Vandaag had ik een gesprek met een collega van mij. We zitten een beetje in hetzelfde schuitje: een wajonguitkering wegens psychische klachten, hoogopgeleid, in de dertig, al betaalde werkervaring op niveau en nu aan de slag in een werkervaringsplaats. En bezig met de vraag: hoe verder vanaf hier?

Al pratend kwam een begrip voorbij dat bij ons allebei wel een snaar raakte: volwaardigheid. In letterlijke en figuurlijke zin. Want is het eigenlijk niet gek? We werken allebei onder andere in een werkervaringsplaats om (weer) meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar krijg je dat eigenlijk wel als je voor een appel en een ei aan de slag bent? Wat zeg je daar eigenlijk mee? Tegen jezelf en tegen anderen?

En hoe kijk je überhaupt tegen jezelf aan als je eenmaal psychische problemen hebt ondervonden? Een rotgevoel en moeite je te concentreren: teken van depressiviteit of een te late, maar gezellige avond die zich doet gelden? Je werk niet meer zo leuk vinden: snel verveeld en niet goed in staat ergens plezier in hebben? Of gewoon snel van begrip en behoefte aan meer uitdaging en variatie? Een werkdag opschuiven omdat je het niet op kunt brengen die dag: luie laksigheid, een teken aan de wand of helemaal Het Nieuwe Werken?

Als je niet oppast trek je continu negatieve, niet kloppende conclusies over jezelf. En dat gaat automatischer en sneller dan je denkt! Soms heb ik ook het idee dat dat op dit moment nog het grootste probleem is: dat ik allerlei gewone, menselijke dingen bestempel als tekortkoming van mezelf, terwijl “anderen” ze bij zichzelf niet eens opmerken, ze positief interpreteren of de oorzaak van problemen en ongemak buiten zichzelf zoeken. Wel zo goed voor je gevoel van eigenwaarde!

Bron: Verzamelde werken

Vandaag had ik een gesprek met een collega van mij. We zitten een beetje in hetzelfde schuitje: een wajonguitkering wegens psychische klachten, hoogopgeleid, in de dertig, al betaalde werkervaring op niveau en nu aan de slag in een werkervaringsplaats. En bezig met de vraag: hoe verder vanaf hier?

Al pratend kwam een begrip voorbij dat bij ons allebei wel een snaar raakte: volwaardigheid. In letterlijke en figuurlijke zin. Want is het eigenlijk niet gek? We werken allebei onder andere in een werkervaringsplaats om (weer) meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar krijg je dat eigenlijk wel als je voor een appel en een ei aan de slag bent? Wat zeg je daar eigenlijk mee? Tegen jezelf en tegen anderen?

En hoe kijk je überhaupt tegen jezelf aan als je eenmaal psychische problemen hebt ondervonden? Een rotgevoel en moeite je te concentreren: teken van depressiviteit of een te late, maar gezellige avond die zich doet gelden? Je werk niet meer zo leuk vinden: snel verveeld en niet goed in staat ergens plezier in hebben? Of gewoon snel van begrip en behoefte aan meer uitdaging en variatie? Een werkdag opschuiven omdat je het niet op kunt brengen die dag: luie laksigheid, een teken aan de wand of helemaal Het Nieuwe Werken?

Als je niet oppast trek je continu negatieve, niet kloppende conclusies over jezelf. En dat gaat automatischer en sneller dan je denkt! Soms heb ik ook het idee dat dat op dit moment nog het grootste probleem is: dat ik allerlei gewone, menselijke dingen bestempel als tekortkoming van mezelf, terwijl “anderen” ze bij zichzelf niet eens opmerken, ze positief interpreteren of de oorzaak van problemen en ongemak buiten zichzelf zoeken. Wel zo goed voor je gevoel van eigenwaarde!

Bron: Verzamelde werken