Cliënten in de ggz voelen zich vaak gestigmatiseerd door hulpverleners of in de hulpverlening. Dit blijkt uit – internationaal – onderzoek. In Nederland meldt 58% van de respondenten in de INDIGO-studie negatieve (ervaren) bejegening door ggz‐medewerkers.

Ongeveer een kwart van de stigma-ervaringen die cliënten noemen hebben te maken met hun contact met een zorgverlener. Onderzoek (2014) toont dat aan. Zo voelt 38% van de deelnemers zich respectloos behandeld door ggz-hulpverleners. Hierbij gaat het onder meer om gebrek aan acceptatie (47%) of incompetent worden geacht (49%).

Oorzaken

Dat cliënten zich gestigmatiseerd voelen is heel duidelijk. De oorzaken hiervan zijn divers.

    • Cliënten vinden juist en zorgvuldig taalgebruik heel belangrijk. Bijvoorbeeld: zorgverleners (met name buiten de ggz) noemen cliënten met schizofrenie ‘schizofrenen’ en ‘psychotici’. Daarmee reduceren ze iemand tot een medische diagnose.
    • Patiënten en familieleden ervaren desinteresse en weinig begrip van de hulpverlener. Ze worden slecht voorgelicht of matig betrokken bij de behandeling.

Feit is dat voor de meeste mensen met een psychische aandoening herstel mogelijk is.

  • De psychiatrische diagnose werd tot voor kort ‘standaard’ gekoppeld aan een negatieve prognose: ‘Je zult ziek zijn voor de rest van je leven’. Feit is dat voor de meeste mensen met een psychische aandoening herstel mogelijk is.
  • Cliënten melden dat de behandeling vooral gaat over medicijngebruik of symptoombestrijding. Er is te weinig oog voor iemands ontwikkelingskansen.
  • De accommodatie en veiligheid in ggz-instellingen laat te wensen over.
  • De bejegening van – nieuwe – cliënten kan beter. Zo vertelt een cliënt die zich – na jarenlang twijfelen – bij de eerste melding aan de balie liet wegsturen na twee seconden, omdat ze de verkeerde papieren bij zich had.

Wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van anti-stigma-strategieën is schaars. Het is een complexe problematiek. Psychische diversiteit werkt maakt openheid over psychische aandoeningen op de werkvloer vanzelfsprekend. Dat draagt bij aan de psychische gezondheid, het welzijn en de productiviteit van werknemers. Onderzoek is een van de activiteiten om daaraan bij te dragen.