Door: Roos Claesen – 27 november 2017

Stigmatisering & de rol van de media

Steeds vaker verspreiden zich berichten in de media over een bepaalde groep waar eigenlijk geen eenduidige definitie voor is, namelijk: verwarde personen. De voornaamste boodschap die media overbrengen over deze groep, is dat zij overlast veroorzaakt. Dé verwarde persoon bestaat niet en dat maakt het een containerbegrip. Een onbekende groep wordt geassocieerd met gevaar en dit zorgt voor stigmatisering. Dit stopt niet als de media blijven berichtgeven over de groep waarvan alleen bekend is dat zij ‘verward’ is. Er ligt een uitdaging bij het Schakelteam voor Personen met Verward Gedrag, gemeenten, wijkteams, professionals, en eigenlijk bij iedere burger.

Wat is er aan de hand?

De afgelopen twee jaar zijn verwarde personen steeds meer in het nieuws. Het aantal politiemeldingen met code E33 neemt fors toe. Dit is een code die gebruikt wordt door de politie om onder andere meldingen van psychiatrisch patiënten en dementerende mensen aan te duiden, maar ook agressieve, bedreigende, overlast gevende, suïcidale en dakloze personen horen hierbij (Koekkoek, 2017). Waar er 40.000 incidenten geregistreerd werden in 2011, waren dit er bijna 75.000 in 2016. Verwarde personen zouden overlast veroorzaken en een gevaar voor zichzelf en de samenleving zijn (NOS, 2017).

Binnen het ministerie van VWS is er dan ook veel aandacht voor dit thema. In september 2015 werd het ‘Aanjaagteam Verwarde Personen’ geïnstalleerd door toenmalig minister Schippers. Eén van de doelen was om te zorgen voor een sluitende en duurzame aanpak van de zorg voor verwarde personen zodat zij de hulp zouden krijgen die zij nodig hebben en op die manier persoonlijk leed en maatschappelijke overlast te voorkomen. Dit doel bleek wat ambitieus en te complex om binnen een jaar te realiseren. Het Aanjaagteam Verwarde Personen is in december 2016 opgevolgd door het Schakelteam voor Personen met Verward Gedrag. Het Schakelteam fungeert als schakel tussen lokaal, regionaal en landelijk niveau, het bevordert een landelijk dekkend netwerk en het ondersteunt de professional bij de persoonsgerichte aanpak en het inrichten van een goede monitoring. Het Schakelteam gaat twee jaar te werk met als doel dat op 1 oktober 2018 alle gemeenten wél een sluitende aanpak hebben gevonden (Rijksoverheid, 2016). Professionals in het sociaal domein spelen hierin een belangrijke rol. Zowel de aanpak als de uitvoering hiervan ligt voor een groot deel in hun handen.

Wat is ‘verward’?

Verwarde personen zijn actueel in de media. De database van online kranten geven gemiddeld 300 zoekresultaten met de zoekterm verwarde personen. Er kan niet ontkend worden dat verwarde personen een probleem vormen. Om dit probleem beter te begrijpen zal er eerst duidelijk moeten worden wie deze personen nou eigenlijk zijn. Hoe worden zij gedefinieerd? Is er eigenlijk een eenduidige definitie?

‘Je wordt bijvoorbeeld boos zonder reden of begint uit het niets te lachen of te huilen.’

Te beginnen bij het woord ‘verward’. Volgens Van Dale (2017) is dat: ‘door elkaar liggend, in de war’, ‘onduidelijk, onsamenhangend’ en ‘geestelijk in de war: een verwarde man’. De Parnassia Groep noemt ‘verwardheid’ of ‘in de war zijn’ desorganisatie, waarbij verwardheid wordt opgesplitst in drieën: verwardheid in denken, verwardheid in doen en verwardheid in gevoelens. Verwardheid in denken betekent dat je moeite hebt om logisch na te denken. In een gesprek spring je bijvoorbeeld van de hak op de tak of je maakt een zin niet af omdat je niet meer weet waarover je aan het praten was. Verwardheid in doen betekent dat je met veel dingen tegelijk bezig bent maar niets afmaakt en dat je niet meer weet waarmee je bezig bent.

