Borderline – ook wel emotieregulatiestoornis genoemd – is in de psychologie ingedeeld bij de persoonlijkheidsstoornissen. Wanneer onze negatieve, starre trekjes ons gaan tegenwerken en we ons niet meer kunnen aanpassen aan de omgeving, spreken we van persoonlijkheidsproblematiek.

Hierbij gaat het bijna altijd om doorgeschoten vormen van ‘gewone’ persoonlijkheidstrekken zoals, impulsief gedrag, verlegenheid, overdreven zorgvuldigheid, angstigheid enzovoort. Trekken die we allemaal hebben dus! Je kunt borderline kortweg omschrijven als een onvermogen om op adequate wijze met emoties/gevoelens om te gaan.

Wie krijgt borderline?

Vaak zorgt een combinatie van biologische en omgevingsfactoren dat iemand borderline ontwikkelt. Zo spelen aanleg en erfelijkheid mee in het ontwikkelen ervan. Kenmerken als impulsiviteit en emotionele instabiliteit hebben te maken met processen in de hersenen en met hormonen. Ook ingrijpende ervaringen of gevoelens in de kindertijd beïnvloeden het ontstaan van borderline.

Borderline en werk

Mensen met borderline moeten doorgaans meer moeite doen om goed te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Ook de omgeving kan hiervan last ervaren, maar vaak ook helemaal niet. Veel mensen met borderline leren met behulp van therapie heel goed omgaan met zichzelf. Ze blijven daar vervolgens wel heel hard voor moeten werken, omdat ze een bepaalde kwetsbaarheid houden.

Het kan ook voorkomen dat mensen naast borderline nog andere psychische problemen hebben, zoals ADHD, verslavingsproblematiek, depressie, eetstoornis, enzovoorts. De mate waarin iemand last heeft van de hoeveelheid borderline-symptomen kan enorm variëren.