Ruim dertig jaar werkte Lianne (56) als logopediste in het onderwijs. Tot ze ziek werd, met na twee jaar ontslag als gevolg. Lianne ging heel diep, maar heeft keihard geknokt om te komen waar ze nu is. Ze heeft veel geleerd over zichzelf en is opener dan ooit.

Het was moeilijk te verkroppen dat ze haar baan kwijtraakte, vertelt Lianne: ‘Tien jaar werkte ik al naar volle tevredenheid op die school. En nu kon ik gaan. Ik was zo boos. Mijn collega’s hebben nog geprotesteerd tegen de beslissing. Zonder resultaat helaas, maar dat deed wel goed.’
Lianne liep flink tegen stigma aan in haar voormalige werkomgeving: ‘Ik had voorgesteld dat ik dan wel als vrijwilliger aan de slag wilde op mijn eigen school. Het leek een goed idee voor beide partijen. Terwijl ik dacht dat alles in kannen en kruiken was, zette de directeur zijn hakken in het zand. Hij had moeite met mijn ziekteproces en de combinatie met kinderen: het was toch werken met ‘levend materiaal’ zei hij… Ik wist niet wat ik hoorde! Ik, de rust zelve met kinderen, was ineens een potentieel gevaar? Natuurlijk zegt het alles over een directeur die niet kon omgaan met de situatie. Maar ik voelde me zo opzij gezet.’

‘De hele buurt kijkt je met de nek aan.’

Zwartste bladzijde

Privé gebeurde eveneens het een en ander en de optelsom leidde uiteindelijk tot drie jaar in en uit de opnames. Ze woonde in die tijd ook een poosje begeleid. De zwartste bladzijde uit haar leven, zegt ze zelf: ‘Door hoe je wordt behandeld en wat dat betekent voor je eigenwaarde. De hele buurt kijkt je met de nek aan. Op dat huis heerste zo’n groot stigma. Het voelde alsof er een groot bord op de deur hing met wie daar woonden. Ik vond het er allesbehalve prettig en was daardoor ook continue op de vlucht: ik was er nooit.’

Lianne vocht hard voor haar zelfstandigheid. Wat hielp was dat ze op een bepaald moment de goede hulpverleners tegen het lijf liep: ‘Mijn eerste vrouwelijke psychiater zette een hele andere koers in dan tot dusver was gedaan. Zij had oog voor het hormonale gedeelte toen ze zag dat mijn eerdere depressies postnataal waren geweest. Ook de psycholoog met wie ik toen ging praten, was een goede voor mij. Ik besloot de lijn van die twee te volgen en niet meer naar anderen te luisteren. Dat werkte voor mij. De derde belangrijke persoon was mijn re-integratieadviseur: die hielp me om snel weer als vrijwilliger op een school aan de slag te gaan. Dat dit goed ging – werken mét kinderen – gaf mijn zelfvertrouwen een flinke boost. Daarnaast had en heb ik een rijk sociaal leven. Daar moest ik het ook echt van hebben: mensen om je heen die niet oordelen, maar bleven kijken naar mij als mens en niet als patiënt.’

‘Ik liep de goede hulpverleners tegen het lijf’

Einde hersteltijd 

Inmiddels zet ze zich al jaren vrijwillig in om migrantenvrouwen te helpen de Nederlandse taal te leren. Iets dat haarzelf ook erg hielp in meerdere opzichten: ‘Aan het eind van mijn hersteltijd was ik taalmaatje van migranten. Fantastisch leuk om te doen en ook zo boeiend vanwege de verhalen die je dan hoort. Sommige vrouwen kenden zoveel leed dat ik mezelf in mijn handen kneep van ‘zo, genoeg geweest, einde hersteltijd! Ook kon ik zo beter accepteren dat ik geen betaalde baan meer had, wat een enorme worsteling was. Kinderen zijn mijn passie, dus ik voelde me als een vis in het water in het onderwijs. Dat vond ik moeilijk om los te laten. Het was fijn om te merken dat het me met volwassenen ook prima afging.’

‘Ik heb mezelf nooit dingen kwalijk genomen’

Door het stof

Op een gegeven moment was Lianne zo ver dat ze dingen ging opzoeken op internet over psychische aandoeningen. Zo belandde ze ook bij Samen sterk zonder Stigma: ‘Het contact met gelijkgestemden vind ik heel fijn. En de koffiegesprekken die ik heb gehouden met bekende Nederlanders, waren mij op het lijf geschreven: mooi hoeveel je terugkrijgt van de ander als je jezelf kwetsbaar opstelt. In mijn herstelperiode moest ik echt door het stof, flink met mezelf aan de slag. Maar het heeft me veel gebracht en ik ben veel opener geworden.’ Over het onderwerp zelfstigma denkt ze even na en komt dan tot de conclusie dat ze daarvan geen last heeft: ‘Als je kampt met een psychische aandoening in welke mate dan ook, heeft dat niets te maken met dat je hieraan zelf debet bent. Dat heb ik heb altijd geweten en ik heb mezelf nooit dingen kwalijk genomen. Gelukkig.’