Wanneer iemand verwardheid in zijn of haar gevoelens ervaart, zijn de gevoelens niet meer onder controle. Je wordt bijvoorbeeld boos zonder reden of begint uit het niets te lachen of te huilen (Parnassia Groep, 2017). Als ik deze definities volg, dan ben ik zelf vaak in de war. Als ook de verwardheid van de verwarde personen in het nieuws onder deze definities valt, gaat het om een grote groep.

‘Het komt erop neer dat iedereen ooit in zijn leven aan deze criteria voldoet.’

Gezondheidsplein spreekt van verwardheid als een geestelijke hersentoestand waarbij de reactie op signalen en prikkels is verstoord. Een gevolg hiervan zou zijn dat iemand de controle over zichzelf en/of over de situatie verliest (Gezondheidsplein, 2017). Verwardheid kan optreden bij een persoon die middelen heeft gebruikt, bij iemand met schizofrenie, een depressie, angst, epilepsie, maar ook bij een persoon met een jetlag, een zonnesteek of een vitaminetekort (Mens en Gezondheid, 2017). Er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen wanneer verwardheid op kan treden. Het komt erop neer dat iedereen ooit in zijn leven aan deze criteria voldoet.

Wie dan wel?

Wie zijn dan die verwarde personen die steeds in het nieuws genoemd worden? De term verwarde personen wordt al sinds 2011 gebruikt door de politie. In een politierapport uit 2015 luidt de definitie: ‘’Onder verwarde personen verstaan we eenieder die vanwege zijn al dan niet tijdelijke verstoorde oordeelsvermogen gedrag vertoont waarmee hij zichzelf of enige ander in gevaar brengt en/of een bedreiging vormt voor de openbare orde en veiligheid.’’ Deze definitie is breed gekozen omdat de politie zich niet beperkt tot het terrein waar de GGZ een rol speelt. Dan is er ook nog een definitie in het convenant politie-GGZ waarin staat dat een verward persoon een verstoord oordeelsvermogen heeft die voortkomt uit een geestesstoornis. (Abraham & Nauta, 2014). Kortom, een verward persoon is per definitie gevaarlijk of een verward persoon heeft altijd te maken met een geestesstoornis. Dat klinkt niet heel logisch.

In het Tijdschrift voor Psychiatrie verscheen een artikel waarin uitgelegd wordt dat de term verward nauwelijks gebruikt wordt binnen de psychiatrie vanwege zijn vele betekenissen. Van chaotisch denken tot angst en van emotionele ontregeling tot geheugenstoornissen (Roza, 2016). In de eindrapportage van het Aanjaagteam werd vermeld dat het in slechts dertig procent van de meldingen daadwerkelijk om GGZ-problematiek gaat (VNG, 2016).

Waarom ‘verward persoon’ geen passende aanduiding is

Bovenstaande laat zien dat er geen eenduidige definitie is van een verward persoon. Ten eerste bestaat een verward persoon sowieso niet, net zoals er geen schizofreen persoon bestaat. Elk persoon kan kenmerken van bepaald gedrag laten zien, echter zegt dat niets over diegene als persoon. We kunnen dus niet spreken van een verward persoon omdat verward refereert naar gedrag.

Ten tweede kan iemands gedrag op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, wat de term verward nietszeggend maakt. Een verwarde man wordt misschien niet meer als verward gezien wanneer je te weten komt dat hij extreem vermoeid is omdat hij geen oog meer dicht doet vanwege zijn pasgeboren zoontje. De ene persoon zal iemand verward noemen wanneer hij niet goed uit zijn woorden komt, de ander kijkt er niet van op als iemand in het luchtledige praat.

‘Hiermee worden veel mensen over één kam geschoren.’

