Ggz-professionals delen hun eigen ervaringen met psychische kwetsbaarheid maar mondjesmaat. Angst speelt hierbij een belangrijke rol.

Vroeger werd de ggz gezien als iets wat buiten de maatschappij stond. Ook het vakgebied zag men als een geïsoleerde ontwikkeling. Dat is gelukkig veranderd. Wat nog veel meer aandacht behoeft is stigma binnen de hulpverlening. Zowel huisartsen als (forensisch) ggz-medewerkers zeggen dat zij eigen ervaringen met psychische klachten niet snel delen met andere collega’s.

Reden is angst om
anders te worden
behandeld: stigmatisering.

Dit blijkt uit recent Nederlands onderzoek naar houding ten opzichte van psychische problemen onder verschillende groepen hulpverleners. Ook beschouwt de onderzoeksgroep de psychiatrie niet als een gedegen medisch specialisme vergeleken met andere specialisaties binnen de somatische zorg.

onderzoek in opdracht van samen sterk

Shanon Klingendael deed in het kader van haar opleiding Communicatie en in opdracht van Samen Sterk zonder Stigma onderzoek naar sociale marketingcommunicatiestrategieën om managers in de branche van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) bewust te maken van stigma op de werkvloer, teneinde de bespreekbaarheid over psychische problemen bij GGZ-professionals zelf, te bevorderen. Uit haar literatuuronderzoek bleek dat professionals in de zorg grote waarde hechten aan hun werkpositie, die volgens hen in gevaar kan komen wanneer zij openlijk praten over psychische problemen (Henderson et al., 2012). In het onderzoek van Henderson et al., (2012) internaliseren veel hulpverleners de negatieve reacties van collega’s en anderen op hun psychische kwetsbaarheid. Veel hulpverleners blijven door hun psychische klachten thuis uit angst voor de reacties van anderen, wat het alsmaar moeilijker maakt om terug te keren op de werkvloer.

Onderzoeken laten zien dat de vooroordelen tot minder promotiemogelijkheden leiden, dat fouten worden toegeschreven aan de aandoening, tot roddelen en subtiele vormen van uitsluiting (Krupa et al., 2009). Uit angst voor dit soort consequenties durven werknemers met een psychische aandoening niet te zeggen wat er met hen aan de hand is. Een veelvoorkomende reden bij de respondenten om niet open te worden over eigen psychische klachten, is het gevoel van onveiligheid en angst.

Veel hulpverleners blijven door hun psychische klachten thuis uit angst voor de reacties van anderen, dat het alsmaar moeilijker maakt om terug te keren op de werkvloer.

Een van de opvallendste bevindingen uit Shanons veldonderzoek was de negatieve kijk van hulpverleners op zichzelf. Veel hulpverleners voelen zich onzichtbaar en schamen zich voor hun eigen problematiek wat leidt tot verzwijging en onderpresteren. Door zelf niet open te zijn over klachten, weet de omgeving echter ook niet wat er speelt en worden collega’s onbewust bevestigd in hun vooroordelen doordat het presenteïsme leidt tot lagere prestaties op het werk. Managers begrijpen waarom psychische problematiek op de werkvloer bespreekbaar moet zijn, maar de urgentie is er nauwelijks, waardoor uiteindelijk niks wordt gedaan. Het aanpakken van stigma wordt als eng beschouwd, omdat de taboesfeer zo groot is met nog weinig zekerheid over de positieve gevolgen, dat gewoontegedrag veiliger aanvoelt. De ontmoediging van open zijn over eigen kwetsbaarheden gebeurt al tijdens de opleiding tot hulpverlener met als redenen dat openheid leidt tot misbruik van cliënten en het verlies van professionele bekwaamheid. Hierdoor durven hulpverleners de stilte niet te doorbreken en blijven zij zich aanpassen aan anderen om zo niet afgewezen of ontslagen te worden.

Download de scriptie van Shanon Klingendael

onderzoek aanpassing opleiding

Barbara Koppes deed in het kader van haar afstudeerscriptie Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) onderzoek naar stigmatisering binnen de hulpverlening en hoe een aanpassing binnen de opleiding kan bijdragen aan destigmatisering. Haar hogeschool, de Academie voor Sociale Studies aan Avans Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch, biedt namelijk een minor ggz-agoog aan. Het doel van dit keuzeonderdeel is studenten meer inzicht geven in de psychopathologie en de complexe problematiek die hierbij komt kijken. Studenten leren om zoveel mogelijk in samenspraak met het cliëntsysteem een benaderingswijze te kiezen die recht doet aan het eigen probleemoplossend vermogen, eigen waarde en identiteit. Binnen de minor komen verschillende thema’s aan bod, zoals: volwassenpsychiatrie, forensische psychiatrie, dwang & drang en sociale netwerkbenadering. Ook ligt er nadruk op herstelondersteunende zorg en rehabilitatie.

Barbara onderzocht hoe Avans het programma van de minor ggz-agoog kan aanpassen, zodat stigmatisering onder beginnende hulpverleners tegengegaan kan worden. De hoofdvraag voor haar onderzoek luidde dan ook: “Hoe kan de minor ggz-agoog bijdragen aan destigmatisering van mensen met psychische kwetsbaarheden onder beginnende hulpverleners?” In haar scriptie schetst ze de context en komen de resultaten aan bod uit haar literatuuronderzoek, groepsgesprekken en interviews met studenten en docenten. Ze geeft een aantal adviezen en heeft bovendien een training destigmatiserend werken uitgewerkt die door de docenten van de minor gebruikt kan worden om het onderwerp aandacht te geven binnen de minor.

Download de scriptie van Barbara Koppes.

Nieuwe openheid

In de Volkskrant van oktober 2015 verscheen een artikel van de hand van Aliëtte Jonkers waarin staat te lezen dat langzaamaan ook steeds meer psychiaters en psychologen ervoor kiezen hun verhaal te delen. Lees meer over ‘Nieuwe openheid in de psychiatrie’.

open op je werk?

Twijfel jij er wel eens over om over jouw psychische aandoening te vertellen aan collega’s of je werkgever? Keuzehulp CORAL 2.0 helpt je bij je persoonlijke afwegingen rond openheid over je psychische aandoening op het werk. Aan de hand van een uitgebreide digitale vragenlijst kijk je naar de voor- en nadelen van openheid, jouw waarden rondom openheid, aan wie je het zou kunnen vertellen en wat een goed moment zou zijn om dit te doen. Lees meer over deze keuzehulp.