Hieronder vind je enkele handreikingen voor het omgaan met een medewerker die ervaring heeft (gehad) met psychose(s).

    • PRAAT WANEN EN HALLUCINATIES NIET WEG

Iemand in een psychose heeft zijn gedachten, gevoelens en gedrag niet onder controle. Voor hem zijn de wanen en hallucinaties werkelijkheid. Het heeft geen zin om te zeggen: “De stemmen die je hoort zijn niet echt” of “Je wordt niet achtervolgd!”. Je kunt wel aangeven dat je er zelf anders tegenaan kijkt.

    • HEB BEGRIP EN GEDULD

Probeer zo rustig mogelijk te reageren op iemand die psychotisch is. Boosheid en irritatie werken averechts. Toon begrip voor de werkelijkheid van de ander en laat dat ook merken. Vraag bijvoorbeeld wat iemand ziet of hoort. Dit is niet hetzelfde als ‘meegaan’ in de psychose.

    • VERZAMEL BETROUWBARE INFORMATIE

Zoek meer informatie over psychose, zodat je zo goed mogelijk begrijpt wat er aan de hand is met je collega. Verwijs ook andere collega’s hiernaar die op de hoogte zijn. Dit helpt bij het creëren van openheid en begrip. Mensen kunnen negatief reageren of zich geen houding weten wanneer zij horen dat iemand in hun omgeving een psychose doormaakt. Onbekendheid met de aandoening en vooroordelen spelen hierbij soms een rol.