Als laatste is het vooral het oordeel wat aan het gedrag gegeven wordt wat doorslaggevend is voor de mate van stigmatisering. Er is veel kritiek (geweest) op de term verwarde personen omdat er geen afbakening is van de doelgroep en de stijgende cijfers dus ook niet goed te duiden zijn. Mensen met een psychiatrische stoornis, mensen met dementie of met een verslaving kunnen allemaal verwarde personen zijn. Hiermee worden veel mensen over één kam geschoren. Om die reden stelde de schrijver van het recent verschenen boek ‘Verward in Nederland’, dit jaar voor om de term af te schaffen (Koekkoek, 2017). Dé verwarde persoon bestaat niet en dat maakt de term een containerbegrip. Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, is het eens met de kritiek op de term en zegt hier (terecht) het volgende over: ‘’Het is een vergaarbak van vormen van instabiliteit en dat kan stigmatiserend werken.’’ (GGZ Nederland, 2017).

Stigmatisering

Van Dale (2017) noemt stigma onder andere: ‘iets dat afbreuk doet aan iemands reputatie’. Een veel gebruikte definitie is de definitie van Erving Goffman. Hij definieerde stigmatisering als een situatie van een individu die niet sociaal geaccepteerd wordt en een volwaardig persoon tot een minderwaardig persoon maakt (Goffman, 1963).

Stigmatisering betreft een uitsluitingsproces van een groep personen met gemeenschappelijke afwijkende kenmerken. De uitsluiting betreft onder andere deelname aan de maatschappij. Het is een sociologisch proces met wortels die diep reiken in de biologie en neuropsychologie (Haghighart, 2001). De kwesties waar het om gaat zijn: veiligheid, lustvervulling, overleving en de instandhouding van het zelfgevoel en status. In de westerse gemeenschap wordt neergekeken op mensen met bijvoorbeeld handicaps, wat leidt tot sociale distantie (Hinshaw, 2007). Het gedrag van één individu wordt vaak representatief geacht voor de gehele groep. Het gedrag van één verward persoon is nooit hetzelfde als het gedrag van een ander verward persoon. Daarbij is het een gemis om alle mensen met ‘afwijkende kenmerken’ over één kam te scheren. Elk persoon zou gezien moeten worden als een volwaardig persoon, zodat sociale distantie plaats kan maken voor sociale cohesie.

‘Angst voor iets of iemand zorgt vaak voor het ontwijken hiervan.’

Sociale uitsluiting kan ook van toepassing zijn op een groep personen met afwijkende kenmerken die angst en/of afkeer oproept (Plooy & Weeghel, 2008). Angst voor iets of iemand zorgt vaak voor het ontwijken hiervan. Het ontwijken van iets waar men bang voor is, versterkt de angst, omdat het voorkomt dat mensen er gewend aan raken (Lawrie, 2016). De gestigmatiseerde persoon wordt op die manier nog meer uitgesloten en kan niet normaal deelnemen aan de maatschappij. Dat terwijl onze participatiemaatschappij de burger vraagt om zoveel mogelijk mee te doen.

Stigmatisering is een probleem voor degenen die gestigmatiseerd worden. De vooroordelen die anderen over hen hebben, hebben een negatieve invloed op hun zelfbeeld. Een negatief zelfbeeld maakt iemand onzeker, waardoor diegene minder snel aansluiting zoekt. Als zij dan ook nog eens anders, ongelijk, behandeld worden, zijn zij helemaal uitgesloten van de maatschappij. Een sociaal isolement is dan een logisch gevolg. Om nog maar niet te beginnen over de gevolgen van een sociaal isolement…

Ook voor personen die zelf stigmatiseren, vormt stigmatisering een probleem. Het negatieve beeld wat zij hebben, bijvoorbeeld dat mensen die hersteld zijn van hun verslaving ook eens moeten gaan werken, wordt door henzelf in stand gehouden. Zij zijn namelijk degenen die hen die kans op een baan ontnemen door hen als afwijkend te zien. Een werkgever neemt vaak liever geen risico door iemand aan te nemen die in een rolstoel zit, of iemand die nog herstellende is na een psychotische periode. Hiermee gaat hij eigenlijk tegen zijn eigen belang in, want elke werkgever zou moeten weten dat hij gebaat is met diversiteit op de werkvloer. Er zal niks veranderen wanneer werkgevers diversiteit in haar werknemers zien als een last in plaats van een kracht. Een hoop talent en werklust blijft hierdoor onbenut.

