Kees Dijkman is communicatieadviseur en ambassadeur voor Samen Sterk zonder Stigma. Hij coördineert de aanpak van stigmatisering in de media en schrijft over hij wat hij tegenkomt in de media en wat dat bij hem oproept.

Hoe het komt, geen idee, maar hij bleef maar voorbijkomen in de media de afgelopen dagen: de zwarte hond van Winston Churchill. Voor alle duidelijkheid: zo noemde Churchill zelf zijn sombere buien: my black dog. De Volkskrant begon ermee, in een lang artikel in de krant van 19 september, geschreven door Olaf Tempelman, met als titel ‘De grote gekken der aarde’. Daar was overigens de koppenmaker weer eens uit de bocht gevlogen: we hebben toch allang met elkaar afgesproken dat we mensen met een psychische kwetsbaarheid niet aanduiden als ‘gekken’. Maar vooruit, daar stappen we voor deze keer maar even overheen.

Dus als je grote daden doet, moet er wel een steekje aan je los zijn.

Tempelman schrijft over beroemde kunstenaars en machthebbers, uit heden en verleden, die volgens hem juist doordat ze te maken hadden met een psychische aandoening tot sublieme prestaties zijn gekomen. Het is een oud verhaal. Een beetje versleten eigenlijk. In dat verhaal grenst gekte aan genialiteit. Dus als je grote daden doet, moet er wel een steekje aan je los zijn. Denk: Vincent van Gogh, Mozart, Kurt Cobain. En Churchill dus, met zijn zwarte hond. Die zou hem in staat gesteld hebben om zich het allerzwartste scenario voor te stellen, het allerergste dat er zou kunnen gebeuren als de geallieerden de nazi’s hun gang zouden laten gaan. Daardoor zou hij de enige wereldleider van dat moment zijn geweest, die vond dat Hitler-Duitsland met volle kracht bestreden moest worden. ‘En,’ schrijft Tempelman: ‘Terwijl velen in 1940 dachten dat alles verloren was, wist Churchill dankzij het overwinnen van depressies dat er altijd een glimp van hoop is in een hopeloze situatie.’

Ko Colijn deed het twee dagen later in Vrij Nederland nog eens dunnetjes over, in een column met als titel ‘Transparantie – een moderne ziekte’. Hij citeert de psychiater Nassir Gheami, die stelt dat depressieve mensen, meer dan anderen, een realistisch beeld hebben van zichzelf en de wereld, met al zijn tekortkomingen.1 Colijn: ‘Hoe depressiever hij was, hoe beter zijn oordeelsvermogen’. Zodoende kon de depressieve Churchill de kwade bedoelingen van Hitler beter doorzien dan zijn tijdgenoten.

Tempelman en Colijn komen op verschillende manieren tot dezelfde conclusie: Churchill was vooral vanwége zijn psychische kwetsbaarheid een groot leider en niet ondánks of gewoon mét.

Colijn: ‘Hoe depressiever hij was, hoe beter zijn oordeelsvermogen’.

Zou psychische kwetsbaarheid echt leiden tot grote daden?

Zou het zo zijn? Er is wel wat voor te zeggen. Ik heb vaker gelezen dat mensen met aanleg voor depressies of angststoornissen over het algemeen een realistischer zelfbeeld hebben dan anderen. Je loopt kennelijk minder kans op psychische problemen als je ongefundeerd optimistisch bent over je eigen mogelijkheden en over de kansen die het leven je biedt. Tegelijkertijd kan psychische kwetsbaarheid je ook gevoeliger maken voor de stemmingen en behoeften van de mensen om je heen. Als je daar goed mee om weet te gaan, kan dat enorm bijdragen aan je vermogen om je in een ander in te leven. Empathisch vermogen heet dat. Ook erg handig als je ambities hebt als leidinggevende.

Maar zou psychische kwetsbaarheid echt leiden tot grootse daden? Ik weet het niet. Het klinkt me veel te exclusief. Zo apart zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid niet. Bovendien kan een psychische kwetsbaarheid je ook behoorlijk in de weg zitten. Een gewoon, stabiel leven is dan al lastig genoeg.

