Stigma in de hulpverlening is deels ontstaan uit oude denkbeelden. Ook nu nog zijn er vooroordelen, zelfs van collega’s onder elkaar. Eigen ervaringen delen gebeurt nog maar mondjesmaat. Angst speelt hierbij een belangrijke rol.

Vroeger werd de ggz gezien als iets wat buiten de maatschappij stond. Ook het vakgebied zag men als een geïsoleerde ontwikkeling. Dat is gelukkig veranderd. Wat nog veel meer aandacht behoeft is stigma binnen de hulpverlening. Zowel huisartsen als (forensisch) ggz-medewerkers zeggen dat zij eigen ervaringen met psychische klachten niet snel delen met andere collega’s.

Reden is angst om
anders te worden
behandeld: stigmatisering.

Dit blijkt uit recent Nederlands onderzoek naar houding ten opzichte van psychische problemen onder verschillende groepen hulpverleners. Ook beschouwt de onderzoeksgroep de psychiatrie niet als een gedegen medisch specialisme vergeleken met andere specialisaties binnen de somatische zorg.

Moeilijk vak

Hulpverleners ervaren de zorg voor patiënten met een psychische aandoening als lastig en stressvol. Vaak als gevolg van gevoelens van frustratie en onmacht. Vooral de groep mensen met een verslaving komen er slecht vanaf. Vergeleken met zorgverleners in de verslavingszorg hadden huisartsen en hulpverleners in de reguliere ggz meer moeite om te werken met cliënten met een verslaving. Vooral het -door de hulpverleners ervaren- gebrek aan motivatie en therapietrouw van cliënten kunnen hierbij een rol spelen. Maar ook de angst bij zorgverleners voor geweld en manipulatie door cliënten.

Nieuwe openheid

In de Volkskrant van oktober 2015 verscheen een artikel van de hand van Aliëtte Jonkers waarin staat te lezen dat langzaamaan ook steeds meer psychiaters en psychologen ervoor kiezen hun verhaal te delen. Lees meer over ‘Nieuwe openheid in de psychiatrie’.