Mijn eerste depressie was echt de hel. Ik wist niet dat ik ziek was, alleen dat ik dood wilde. Ik kon me niet voorstellen dat dat gevoel ooit over zou gaan. Elke minuut van de dag was ik bezig met de vraag hoe ik uit het leven kon stappen, zonder mijn omgeving met een schuldgevoel op te zadelen en zonder dat iemand anders er last van zou hebben. Gelukkig kon ik niet bedenken hoe ik dat voor elkaar moest krijgen.

Het onderstaande verhaal komt uit het eerste nummer van Tzitzo magazine. Tekst: Daphne Medik.

Een goede vriendin sleepte me mee naar de huisarts. Deze constateerde dat ik een zware depressie had en dat dit een ziekte was. Ik geloofde er niets van. Ik schaamde me kapot en vond mezelf een ontzettende loser. Ik moest me niet zo aanstellen en mezelf een schop onder mijn kont geven. Helaas werkt dat niet zo.

Werken was geen optie

[caption id="attachment_19315" align="alignright" width="212"] Foto: Peter Kappinga[/caption]

Na die eerste keer, volgden de periodes waarin ik zwaar depressief was elkaar steeds sneller op. Als ik niet ziek was, was ik vrolijk, energiek en succesvol in mijn werk. Maar van de ene op de andere dag, kon het licht zomaar ineens bij me uitgaan en veranderde ik van een ambitieuze, succesvolle vrouw in een angstig grijs muisje. Dan kreeg ik geen hap meer door mijn keel, had ik geen energie om mijn bed uit te komen, voelde ik me ontzettend ellendig en een totale mislukkeling. Werken was op dat moment geen optie: ik kon niet meer normaal nadenken, mijn hersens ‘deden het niet meer’. Ik kon geen 2 en 3 bij elkaar optellen. Ik heb wel eens een half uur in de supermarkt voor de tomaten gestaan, omdat ik maar niet kon kiezen welke ik moest nemen. Het zweet brak me uit en ik moest mezelf echt dwingen om toch te kiezen.

Een andere keer heb ik twee uur radeloos voor de wasmachine gezeten, omdat ik me niet meer kon herinneren welke kledingstukken bij elkaar in de was mochten en welk programma ik moest kiezen. Bij alles was ik bang om iets verkeerd te doen. Toen de depressie weer voorbij was, kon ik me niet meer voorstellen dat het zo erg was geweest. Normaal zat ik prima in mijn vel en kon ik ‘alles’, maar tijdens een depressie kon ik helemaal niets. Heel beangstigend.

Stress

Op mijn 32e kreeg ik een burn-out die anderhalf jaar duurde. Daarna was het duidelijk dat ik niet meer op mijn oude niveau kon blijven werken. Dat was echt balen, want ik had altijd superleuke banen gehad, eerst in de PR en marketingcommunicatie en later als commercieel trainer. Maar ik kon het tempo niet meer bijbenen. Ik werd afgekeurd voor mijn beroep, maar kon dat niet accepteren. Toen ben ik voor mezelf begonnen, zodat ik minder uren hoefde te maken. In het begin ging dat hartstikke goed, maar het gaf ook stress en uiteindelijk bleek die stress in combinatie met slaapgebrek een belangrijke trigger voor depressie. De depressies volgden elkaar steeds vaker op en uiteindelijk was ik zo’n drie maanden per jaar uit de roulatie.

Ik kon maar niet accepteren dat ik niet op mijn oude niveau kon blijven werken.

Vorig jaar heb ik eindelijk besloten dat het zo niet verder kon en ben ik met een deel van mijn werkzaamheden gestopt. Nu doe ik alleen nog kleine opdrachten die ik leuk vind en waar ik geen stress van krijg. Daarnaast zet ik me in als ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma, om meer openheid rond psychische kwetsbaarheid te creëren en daarmee stigma te verminderen.