Sappige verhalen

Ik ben maar eens gaan speuren naar hoe het nou eigenlijk écht zit met die zwarte hond van Churchill. Gelukkig zijn er hele bibliotheken volgeschreven over de man. Het is niet moeilijk om goede informatie te vinden over zijn zwarte hond. Sombere buien zaten in de familie, zoveel is zeker. Churchill meldde zijn zwartgalligheid zelf aan zijn lijfartsen en hintte daarbij aan gedachten over de dood. Tegelijkertijd is Churchill een schoolvoorbeeld van overmoed. Als jong officier bij de cavalerie galoppeerde hij in India onbekommerd recht op de vijandelijke linies af. Later pochte hij tegen zijn moeder over het aantal vijanden dat hij om zeep had geholpen. Als ‘embedded’ oorlogscorrespondent in Zuid-Afrika wist hij op een spectaculaire manier te ontsnappen uit krijgsgevangenschap, waar hij vervolgens sappige verhalen over schreef in de krant. Hij had overigens niet het gevoel dat hij onsterfelijk was. Het was eerder andersom: hij had als jongeman al het gevoel dat de dood altijd dichtbij was, dat hij niet oud zou worden – en dat hij dus weinig te verliezen had.2

Had Churchill een bipolaire stoornis? Achteraf is zoiets lastig te bepalen. Het is goed mogelijk, al ging het bij hem vermoedelijk om een cyclothyme stoornis.3 Die stoornis zou je kunnen omschrijven als ‘bipolair light’ – de wisselende stemmingen worden nooit extreem genoeg om te voldoen aan de criteria voor een ‘echte’ depressieve of manische episode. Verder stuitte ik bij mijn speurtocht op een artikel in The New Yorker, waarin het boek van psychiater Nassir Gheami (waar Ko Colijn zich op baseert) effectief met de grond gelijk wordt gemaakt.4 Het artikel eindigt met de verzuchting dat het mogelijk zou moeten zijn om mensen voor een tuchtrechter te slepen wegens het ‘onbevoegd uitoefenen van de geschiedwetenschap’. Churchill was misschien helemaal niet zo’n geweldige leider. Veel te wispelturig. Hij maakte bovendien in zijn overmoed soms behoorlijke blunders. Wel had hij op het cruciale moment betere spionnen dan zijn collega’s, informanten die hem precies vertelden wat Hitler van plan was. Churchills nukkige, onverzettelijke uitstraling en zijn retorische gaven deden de rest.

Had Churchill een bipolaire stoornis? Achteraf is zoiets lastig te bepalen.

Laat mij maar gewoon

Conclusie? In ieder geval dat het veel te gemakkelijk is om grote daden van mensen toe te schrijven aan hun psychische kwetsbaarheid. Zodra je ook maar even speurt naar meer informatie, meer achtergronden, wordt het beeld genuanceerd. Dat geldt overigens niet alleen bij Churchill, maar ook bij beroemdheden als Nietzsche, Van Gogh of Mozart. Hoe meer je je erin verdiept hoe duidelijker het wordt dat deze mensen én uitzonderlijk begaafd waren, én op het goede moment op de juiste plek zaten én te maken hadden met een psychische kwetsbaarheid, maar dat het verband tussen die drie dingen erg onduidelijk is. Misschien zelfs helemaal afwezig.

Kortom, het is veel te kort door de bocht om de uitzonderlijke prestaties van mensen toe te schrijven aan hun mentale conditie. Maar is het stigmatiserend? Ik twijfel. Het zet mensen met een psychische kwetsbaarheid apart, al is het deze keer in positieve zin. Er lijkt ook een norm onder verborgen te zitten: als je te maken heeft met een psychische kwetsbaarheid kun je maar beter iets uitzonderlijks presteren, anders verspil je een bijzondere gave. Nou, voor mij hoeft het niet. Laat mij maar gewoon!

 

2 Bronnen: Martin Bossenbroek: De Boerenoorlog (Libris, 2013) en Boris Johnson: De Churchill factor – Hoe één man geschiedenis schreef (Spectrum, 2015).

3 Bron: Ruud van Cappelleveen: Sir Winston Leonard Spencer-Churchill (www.absolutefacts.nl). 4 Thomas Mallon: Are All of Our Leaders Mad? (The New York Times, 19 augustus 2011).

Meer lezen van Kees? Bekijk ook zijn blog 'Waanzin'.

