Iedereen is wel eens bang. Op zich niet erg. Angst heeft zelfs een belangrijke functie. Het is een waarschuwing voor gevaar. Heeft iemand regelmatig verschillende angstklachten die voor sociale of beroepsmatige problemen zorgen? Dan kan sprake zijn van een angststoornis.

We weten nog niet precies waarom een angststoornis ontstaat. Waarschijnlijk spelen zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol. Angststoornissen bestaan in verschillende soorten. Zo heeft een sociale angststoornis vaak direct effect op het werk. Iemand heeft bijvoorbeeld angst om: een ander te ontmoeten, te telefoneren, in het openbaar te spreken of in een restaurant te eten. Hierbij lijkt het alsof iemand erg verlegen is. Sociale angst beïnvloedt het dagelijks functioneren op het werk negatief.

Mensen met een paniekstoornis hebben regelmatig angstaanvallen. Ze krijgen het gevoel gek te worden, de controle te verliezen, flauw te vallen of dood te gaan. Ook zijn ze bang voor een volgende paniekaanval en vermijden daarom  situaties. Dit kan leiden tot straatvrees.

Bij een piekerstoornis maakt iemand zich voortdurend zorgen over alledaagse dingen. Men piekert bijvoorbeeld over geld en gezondheid. De zorgen staan echter niet in verhouding tot de ernst van de moeilijkheden.

Verder kennen we  fobieën. Dit zijn angsten voor specifieke dingen. Bijvoorbeeld voor dieren als spinnen of situaties zoals vliegangst. De impact op het werk is meestal beperkt, omdat het meestal vrij makkelijk te vermijden is.

Angststoornis en werk

Bij een (sociale-) angststoornis kunnen de volgende klachten voorkomen: hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen, bezorgdheid, verminderde concentratie, prikkelbaarheid, spanning en onrust.

Tijdens een angst- of paniekaanval komen vooral lichamelijke klachten voor. Bijvoorbeeld hartkloppingen, pijnlijk gevoel op de borst (soms denken mensen dat ze een hartaanval krijgen), zweten, ademnood, trillen, misselijkheid, hyperventilatie.

Bronnen: psychischegezondheid.nlkorrelatie.nlwerkenmeteenbeperking.nl