Autisme uit zich op verschillende manieren. De één mijdt contact, de ander is misschien eerder wat opdringerig. Maar ook zijn er veel mensen met autisme waaraan je juist niets merkt. Hieronder vind je enkele tips voor het omgaan met een collega met autisme.

  • Realiseer je dat je collega de sociale regels niet altijd begrijpt. Haalt hij nooit eens koffie voor de afdeling? Vraag het hem gewoon. Het komt simpelweg niet bij hem op.
  • Bedenk dat je collega niet onbeleefd doet als hij je niet aankijkt.
  • Verwacht geen reactie op non-verbale communicatie zoals een boze gezichtsuitdrukking of gebaren. Wil je dat je collega reageert op wat je zegt? Vraag er dan specifiek om: ‘Luister even naar wat ik vertel’. Benoem altijd letterlijk wat je wilt.
  • Leg altijd uit wat je van plan bent. Vraag daarna of hij je goed heeft begrepen voordat je iets doet.
  • Schreeuw niet of praat niet met een harde stem. Mensen met autisme kunnen hier heftiger van schrikken dan anderen.
  • Bedenk dat veel mensen met autisme zich niet opzettelijk ‘anders’ gedragen. Hij kan er ook niets aan doen.
  • Gebruik geen taal met een dubbele betekenis. Het woord ‘vliegangst’ kan hij opvatten als ‘bang zijn voor een vlieg’.
  • Geef je collega extra tijd om de informatie op te nemen.
  • Gebruik om iets duidelijk te maken zoveel mogelijk schema’s, agenda’s, bewegwijzering en geschreven instructies.
  • Vertel of vraag één ding tegelijk.
  • Vermijd beeldspraak of sarcasme. Wees zo concreet mogelijk.


Bronnen: 
psychischegezondheid.nlkorrelatie.nl; werkenmeteenbeperking.nl

Meer informatie kun je ook vinden op: de site Nederlandse Vereniging voor Autisme: en de site Autisme bekeken.