 

Kees Dijkman is communicatieadviseur en ambassadeur voor Samen Sterk zonder Stigma. Hij coördineert de aanpak van stigmatisering in de media en schrijft over hij wat hij tegenkomt in de media en wat dat bij hem oproept.

Hoe het komt, geen idee, maar hij bleef maar voorbijkomen in de media de afgelopen dagen: de zwarte hond van Winston Churchill. Voor alle duidelijkheid: zo noemde Churchill zelf zijn sombere buien: my black dog. De Volkskrant begon ermee, in een lang artikel in de krant van 19 september, geschreven door Olaf Tempelman, met als titel ‘De grote gekken der aarde’. Daar was overigens de koppenmaker weer eens uit de bocht gevlogen: we hebben toch allang met elkaar afgesproken dat we mensen met een psychische kwetsbaarheid niet aanduiden als ‘gekken’. Maar vooruit, daar stappen we voor deze keer maar even overheen.

Dus als je grote daden doet, moet er wel een steekje aan je los zijn.

Tempelman schrijft over beroemde kunstenaars en machthebbers, uit heden en verleden, die volgens hem juist doordat ze te maken hadden met een psychische aandoening tot sublieme prestaties zijn gekomen. Het is een oud verhaal. Een beetje versleten eigenlijk. In dat verhaal grenst gekte aan genialiteit. Dus als je grote daden doet, moet er wel een steekje aan je los zijn. Denk: Vincent van Gogh, Mozart, Kurt Cobain. En Churchill dus, met zijn zwarte hond. Die zou hem in staat gesteld hebben om zich het allerzwartste scenario voor te stellen, het allerergste dat er zou kunnen gebeuren als de geallieerden de nazi’s hun gang zouden laten gaan. Daardoor zou hij de enige wereldleider van dat moment zijn geweest, die vond dat Hitler-Duitsland met volle kracht bestreden moest worden. ‘En,’ schrijft Tempelman: ‘Terwijl velen in 1940 dachten dat alles verloren was, wist Churchill dankzij het overwinnen van depressies dat er altijd een glimp van hoop is in een hopeloze situatie.’

Ko Colijn deed het twee dagen later in Vrij Nederland nog eens dunnetjes over, in een column met als titel ‘Transparantie – een moderne ziekte’. Hij citeert de psychiater Nassir Gheami, die stelt dat depressieve mensen, meer dan anderen, een realistisch beeld hebben van zichzelf en de wereld, met al zijn tekortkomingen.1 Colijn: ‘Hoe depressiever hij was, hoe beter zijn oordeelsvermogen’. Zodoende kon de depressieve Churchill de kwade bedoelingen van Hitler beter doorzien dan zijn tijdgenoten.

Tempelman en Colijn komen op verschillende manieren tot dezelfde conclusie: Churchill was vooral vanwége zijn psychische kwetsbaarheid een groot leider en niet ondánks of gewoon mét.

Colijn: ‘Hoe depressiever hij was, hoe beter zijn oordeelsvermogen’.

Zou psychische kwetsbaarheid echt leiden tot grote daden?

Zou het zo zijn? Er is wel wat voor te zeggen. Ik heb vaker gelezen dat mensen met aanleg voor depressies of angststoornissen over het algemeen een realistischer zelfbeeld hebben dan anderen. Je loopt kennelijk minder kans op psychische problemen als je ongefundeerd optimistisch bent over je eigen mogelijkheden en over de kansen die het leven je biedt. Tegelijkertijd kan psychische kwetsbaarheid je ook gevoeliger maken voor de stemmingen en behoeften van de mensen om je heen. Als je daar goed mee om weet te gaan, kan dat enorm bijdragen aan je vermogen om je in een ander in te leven. Empathisch vermogen heet dat. Ook erg handig als je ambities hebt als leidinggevende.

Maar zou psychische kwetsbaarheid echt leiden tot grootse daden? Ik weet het niet. Het klinkt me veel te exclusief. Zo apart zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid niet. Bovendien kan een psychische kwetsbaarheid je ook behoorlijk in de weg zitten. Een gewoon, stabiel leven is dan al lastig genoeg.

