en psychosegevoelig. Over stigma.

Ervaar je stigma?

Steeds minder sinds ik er zelf open over ben en vrienden en familie er met me over praten. Ik heb sinds 2003 last van psychosegevoeligheid, maar heb tot 2019 gewacht met er open over zijn naar kennissen, op social media en mijn werk. Ook bij vrienden of familie zweeg ik er over. Het was lange tijd verborgen. Als je open bent geef je mensen de mogelijkheid naar je te vragen, hoe het met je gaat. Als je er zelf niks over zegt omdat je je schaamt of niet weet wat het is, dan kunnen anderen er ook niet naar vragen en je ook niet helpen. Ik vind het nu wel verdrietig dat ik dat lang niet heb gedurfd. Niet iedereen durft nu te vragen hoe het met me gaat, maar meer mensen wél dan niet. Mensen zeggen nu ook: ‘Wat klote voor je!’ Dat is zo fijn. Ik denk dat ik het meeste last heb gehad van zelfstigma.

Hoe wil je stigma niet bespreken?

Als je het hebt over stigma dan moet je het ook benoemen. Ik kende vroeger niemand die psychoses had. Ik had gênante dingen gedaan en op tv zag je ook geen goede voorbeelden. Psychoses vertegenwoordigen het meest typische beeld dat mensen hebben van iemand die ‘gek’ is.

‘Dat zijn de stereotypes waar ik me niet mee identificeer, maar het is tegelijkertijd het stigma waartoe ik veroordeeld ben.’

Als ik je vraag om niet aan een roze olifant te denken, is waarschijnlijk het eerste waar je nu aan denkt een roze olifant. Het stereotype psychoot? Een gevaarlijke gek van de misdaadpagina’s in de krant, iemand die met een kamikaze actie een wolkenkrabber in vliegt. Of toch liever een artistiek genie dat zijn oor afsnijdt en ondertussen geniale wereldberoemde schilderijen maakt. De in zichzelf pratende dakloze op het station die met andere mensen ruzie maakt. Een werkeloos hoopje zelfmedelijden die de hele dag sjekkies draait en joggingbroeken draagt zoals we zien in de ggz stockfoto’s. Dat zijn de stereotypes waar ik me niet mee identificeer, maar het is tegelijkertijd het stigma waartoe ik veroordeeld ben.

Normaal zijn lijkt niet tot de opties te behoren. Nu weet ik dat het ‘gek’ van een psychose veel verschillende vormen aan kan nemen en dat niet alle vormen schadelijk zijn, net als met paddenstoelen. Ikzelf bleek in de loop der tijd een huis, tuin en keuken psychoot. Ik heb soms dat label waar ik niet onderuit kan. Ik wist dat er iets niet goed was en ik professionele hulp nodig had. Nu kan ik ook bedenken dat er heel veel gekkere mensen dan ik zijn zonder hulpbehoefte.

Wat kun je doen aan stigma?

Als je het label draagt: met anderen erover praten, hoewel dat lastig is in een periode dat je psychosegevoelig bent en je hoofd overhoop ligt. Het is dan moeilijk om diplomatiek je woorden te wegen over je gevoelens, die dan zo sterk zijn. Je moet ook begrijpen dat, hoewel psychosegevoeligheid voor jou soms een onuitputtelijke bron van gespreksvoer is, niet iedereen daar behoefte aan heeft. Als iemand een gebroken been heeft zegt iedereen: joh wat klote voor je, maar als diegene er dan 30 minuten over gaat vertellen bij welke doktoren hij is geweest en hoe ze het verband hebben aangelegd, dan haken mensen ook af. Kies je momenten en zorg ervoor dat je sterk genoeg bent om je woorden te kiezen met mensen van je werk of kennissen. Anders moet je gewoon nog even wachten. Ik zit niet lekker in mijn vel en krijg daar professionele hulp voor, is dan genoeg.

‘Probeer iemand wel serieus te nemen, zolang zijn argumenten niemand schaden en wel hout snijden, is iemand gewoon een voorbeeld van menselijke diversiteit.’

Voor anderen: In zelfmedelijden heeft niemand zin, maar het zou wel fijn zijn als mensen zouden weten dat mensen met psychologische problemen heel veel in hun hoofd zitten en daar soms moeilijk uit komen. Dat dat juist kenmerkend is voor het ziektebeeld en niet voor de persoon. Dat weten vrienden en familie wel, die herkennen de persoon. Kennissen of mensen van je werk daarentegen, kunnen daar meer moeite mee hebben. Probeer iemand wel serieus te nemen, zolang zijn argumenten niemand schaden en wel hout snijden, is iemand gewoon een voorbeeld van menselijke diversiteit.

Wat doe jij aan stigma?

Ik probeer met mijn website positieve portretten van mensen met psychosegevoeligheid te maken. Zodat in eerste plaats mensen met deze diagnose zien dat er heel veel normale mensen zijn die hiermee leven en kunnen leven. Daarnaast is de website er voor anderen. Voor die kennissen en mensen van je werk. Ik ben cynisch genoeg om niet de illusie te koesteren dat als je niks te maken hebt met psychoses je deze website zult lezen. Ik hoop wel ook dat journalisten het vinden want ik vind dat zij erg stigmatiserend kunnen zijn. Naar mijn mening kun je stigma het beste bestrijden met positieve verhalen, want als je het gaat hebben over wat allemaal stigmatiserend is, dan heb je het er weer over. Ik hoop dus maar dat mensen kiezen voor mijn saaie goede nieuws over gewone verhalen van normale mensen en dat liever willen lezen dan de verhalen over de roze olifant. Voor mijzelf is het in ieder geval iets wat ik altijd al had willen hebben.