In de media komen we veel frames tegen die stigmatiserend werken voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Vaak zijn die frames negatief. Ze labelen mensen als ‘anders’, ‘onvoorspelbaar’, als ‘een risico voor de samenleving’. Of ze zetten mensen weg als 'sneue types', die zich misschien ook wel een beetje aanstellen. Dat zijn allemaal frames die niet helpen. En omdat taal en beelden zo belangrijk zijn bij het tegengaan van stigmatisering, willen we hier graag andere frames tegenover zetten.

Frames en stereotypen maken de wereld overzichtelijk. Je hoeft als lezer of kijker zelf niet meer na te denken, je herkent de situatie direct.

Huidige frames
Andere frames

huidige frames

Er circuleren in de media op dit moment allerlei frames over mensen met een psychische aandoening.

  • Het meest neutrale frame is dat mensen met een psychische aandoening gewone mensen zijn, met een specifiek probleem. Dit is tegelijk ook het meest realistische frame. Maar vaak worden mensen met een psychische aandoening juist neergezet als ‘anders’. Dat kan op verschillende manieren.
  • Een bekend frame is dat van mensen met een psychische aandoening als mensen met een bijzonder talent. Out-of-the-box denkers, mensen die grenzeloos durven te leven. Of mensen die door hun aandoening juist ergens heel goed in zijn. Dit frame lijkt aantrekkelijk. Maar het klopt niet. Mensen met een psychische aandoening zijn mensen als ieder ander.
  • Ook een veelgebruikt frame is dat mensen met een psychische aandoening onberekenbaar zouden zijn, een risico voor hun omgeving. Verwarde personen, die overlast veroorzaken. Veel mensen met een psychische aandoening kruipen hierdoor in hun schulp, vragen niet op tijd hulp, willen hier niet mee geassocieerd worden.
  • Mensen met een psychische aandoening worden ook nogal eens neergezet als sneue, een beetje zielige types. Misschien wel aanstellers. Hier wil je ook niet bij horen.
  • Bovendien zouden psychische aandoeningen hand over hand toenemen. Elk jaar meer politiemeldingen over verwarde personen. De depressie epidemie. Jongeren die massaal burn-out raken. Waar houdt dit op?

Deze frames stroken (behalve de eerste) niet met de feiten. Heel veel mensen krijgen met een psychische aandoening te maken - het is dus niets uitzonderlijks. Maar een heel klein deel van de mensen met een psychische aandoening komt in aanraking met de politie vanwege verward gedrag. Daarbij is er in de meeste gevallen geen sprake van gevaar. Verreweg de meeste mensen met een psychische aandoening hebben een goed leven, een crisis is meestal tijdelijk en herstel is heel gebruikelijk. Er zijn tegenwoordig net zoveel mensen met een psychische aandoening als veertig jaar geleden.

andere frames

Welke taal en beelden kunnen we hier tegenover stellen? Hoe zien die niet-stigmatiserende frames eruit? Welke taal en welke beelden moeten we gebruiken? Om dat uit te zoeken, werkt Samen Sterk intensief samen met communicatieprofessionals en ervaringsdeskundigen bij GGZ-instellingen en cliëntenorganisaties. En - sinds kort - ook met het lectoraat Constructieve Journalistiek van Hogeschool Windesheim. Definitieve resultaten zijn er nog niet. Maar er zijn al wel lijnen aan te geven.

  • Stel de persoon centraal, niet de aandoening. Blijf benadrukken dat de persoon om wie het gaat een compleet mens is, die op dit moment ‘van het padje’ is geraakt. Dat is niet altijd zo. Het hoeft ook niet zo te blijven, als er goede hulp komt.
  • Maak een verhaal zoveel mogelijk individueel. Geef, als dat kan, iemand een naam. De kop ‘Niemand weet raad met de kooiman’ (over een man in een forensische psychiatrische kliniek, die zwaar getraumatiseerd is en daardoor al jaren voor iedereen onbenaderbaar) klinkt angstaanjagend, bedreigend. In het alternatief: ‘Niemand weet raad met Youssouf’ klinkt mededogen door, en spijt over de kennelijke handelingsverlegenheid van de hulpverleners.
  • Als er daadwerkelijk sprake is van overlast, bijvoorbeeld bij omwonenden, neem dat dan serieus. Ontken het niet. Maar benadruk dat het een individuele situatie is, die niets zegt over mensen met een psychische aandoening in het algemeen.
  • Probeer te nuanceren. Is het gedrag van iemand waar anderen last van hebben wel gerelateerd aan de psychische aandoening? Dat hoeft niet zo te zijn. Misschien is iemand wel ‘gewoon een klootzak’.
  • Probeer bij journalisten de notie te laten landen dat ‘verwarrend gedrag’ van iemand vaak een schreeuw om aandacht is, die geuit wordt op een voor de omstanders onbegrepen manier.
  • Onvoorspelbaar en vreemd gedrag kun je ook zien als verrassend en creatief gedrag.

