Tekst: Michèle Ferrière

Kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving zijn op school vaak onzichtbaar en kwetsbaar. Wat zijn de signalen, wat zijn de gevolgen voor het kind en wat kun je doen om deze kinderen te ondersteunen?

Volgens onderzoek van het Trimbos Instituut telt Nederland 405.000 ouders met een psychische stoornis. De impact op de invulling van het ouderschap bij deze ouders is wisselend van geen tot ernstige bemoeilijking. Toch heeft het slecht functioneren als ouder vaak meer impact op de ontwikkeling van een kind dan de stoornis zelf.

KOPP/KVO?

Uit datzelfde onderzoek blijkt dat ons land 577.000 KOPP-/KVO-kinderen telt. Dit is vijftien procent van de kinderen onder de 18 jaar, wat neerkomt op gemiddeld 4,5 kinderen uit een klas van 30. Eigenlijk is de doelgroep nog groter dan de cijfers weergeven, aangezien sommige stoornissen niet meegenomen zijn in dit onderzoek.

KOPP/KVO staat voor kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP) en kinderen van verslaafde ouders (KVO). Het kan hierbij gaan om een of beide ouders. Deze kinderen lopen een verhoogd tot hoog risico om zelf ook psychiatrische en/of verslavingsproblemen te ontwikkelen. Het is dus van groot belang hen te ondersteunen en hen binnen de gegeven situatie zo goed mogelijk te laten ontwikkelen.

Invloed van psychische stoornis en/of verslaving op ouderschap

Om zo’n kind te kunnen begrijpen en ondersteunen is het in eerste instantie handig om iets meer te weten over wat het kan betekenen om een psychische zieke en/of verslaafde ouder te hebben. Hoe is zo’n ouder anders dan andere ouders? Een psychische stoornis kan grote invloed hebben op de relatie tussen ouder en kind en zorgt voor extra uitdaging in de ouderschapsrol. Hierbij kun je denken aan:

  • weinig of geen belangstelling;
  • minder of geen empathie;
  • inconsequent en grillig gedrag;
  • prikkelbaar zijn, verstoring van emotionele balans en agressiehouding;
  • schuld buiten zichzelf neerleggen;
  • afspraken en beloftes niet nakomen;
  • plaatsen van eigen belang boven belang van het kind;
  • financiële problemen;
  • betrekken van kind bij wanen;
  • gedrag dat onveilig en beangstigend is voor het kind;
  • onvoorspelbaar en instabiel gedrag, gebrek aan impulscontrole;
  • verwarrend gedrag, bijvoorbeeld het kind afstoten en aantrekken.

Het is belangrijk om te realiseren dat een psychische stoornis niets afdoet aan het verlangen van de ouder om een goede moeder of vader te zijn. Het vermogen om dit te doen is echter minder sterk ontwikkeld. KOPP-/KVO-kinderen zijn jonge mantelzorgers, omdat zij zich zorgen maken over hun ouders, soms zorg moet missen van en/of belast zijn met zorgtaken.

Gevolgen voor het kind en signalen

Kinderen zijn erg loyaal naar hun ouders toe, zelfs als de ouder niet altijd goed voor hen kan zorgen. Ze vragen dan geen aandacht of hulp, omdat ze niet tot last willen zijn. Dit gedrag vertonen ze vaak thuis, maar ook op andere plekken, zoals op school. Ze hebben vaak het idee dat ze alles zelf op moeten lossen: “Papa heeft al genoeg zorgen.|

Welke rol speelt (zelf)stigma? Hoe kom je erachter wat er precies speelt als een kind niets loslaat? Lees het in dit artikel.