Sappige verhalen

Ik ben maar eens gaan speuren naar hoe het nou eigenlijk écht zit met die zwarte hond van Churchill. Gelukkig zijn er hele bibliotheken volgeschreven over de man. Het is niet moeilijk om goede informatie te vinden over zijn zwarte hond. Sombere buien zaten in de familie, zoveel is zeker. Churchill meldde zijn zwartgalligheid zelf aan zijn lijfartsen en hintte daarbij aan gedachten over de dood. Tegelijkertijd is Churchill een schoolvoorbeeld van overmoed. Als jong officier bij de cavalerie galoppeerde hij in India onbekommerd recht op de vijandelijke linies af. Later pochte hij tegen zijn moeder over het aantal vijanden dat hij om zeep had geholpen. Als ‘embedded’ oorlogscorrespondent in Zuid-Afrika wist hij op een spectaculaire manier te ontsnappen uit krijgsgevangenschap, waar hij vervolgens sappige verhalen over schreef in de krant. Hij had overigens niet het gevoel dat hij onsterfelijk was. Het was eerder andersom: hij had als jongeman al het gevoel dat de dood altijd dichtbij was, dat hij niet oud zou worden – en dat hij dus weinig te verliezen had.2

Had Churchill een bipolaire stoornis? Achteraf is zoiets lastig te bepalen. Het is goed mogelijk, al ging het bij hem vermoedelijk om een cyclothyme stoornis.3 Die stoornis zou je kunnen omschrijven als ‘bipolair light’ – de wisselende stemmingen worden nooit extreem genoeg om te voldoen aan de criteria voor een ‘echte’ depressieve of manische episode. Verder stuitte ik bij mijn speurtocht op een artikel in The New Yorker, waarin het boek van psychiater Nassir Gheami (waar Ko Colijn zich op baseert) effectief met de grond gelijk wordt gemaakt.4 Het artikel eindigt met de verzuchting dat het mogelijk zou moeten zijn om mensen voor een tuchtrechter te slepen wegens het ‘onbevoegd uitoefenen van de geschiedwetenschap’. Churchill was misschien helemaal niet zo’n geweldige leider. Veel te wispelturig. Hij maakte bovendien in zijn overmoed soms behoorlijke blunders. Wel had hij op het cruciale moment betere spionnen dan zijn collega’s, informanten die hem precies vertelden wat Hitler van plan was. Churchills nukkige, onverzettelijke uitstraling en zijn retorische gaven deden de rest.

Had Churchill een bipolaire stoornis? Achteraf is zoiets lastig te bepalen.

Laat mij maar gewoon

Conclusie? In ieder geval dat het veel te gemakkelijk is om grote daden van mensen toe te schrijven aan hun psychische kwetsbaarheid. Zodra je ook maar even speurt naar meer informatie, meer achtergronden, wordt het beeld genuanceerd. Dat geldt overigens niet alleen bij Churchill, maar ook bij beroemdheden als Nietzsche, Van Gogh of Mozart. Hoe meer je je erin verdiept hoe duidelijker het wordt dat deze mensen én uitzonderlijk begaafd waren, én op het goede moment op de juiste plek zaten én te maken hadden met een psychische kwetsbaarheid, maar dat het verband tussen die drie dingen erg onduidelijk is. Misschien zelfs helemaal afwezig.

Kortom, het is veel te kort door de bocht om de uitzonderlijke prestaties van mensen toe te schrijven aan hun mentale conditie. Maar is het stigmatiserend? Ik twijfel. Het zet mensen met een psychische kwetsbaarheid apart, al is het deze keer in positieve zin. Er lijkt ook een norm onder verborgen te zitten: als je te maken heeft met een psychische kwetsbaarheid kun je maar beter iets uitzonderlijks presteren, anders verspil je een bijzondere gave. Nou, voor mij hoeft het niet. Laat mij maar gewoon!

 

2 Bronnen: Martin Bossenbroek: De Boerenoorlog (Libris, 2013) en Boris Johnson: De Churchill factor – Hoe één man geschiedenis schreef (Spectrum, 2015).

3 Bron: Ruud van Cappelleveen: Sir Winston Leonard Spencer-Churchill (www.absolutefacts.nl). 4 Thomas Mallon: Are All of Our Leaders Mad? (The New York Times, 19 augustus 2011).

Meer lezen van Kees? Bekijk ook zijn blog ‘Waanzin‘.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *