Werk je in een diverse woonwijk, dan kom je ongetwijfeld mensen met een psychische kwetsbaarheid tegen die onbegrepen gedrag vertonen. Denk aan ’s nachts muziek draaien, schreeuwen, veel spullen verzamelen of zich terugtrekken in huis. Wellicht wil je helpen. Of moet je actie ondernemen omdat het onderdeel is van je werk, maar weet je niet zo goed hoe. Een paar handvatten bij onbegrepen gedrag.

Als professional in een wijk kun je zelf verschillende vormen van onbegrepen gedrag tegenkomen. Andere buurtbewoners kunnen ook bij jou komen voor advies over onbegrepen gedrag van hun buurman of -vrouw. De onderstaande vormen komen regelmatig voor. Klik op een linkje om te lezen waar dat gedrag vandaan komt, en wat je in zo’n situatie kunt doen.

Ga naast iemand staan

Elke situatie en persoon is anders en daarom is het lastig om een algemeen advies te geven over hoe je moet handelen. Toch zijn er wel handvatten die je in je achterhoofd kunt houden wanneer je als professional te maken met onbegrepen gedrag.

Een belangrijk advies is: ga naast iemand staan in plaats van erboven. Handel niet vanuit je professionele rol, maar gewoon als buurtbewoner en medemens. Iemand met een psychische kwetsbaarheid kan zich al schamen voor zijn gedrag of bang zijn om de controle te verliezen. Door iemand bijvoorbeeld als huurder aan te spreken en over procedures te beginnen, kan iemand bang worden zijn huis kwijt te raken. Door als ‘instantie’ te spreken creëer je bovendien ongelijkwaardigheid, je plaatst jezelf dan boven de ander. Door namens een organisatie te spreken, plaats je je gesprekspartner in een afhankelijke rol.

Van mens-tot-mens

Probeer je in de ander te verplaatsen. Je hoeft de rol van hulpverlener niet op je te nemen, want dat ben je niet. Maar gewoon contact leggen van mens tot mens kan al helpen, bijvoorbeeld door eerst eens een praatje te maken over iets anders. Zie iemand in de eerste plaats als persoon zoals jij, niet als huurder, bezoeker, cliënt, klant, lid van een vereniging etc. Het kan helpen om over je eigen ervaring te vertellen, bijvoorbeeld dat je ook wel eens bang bent of je schaamt in een bepaalde situatie.

Kan niet waar zijn

Misschien krijg je wel eens te maken met mensen die verhalen vertellen of iets melden waarvan je denkt “dit kan niet waar zijn…” Wellicht klinkt iemand zeer wantrouwig. Herhaal dan wat iemand vertelt, vat het samen, maar ga niet uitgebreid doorvragen. Probeer de woorden van de ander te gebruiken. Wees zelf heel concreet, doe geen uitspraken die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Vraag of diegene zijn verhaal kwijt wil of dat je kan helpen. Informeer of diegene iemand heeft waar hij mee kan praten of dat jij iemand kan bellen.
Bij een vasthoudende beller kun je gerust je grens aangeven. Zeg bijvoorbeeld dat je vijf minuten de tijd hebt en kondig daarna aan dat je moet ophangen.