Schakelteam

In het monitoringsrapport van het Schakelteam, dat in oktober dit jaar werd overhandigd aan onder andere oud-minister Schippers, wordt benadrukt dat mensen met verward gedrag vaak meerdere problemen hebben op verschillende levensgebieden. Mensen kunnen in de problemen komen, de grip op hun leven verliezen en daardoor overlast veroorzaken. In dit rapport wordt ook gesteld dat er fundamenteel iets anders moet gebeuren in de aanpak. Preventie en vroegsignalering zijn cruciaal voor het voorkomen van leed en zijn daarnaast ook kostenbesparend. Om dit te realiseren moeten gemeenten weten wat er speelt in de wijk en moet de samenstelling en werkwijze van wijkteams en de samenwerking met andere zorgaanbieders een stevigere regie krijgen (Pulles, 2017). De gemeenten zetten sinds de decentralisaties in het sociaal domein wijkteams in om de zorg en ondersteuning dichtbij de burger te bieden, echter zijn de wijkteams nog niet op volle kracht en blijkt er in de praktijk nog onduidelijkheid omtrent (het werken in) wijkteams. De gemeenten bepalen wat de wijkteams moeten doen, de invulling hiervan is aan de wijkteams zelf.

De kost gaat voor de baat

Een sluitende en duurzame aanpak vraagt om investering. Gemeenten moeten genoeg geld krijgen om te onderzoeken wat er in de wijk speelt. Wat zijn de behoeften in de wijk en wat heeft een wijkteam ervoor nodig om dit te realiseren? Wat vraagt dit van elke professional? De aanpak waarvoor elke gemeente kiest, kan niet gerealiseerd worden als wijkteammedewerkers niet geschoold en getraind worden. Toezicht op deskundigheidsbevordering binnen wijkteams is dan ook hoognodig. Preventie en vroegsignalering zijn thema’s die in elk wijkteam hoog op de agenda moeten (blijven) staan. De gemeente mag hierin een meer doorslaggevende rol spelen, bijvoorbeeld door bepaalde trainingen te verplichten of door een expert op dit gebied toe te wijzen aan elk wijkteam. Het realiseren van een sluitende aanpak, vraagt de professional om bezig te zijn met professionalisering. Een intrinsieke motivatie van elke professional is nodig om kennis op peil te houden en bijvoorbeeld tijd te nemen voor reflectiemomenten. De zware caseloads en daardoor hoge werkdruk maken dit echter lastig voor de professional. Kortom: investering is noodzakelijk.

‘Echter zal stigmatisering hiermee niet verdwijnen.’

Natuurlijk is het werken aan een goede aanpak, waar het Schakelteam zich voor inzet belangrijk en kan dit helpen bij de ondersteuning aan verwarde personen. Echter zal stigmatisering hiermee niet verdwijnen. Het is zinvol om bewust te zijn hoe men met elkaar omgaat. Het is belangrijk om open te staan voor verschillen tussen mensen en dit als iets moois te beschouwen. Indien we klakkeloos overnemen wat we via (sociale) media horen of zien, zal dit moeilijk zijn.

Wat hebben media hier mee te maken?

