Binnen de gezondheidszorg komen verschillende vormen van stigma voor. 

diagnostic overshadowing: ‘tussen de oren’

In de ‘gewone’ oftewel somatische zorg kunnen cliënten te maken krijgen met het gevolg diagnostic overshadowing. Daarbij schrijft bijvoorbeeld een arts klachten makkelijker toe aan de psychische aandoening: ‘het zit vast tussen je oren’. Maar liefst 30-50% van de cliënten met een psychische aandoening voelt zich gediscrimineerd door hun huisarts. Zorgwekkend omdat je huisarts altijd je eerste aanspreekpunt is. Cliënten voelen zich niet goed begrepen. Of ze merken dat de huisarts ze snel doorverwijst naar een collega of een ggz-instelling in plaats van een medisch specialist.

iatrogeen stigma

Een ander verschijnsel is iatrogeen stigma. Dit treedt op als gevolg van medisch handelen. Bijvoorbeeld wanneer zorgverleners diagnostiek onzorgvuldig gebruiken. Soms plakken zij onbewust te pas en te onpas een etiket op iemand, terwijl dit onnodig is voor de behandeling en deze zelfs kan belemmeren. Dit werkt vaak stigmatiserend voor cliënten en familieleden. Dat gebeurt overigens ook wanneer niet-zorgverleners, zoals naasten, deze labels onzorgvuldig gebruiken.

Praktijkvoorbeelden

  • Een man met de diagnose adhd, blowt. De huisarts wil hem niet doorverwijzen voor hulp, omdat hij eerst moet stoppen met blowen. ‘Anders heeft doorverwijzen geen zin’, aldus de huisarts.
  • Een man met de diagnose schizofrenie is twee keer door de internist weggestuurd met de mededeling dat zijn buikklachten ‘tussen de oren’ zaten. Door tussenkomst van een verpleegkundige kwam de man uiteindelijk toch bij dezelfde internist terecht. Na onderzoek bleek dat de man metastasen van kanker in de darmen had.
  • Een vrouw met de diagnose borderline-stoornis komt met snijverwondingen op een centrale spoedopvang. Zij wordt gehecht zonder verdoving, ‘want je hebt jezelf immers verwond’. Ook wordt verband verwisseld op een hardhandige manier. De cliënt voelt zich op deze manier sterk afgewezen, een van de hoofdproblemen bij borderline.

stigma binnen de hulpverlening

Vroeger werd de ggz gezien als iets wat buiten de maatschappij stond. Ook het vakgebied zag men als een geïsoleerde ontwikkeling. Dat is gelukkig veranderd. Wat nog veel meer aandacht behoeft is stigma binnen de hulpverlening. Zowel huisartsen als (forensisch) ggz-medewerkers zeggen dat zij eigen ervaringen met psychische klachten niet snel delen met andere collega’s.

Reden is angst om
anders te worden
behandeld: stigmatisering.

Dit blijkt uit recent Nederlands onderzoek naar houding ten opzichte van psychische problemen onder verschillende groepen hulpverleners. Ook beschouwt de onderzoeksgroep de psychiatrie niet als een gedegen medisch specialisme vergeleken met andere specialisaties binnen de somatische zorg.

Nieuwe openheid

Ggz-professionals delen hun eigen ervaringen met psychische kwetsbaarheid maar mondjesmaat. Angst speelt hierbij een belangrijke rol. In de Volkskrant van oktober 2015 verscheen een artikel van de hand van Aliëtte Jonkers waarin staat te lezen dat langzaamaan ook steeds meer psychiaters en psychologen ervoor kiezen hun verhaal te delen. Lees meer over ‘Nieuwe openheid in de psychiatrie’.

open op je werk?

Twijfel jij er wel eens over om over jouw psychische aandoening te vertellen aan collega’s of je werkgever? Keuzehulp CORAL 2.0 helpt je bij je persoonlijke afwegingen rond openheid over je psychische aandoening op het werk. Aan de hand van een uitgebreide digitale vragenlijst kijk je naar de voor- en nadelen van openheid, jouw waarden rondom openheid, aan wie je het zou kunnen vertellen en wat een goed moment zou zijn om dit te doen. Lees meer over deze keuzehulp.