Soms lees je een bericht in de krant, je hoort iets op de radio of je ziet iets op tv waarvan je denkt: het kan toch niet wáár zijn! Zo stigmatiserend voor mensen met een psychische aandoening! Je wilt reageren. Hoe pak je dat aan?

Journalisten en programmamakers kunnen soms enorm uit de bocht vliegen als het gaat om mensen met een psychische aandoening. Dan zijn we ineens gevaarlijk, gestoord, zielig of geniaal. Terwijl mensen met een psychische aandoening gewone mensen zijn, als ieder ander, behalve natuurlijk dat we een aandoening hebben. Dat is al lastig genoeg. Dan wil je je niet ook nog eens door de media in de hoek gezet voelen. Er zijn in grote lijnen twee manieren om te reageren op zulke uitingen in de media.

  • Heel boos worden en dat flink laten blijken. Dat kan in een brief of mail aan de redactie. Het kan ook in een reactie onder een bericht - als die mogelijkheid er is. Het lucht op. Maar verder levert het weinig op. Journalisten en programmamakers veranderen hun manier van werken niet omdat er mensen boos om worden.
  • Journalisten en programmamakers aan het denken zetten. Liefst zelfs met ze in gesprek gaan. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Dat lees je op deze pagina.

uitgangspunten

De meeste journalisten en programmamakers houden van hun werk en zijn er trots op. Ze doen hun best om elke dag opnieuw zinvolle informatie aan hun lezers, luisteraars en kijkers voor te schotelen. Ze willen misstanden aan de kaak stellen, problemen in de samenleving blootleggen, openheid van zaken geven. Alles wat ze maken is zichtbaar en er is altijd wel iemand die er boos om wordt. Ze worden daar een beetje immuun voor. Dus als je met reageert met een harde aanval, bereik je meestal niets. Ze leggen het naast zich neer. Of ze ontkennen dat ze stigmatiseren. Einde oefening.

De meeste journalisten willen een oprecht en eerlijk beeld geven van mensen met een psychische aandoening. Dat weten we zeker, want daar is onderzoek naar gedaan. Maar door onwetendheid en doordat ze vaak snel moeten werken, gaan ze soms mee in de waan van de dag. Ze hebben vaak zelf niet in de gaten dat ze negatieve stereotypen gebruiken als het over mensen met een psychische aandoening gaat. Op een rustig moment kun je het daar prima met ze over hebben.

Dat is vooral zo als je zelf open en oprecht bent in het contact met journalisten en programmamakers. Hou het bij jezelf. Dat jij je gestigmatiseerd voelt, wil nog niet zeggen dat anderen dat ook zo voelen. En het betekent al helemaal niet dat de journalist of programmamaker bewust bezig is om jou naar beneden te halen.

stappenplan

Wil je dat journalisten en programmamakers gaan nadenken over hoe ze berichten over mensen met een psychische aandoening en daarover misschien zelfs met jou in gesprek gaan? Volg dan de volgende stappen van de 'feedback methode'. We hebben hier bij Samen Sterk goede ervaringen mee. Het heeft mooie gesprekken opgeleverd bij de redactie van De Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw, de nieuwsredactie van de NOS en (binnenkort) de redactie van Pauw. En met individuele journalisten van onder andere De Telegraaf, het AD en Elseviers Weekblad.

  1. Begin met te melden dat je 'met belangstelling' het bericht hebt gelezen, beluisterd of bekeken. Spreek je waardering ervoor uit dat de journalist aandacht besteedt aan dit onderwerp. Je kunt ook nog zeggen dat je een vaste lezer, luisteraar of kijker bent van het betreffende medium en dat je hun berichtgeving over het algemeen erg waardevol vindt - maar doe dat alleen als het ook echt zo is.
  2. Stel jezelf voor. Hou het kort. Meld ook dat je ervaringsdeskundige bent en ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma. Ga daar nu nog niet verder op in, dat komt later.
  3. Herhaal de kern van het bericht in twee of drie zinnen. Hou het feitelijk: dit is wat ik lees, hoor of zie.
  4. Vertel wat dit met jou doet en hoe dat komt. Nu kun je ook melden dat je dit heel vervelend vindt (als dat zo is) en waarom. Zo nodig kun je het verbreden: jij bent niet de enige die zich hierdoor gestigmatiseerd zal voelen, er zijn veel meer mensen zoals jij. Hou het kort. Drie tot vijf zinnen zijn genoeg.
  5. Zeg dat je je niet kunt voorstellen dat het de bedoeling van de journalist was om jou en mensen zoals jij te stigmatiseren.
  6. Vraag vriendelijk aan de journalist of programmamaker om hier in de toekomst meer rekening mee te houden.
  7. Bied aan om hier een keer in alle rust verder over te spreken, in een open gesprek, waarbij je ook bereid bent om over jouw persoonlijke ervaringen te vertellen. Meld dat je dit aanbiedt als ambassadeur of supporter van Samen Sterk, wie we zijn en waar we voor staan. Graag met een linkje erbij naar onze website, rubriek Aanpak stigma in de media.
  8. Zet eventueel info@samensterkzonderstigma.nl in de CC, zodat wij ook op de hoogte zijn.

hulp

Wil je hulp bij het schrijven van een reactie? Toont een journalist of programmamaker interesse in een gesprek en wil je je daar goed op voorbereiden? Bel of mail met de projectleider Aanpak stigmatisering in de media bij Samen Sterk zonder Stigma. Hier vind je de contactgegevens.

