Samen Sterk-ambassadeur Martijn heeft al meer dan twintig jaar af en toe paniekaanvallen. Ook op zijn werk. Jarenlang verborg hij die voor zijn collega’s. Hoe maakte hij zijn psychische kwetsbaarheid bespreekbaar?

“Als ik een paniekaanval krijg, wil ik het liefst zo hard mogelijk wegrennen. Maar dat kan niet tijdens een vergadering. Zeker niet omdat ik mijn angststoornis tot voor kort geheim hield. Om te voorkomen dat iemand iets merkte, leunde ik wat achterover en zat zo stil mogelijk. Terwijl het gevoel dat ik stikte langzaam afzakte, praatten de mensen om mij heen door.”

“Mijn collega’s kennen mij als rustig. Ze kijken niet raar op als ik er zwijgend bij zit. Soms hield ik het niet langer. Dan stond ik zo langzaam mogelijk op en liep naar de deur. Als iemand achteraf al iets vroeg, zei ik dat ik plotseling naar de wc had gemoeten. Niemand vroeg dan verder.”

Ook van al dat acteren werd ik moe

“Paniekaanvallen zijn vermoeiend. Maar ook van al dat acteren werd ik moe. Ik trok het allemaal maar net. Na de geboorte van ons eerste kind kreeg ik bovendien chronisch slaapgebrek. Daardoor werden de paniekaanvallen veel frequenter. Ik moest me regelmatig ziek melden. Ik gaf geen reden op. De cultuur was er niet naar. Een parttime dag vonden ze al vreemd op mijn werk. Het werd me ook ronduit afgeraden door mijn huisarts om open te zijn over mijn psychische toestand.”

Waarom besloot Martijn toch open te worden over zijn paniekaanvallen? En hoe pakte hij dat aan op zijn werk? Lees het artikel over Martijn op de website van Intermediair.

verder lezen