 

In de media komen we veel frames tegen die stigmatiserend werken voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Vaak zijn die frames negatief. Ze labelen mensen als ‘anders’, ‘onvoorspelbaar’, als ‘een risico voor de samenleving’. Of ze zetten mensen weg als ‘sneue types’, die zich misschien ook wel een beetje aanstellen. Dat zijn allemaal frames die niet helpen. En omdat taal en beelden zo belangrijk zijn bij het tegengaan van stigmatisering, willen we hier graag andere frames tegenover zetten.

Frames en stereotypen maken de wereld overzichtelijk. Je hoeft als lezer of kijker zelf niet meer na te denken, je herkent de situatie direct.

Huidige frames
Andere frames

huidige frames

Er circuleren in de media op dit moment allerlei frames over mensen met een psychische aandoening.

  • Het meest neutrale frame is dat mensen met een psychische aandoening gewone mensen zijn, met een specifiek probleem. Dit is tegelijk ook het meest realistische frame. Maar vaak worden mensen met een psychische aandoening juist neergezet als ‘anders’. Dat kan op verschillende manieren.
  • Een bekend frame is dat van mensen met een psychische aandoening als mensen met een bijzonder talent. Out-of-the-box denkers, mensen die grenzeloos durven te leven. Of mensen die door hun aandoening juist ergens heel goed in zijn. Dit frame lijkt aantrekkelijk. Maar het klopt niet. Mensen met een psychische aandoening zijn mensen als ieder ander.
  • Ook een veelgebruikt frame is dat mensen met een psychische aandoening onberekenbaar zouden zijn, een risico voor hun omgeving. Verwarde personen, die overlast veroorzaken. Veel mensen met een psychische aandoening kruipen hierdoor in hun schulp, vragen niet op tijd hulp, willen hier niet mee geassocieerd worden.
  • Mensen met een psychische aandoening worden ook nogal eens neergezet als sneue, een beetje zielige types. Misschien wel aanstellers. Hier wil je ook niet bij horen.
  • Bovendien zouden psychische aandoeningen hand over hand toenemen. Elk jaar meer politiemeldingen over verwarde personen. De depressie epidemie. Jongeren die massaal burn-out raken. Waar houdt dit op?

Deze frames stroken (behalve de eerste) niet met de feiten. Heel veel mensen krijgen met een psychische aandoening te maken – het is dus niets uitzonderlijks. Maar een heel klein deel van de mensen met een psychische aandoening komt in aanraking met de politie vanwege verward gedrag. Daarbij is er in de meeste gevallen geen sprake van gevaar. Verreweg de meeste mensen met een psychische aandoening hebben een goed leven, een crisis is meestal tijdelijk en herstel is heel gebruikelijk. Er zijn tegenwoordig net zoveel mensen met een psychische aandoening als veertig jaar geleden.

andere frames

Welke taal en beelden kunnen we hier tegenover stellen? Hoe zien die niet-stigmatiserende frames eruit? Welke taal en welke beelden moeten we gebruiken? Om dat uit te zoeken, werkt Samen Sterk intensief samen met communicatieprofessionals en ervaringsdeskundigen bij GGZ-instellingen en cliëntenorganisaties. En – sinds kort – ook met het lectoraat Constructieve Journalistiek van Hogeschool Windesheim. Definitieve resultaten zijn er nog niet. Maar er zijn al wel lijnen aan te geven.

  • Stel de persoon centraal, niet de aandoening. Blijf benadrukken dat de persoon om wie het gaat een compleet mens is, die op dit moment ‘van het padje’ is geraakt. Dat is niet altijd zo. Het hoeft ook niet zo te blijven, als er goede hulp komt.
  • Maak een verhaal zoveel mogelijk individueel. Geef, als dat kan, iemand een naam. De kop ‘Niemand weet raad met de kooiman’ (over een man in een forensische psychiatrische kliniek, die zwaar getraumatiseerd is en daardoor al jaren voor iedereen onbenaderbaar) klinkt angstaanjagend, bedreigend. In het alternatief: ‘Niemand weet raad met Youssouf’ klinkt mededogen door, en spijt over de kennelijke handelingsverlegenheid van de hulpverleners.
  • Als er daadwerkelijk sprake is van overlast, bijvoorbeeld bij omwonenden, neem dat dan serieus. Ontken het niet. Maar benadruk dat het een individuele situatie is, die niets zegt over mensen met een psychische aandoening in het algemeen.
  • Probeer te nuanceren. Is het gedrag van iemand waar anderen last van hebben wel gerelateerd aan de psychische aandoening? Dat hoeft niet zo te zijn. Misschien is iemand wel ‘gewoon een klootzak’.
  • Probeer bij journalisten de notie te laten landen dat ‘verwarrend gedrag’ van iemand vaak een schreeuw om aandacht is, die geuit wordt op een voor de omstanders onbegrepen manier.
  • Onvoorspelbaar en vreemd gedrag kun je ook zien als verrassend en creatief gedrag.