Soms lees je een bericht in de krant, je hoort iets op de radio of je ziet iets op tv waarvan je denkt: het kan toch niet wáár zijn! Zo stigmatiserend voor mensen met een psychische aandoening! Je wilt reageren. Hoe pak je dat aan?

Journalisten en programmamakers kunnen soms enorm uit de bocht vliegen als het gaat om mensen met een psychische aandoening. Dan zijn we ineens gevaarlijk, gestoord, zielig of geniaal. Terwijl mensen met een psychische aandoening gewone mensen zijn, als ieder ander, behalve natuurlijk dat we een aandoening hebben. Dat is al lastig genoeg. Dan wil je je niet ook nog eens door de media in de hoek gezet voelen. Er zijn in grote lijnen twee manieren om te reageren op zulke uitingen in de media.

  • Heel boos worden en dat flink laten blijken. Dat kan in een brief of mail aan de redactie. Het kan ook in een reactie onder een bericht – als die mogelijkheid er is. Het lucht op. Maar verder levert het weinig op. Journalisten en programmamakers veranderen hun manier van werken niet omdat er mensen boos om worden.
  • Journalisten en programmamakers aan het denken zetten. Liefst zelfs met ze in gesprek gaan. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Dat lees je op deze pagina.

uitgangspunten

De meeste journalisten en programmamakers houden van hun werk en zijn er trots op. Ze doen hun best om elke dag opnieuw zinvolle informatie aan hun lezers, luisteraars en kijkers voor te schotelen. Ze willen misstanden aan de kaak stellen, problemen in de samenleving blootleggen, openheid van zaken geven. Alles wat ze maken is zichtbaar en er is altijd wel iemand die er boos om wordt. Ze worden daar een beetje immuun voor. Dus als je met reageert met een harde aanval, bereik je meestal niets. Ze leggen het naast zich neer. Of ze ontkennen dat ze stigmatiseren. Einde oefening.

De meeste journalisten willen een oprecht en eerlijk beeld geven van mensen met een psychische aandoening. Dat weten we zeker, want daar is onderzoek naar gedaan. Maar door onwetendheid en doordat ze vaak snel moeten werken, gaan ze soms mee in de waan van de dag. Ze hebben vaak zelf niet in de gaten dat ze negatieve stereotypen gebruiken als het over mensen met een psychische aandoening gaat. Op een rustig moment kun je het daar prima met ze over hebben.

Dat is vooral zo als je zelf open en oprecht bent in het contact met journalisten en programmamakers. Hou het bij jezelf. Dat jij je gestigmatiseerd voelt, wil nog niet zeggen dat anderen dat ook zo voelen. En het betekent al helemaal niet dat de journalist of programmamaker bewust bezig is om jou naar beneden te halen.

stappenplan

Wil je dat journalisten en programmamakers gaan nadenken over hoe ze berichten over mensen met een psychische aandoening en daarover misschien zelfs met jou in gesprek gaan? Volg dan de volgende stappen van de ‘feedback methode’. We hebben hier bij Samen Sterk goede ervaringen mee. Het heeft mooie gesprekken opgeleverd bij de redactie van De Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw, de nieuwsredactie van de NOS en (binnenkort) de redactie van Pauw. En met individuele journalisten van onder andere De Telegraaf, het AD en Elseviers Weekblad.

  1. Begin met te melden dat je ‘met belangstelling’ het bericht hebt gelezen, beluisterd of bekeken. Spreek je waardering ervoor uit dat de journalist aandacht besteedt aan dit onderwerp. Je kunt ook nog zeggen dat je een vaste lezer, luisteraar of kijker bent van het betreffende medium en dat je hun berichtgeving over het algemeen erg waardevol vindt – maar doe dat alleen als het ook echt zo is.
  2. Stel jezelf voor. Hou het kort. Meld ook dat je ervaringsdeskundige bent en ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma. Ga daar nu nog niet verder op in, dat komt later.
  3. Herhaal de kern van het bericht in twee of drie zinnen. Hou het feitelijk: dit is wat ik lees, hoor of zie.
  4. Vertel wat dit met jou doet en hoe dat komt. Nu kun je ook melden dat je dit heel vervelend vindt (als dat zo is) en waarom. Zo nodig kun je het verbreden: jij bent niet de enige die zich hierdoor gestigmatiseerd zal voelen, er zijn veel meer mensen zoals jij. Hou het kort. Drie tot vijf zinnen zijn genoeg.
  5. Zeg dat je je niet kunt voorstellen dat het de bedoeling van de journalist was om jou en mensen zoals jij te stigmatiseren.
  6. Vraag vriendelijk aan de journalist of programmamaker om hier in de toekomst meer rekening mee te houden.
  7. Bied aan om hier een keer in alle rust verder over te spreken, in een open gesprek, waarbij je ook bereid bent om over jouw persoonlijke ervaringen te vertellen. Meld dat je dit aanbiedt als ambassadeur of supporter van Samen Sterk, wie we zijn en waar we voor staan. Graag met een linkje erbij naar onze website, rubriek Aanpak stigma in de media.
  8. Zet eventueel info@samensterkzonderstigma.nl in de CC, zodat wij ook op de hoogte zijn.

hulp

Wil je hulp bij het schrijven van een reactie? Toont een journalist of programmamaker interesse in een gesprek en wil je je daar goed op voorbereiden? Bel of mail met de projectleider Aanpak stigmatisering in de media bij Samen Sterk zonder Stigma. Hier vind je de contactgegevens.