In de huidige maatschappij spelen (sociale) media een grote rol. In de trein leest men de Metro, in de file luistert men naar de radio en via mobiele telefoons wordt de NU.nl-app gecheckt. Steeds makkelijker en sneller is er toegang tot het nieuws. Ook via kanalen zoals Facebook of Twitter, wordt nieuws verspreid. De snelheid waarmee nieuws anno 2017 kan worden verspreid via sociale media, kan ervoor zorgen dat de kwaliteit van het nieuws niet gewaarborgd blijft. Als je in de zoekmachine Google zoekt naar ‘verwarde personen’, vind je talloze nieuwsberichten. Verwarde personen die van een gebouw af worden gehaald, met een mes van straat worden gehaald of in het water springen. Er komt niet één artikel voorbij die positief nieuws brengt over verwarde personen. Het zijn veelal negatieve nieuwsberichten gecombineerd met termen als: aanpak, stijging, overlast, gedwongen observatie, verplichte opvang, crisis, en ga zo maar door. Het is logisch dat door het lezen van deze woorden, geen positief gevoel wordt gecreëerd. Verwarde personen worden geassocieerd met gevaar. Zoals eerder beschreven, zorgt angst voor ontwijking. Het ontwijken zorgt weer voor meer stigmatisering.

Framing

De manier waarop verwarde personen (negatief) in de media komen, is van invloed op de beeldvorming over deze groep. In de communicatiewetenschap wordt dit framing genoemd. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt door journalisten. Bij de productie van een nieuwsbericht worden zij gedwongen tot selectieve berichtgeving vanwege beperkingen in tijd en ruimte. Complexe onderwerpen kunnen vereenvoudigd worden door frames.

‘Je kunt je voorstellen dat framesetting gevolgen heeft voor zowel het individu als voor de maatschappij.’

Het gebruikte mediaframe kan bepalen vanuit welk perspectief het publiek het onderwerp gaat zien. Als media dus focussen op verwarde personen en de overlast die zij veroorzaken, wordt op die manier de perceptie van de werkelijkheid van het publiek beïnvloed. Dit heet framesetting. Je kunt je voorstellen dat framesetting gevolgen heeft voor zowel het individu als voor de maatschappij. Gevolgen voor het individu kunnen zijn dat het proces van informatieverwerking wordt beïnvloed en de houding ten opzichte van het onderwerp verandert. Op maatschappelijk niveau kunnen frames sociale processen beïnvloeden, zoals collectief gedrag (Boer, 2009).

Negatieve berichtgeving

Uit onderzoek blijkt dat negatieve informatie beter wordt onthouden dan positieve informatie, ondanks dat mensen in het algemeen niet van negatieve informatie in de media houden (Newhagen, 1991). Wanneer men op NU.nl het bericht ‘Verwarde man steekt eigen woning in Oosterhout in brand’ leest, zal dit dus beter onthouden dan wanneer men leest dat een verwarde man een kind uit de sloot heeft gered, om maar iets te noemen. Wanneer een week later het volgende wordt gemeld: ‘Verwarde man door arrestatieteam uit woning in Oudenbosch gehaald’, denkt men: weer zo een gevaarlijk persoon. Want ja, eerst steekt die man zijn woning in brand en in het volgende bericht moet er zelfs een arrestatieteam aan te pas komen.

‘Er is te veel aandacht voor incidenten en te weinig aandacht voor structurele veranderingen in de zorg en samenleving.’

Mediasocioloog Vasterman stelt dat berichtgeving in de media een escalerend effect heeft, maar dat het er vooral om gaat in welke mate ergens over wordt bericht (Vasterman, 2012). Aangezien er in flinke mate (negatief) wordt bericht over verwarde personen, heeft deze berichtgeving een escalerend effect. Volgens Koekkoek (2017) is de verwarde personen-discussie ontspoord in de media. Er is te veel aandacht voor incidenten en te weinig aandacht voor structurele veranderingen in de zorg en samenleving. Hij pleit ervoor om nuchter te bekijken hoe vaak iets echt voorkomt.

Sommige mensen zullen van mening zijn dat ‘deze (gevaarlijke) mensen’ achter slot en grendel horen. Opmerkingen van dit kaliber gaan vaak samen met onwetendheid. Wees liever nieuwsgierig naar je medemens. Het zou fijn zijn als men wat minder (voor)oordelen zou hebben, meer betrokkenheid zou tonen en men elkaar gelijkwaardig zou kunnen behandelen. Hoe vaak verandert jouw kijk op zaken zodra je er meer vanaf weet?

Dé verwarde persoon bestaat niet, dé oplossing ook niet

Om te blijven spreken van verwarde personen is geen goed idee. De term verward is enorm subjectief en de term verwarde personen werkt stigmatiserend. Planije en van Hoof (2016) noemen ‘mensen met acute zorgnood’ als voorbeeld van een meer passende aanduiding. Ook Bauke Koekkoek is het niet eens met de term en zoals eerder beschreven stelde hij in januari voor om de term af te schaffen. Of een andere term meer passend is, ja zeker. Of een andere aanduiding voor minder kritiek zal zorgen, daar valt over te twisten. Het is belangrijk dat de media in de toekomst op een meer genuanceerde manier berichtgeven over verwarde personen.

De media zullen blijven berichtgeven zo lang er meldingen blijven komen over verwarde personen. Om die reden is het een goed idee dat er meer voorlichting komt voor journalisten omtrent dit onderwerp, om op die manier framesetting te doorbreken. Er zijn verschillende organisaties die zich hier mee bezig houden, zoals Samen Sterk Zonder Stigma. Een initiatief als deze is nodig en zou elke professional sowieso bekend in de oren moeten klinken. Al eerder kwam de programma-aanpak van het Schakelteam voor Personen met Verward Gedrag ter sprake. Het zou mooi zou het zijn als een sluitende aanpak zorgt voor minder meldingen over verwarde personen, media hierdoor minder (negatief) berichtgeven en er dus minder stigmatisering is. Zo simpel ligt het echter niet. Er is sprake van een patroon wat doorbroken moet worden en daarvoor is iedere burger verantwoordelijk.

‘Het klinkt vaak zo logisch en vanzelfsprekend om iemand volledig te accepteren in hoe hij of zij is.’

Toch is een goede aanpak door gemeenten en wijkteams belangrijk. Om deze aanpak te realiseren is het noodzakelijk dat wijkteammedewerkers geschoold en getraind worden. Hiervoor moeten gemeenten genoeg geld krijgen, wat betekent dat de overheid moet investeren. Voor professionals die te maken hebben met verwarde personen, is het belangrijk dat zij bij zichzelf nagaan: wat kan ik in deze situatie betekenen?

Het is van belang om te benadrukken dat elke professional naast de cliënt hoort te staan, nieuwsgierig blijft (naar zowel de ander als zichzelf) en present is. Er is al genoeg te doen om wat te juiste aanpak is, laat gewoon zien dat je er bent voor diegene. Daarbij weet iedere professional ondertussen wel dat gelijkwaardigheid voor een wederzijds vertrouwen zorgt en dit is een belangrijke factor als het gaat om bijvoorbeeld vroegsignalering.

‘Een aanpak gericht op de hele samenleving is uiteindelijk noodzakelijk.’

Het klinkt vaak zo logisch en vanzelfsprekend om iemand volledig te accepteren in hoe hij of zij is. Het is echter ook belangrijk dat professionals eerlijk zijn naar zichzelf. Zij horen te reflecteren op hun werk, feedback te vragen en hier wat mee te doen. Op die manier kan elk individu zich ontwikkelen en daarmee kan ook de zorg ontwikkeld worden.

Elke professional kan een bijdrage leveren in de aanpak van verwarde personen en in het tegengaan van stigmatisering. En hoe men elkaar ook noemt: een verward persoon, een persoon met verward gedrag of iemand in acute zorgnood, is het niet nog veel belangrijker hoe er met elkaar om wordt gegaan? En daar heeft Koekkoek een punt, zowel professionals als beleidsmakers en burgers kunnen samen het verschil maken. Een aanpak gericht op de hele samenleving is uiteindelijk noodzakelijk.

Bekijk het artikel inclusief de bronnenvermelding hier.