Vooroordelen

Naast mijn depressies, heb ik veel last gehad van de vooroordelen die iedereen heeft. Zelf had ik ze ook. Ik vond dat ik geen enkele reden had om depressief te zijn. Ik heb een prima jeugd gehad, een hele goede band met mijn ouders, een mooi huis, een leuk gezin… Dat kreeg ik ook vaak te horen en dat vergrootte mijn gevoel dat ik een mislukkeling was. Ik kreeg regelmatig te horen dat het glas bij mij altijd halfleeg was, dat het leven een feest is, maar je wel zelf de slingers moet ophangen. En dat het mijn eigen schuld was dat ik depressies kreeg omdat ik zo negatief dacht. Ik kreeg van alle kanten ongevraagde adviezen en mensen waren beledigd als ik hun advies niet opvolgde. In het begin probeerde ik dat nog wel, maar wat mensen niet snappen is dat je tijdens een depressie echt ziek bent en simpelweg niet in staat bent om iets te doen met hun adviezen. Ook mijn partner snapte dat niet, dit drukte enorm op onze relatie. Het voelde zo machteloos.

Hoge toppen en diepe dalen

Collega’s en mijn oudste vriendin vroegen me wel eens of ik soms manisch depressief was. Zodra een depressie over was, barstte ik weer van de energie en stortte ik me vol overgave op mijn werk om alle tijd in te halen die ik gemist had. Alles leek dan te lukken, ik was vrolijk, zelfverzekerd, super scherp en had het gevoel dat ik de hele wereld aankon. Tegelijkertijd was ik heel kritisch en snel geïrriteerd.

Na 30 jaar afzien heb ik eindelijk de juiste diagnose en medicijnen gekregen.

Ondanks dat zeiden de twee psychiaters die ik het indertijd gevraagd had, dat er geen aanwijzingen voor een bipolaire stoornis waren. Achteraf misschien begrijpelijk, omdat ik alleen hulp zocht als ik depressief was. Zelf dacht ik ook dat mijn energieke periodes gewoon logisch waren, ik was natuurlijk dolblij dat de depressie weer voorbij was. Drie jaar geleden heb ik op aandringen van een vriendin bij een GGZ-instelling gevraagd om het nu eens goed uit te zoeken. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose bipolaire stoornis 2. De piek die volgde op een depressie bleek een hypomanie te zijn. Zo’n piek kon een paar maanden duren. Tot mijn energie op was, dan kon ik van de ene op de andere dag weer in een depressie zinken. Om gek van te worden.

Chemische fabriek

Je hoort vaak negatieve verhalen over de GGZ, maar ik ben heel blij dat ik nu eindelijk weet dat het niet mijn schuld is dat ik steeds depressies kreeg. Er zijn meerdere oorzaken, maar het is vooral de chemische fabriek in mijn hoofd die ervoor zorgt dat ik kwetsbaar ben. Na dertig jaar afzien, heb ik eindelijk de juiste diagnose en de juiste medicijnen gekregen. Ik heb hele fijne behandelaars bij de GGZ en daar ben ik erg dankbaar voor. Aan het begin van het traject hebben ze ook mijn man erbij betrokken en hem uitgelegd wat de stoornis inhoudt en wat ik er wel en niet aan kan doen om stabiel te blijven.

Acceptatie

Naast de juiste medicijnen is het voor mij belangrijk om veel te bewegen, dingen te doen die mij energie geven en stress zoveel mogelijk te vermijden. Ik doe aan yoga, pilates, trimhockey, golfen en ik maak een aantal keren per week een lange wandeling in stevig tempo. Zelfs onkruid wieden helpt om me goed te voelen. Maar het belangrijkste is denk ik dat ik eindelijk, na al die jaren, geaccepteerd heb dat ik niet meer kan werken op mijn oude niveau. Ook al heb ik de kennis en de competenties, ik kan het tempo en de stress niet meer aan. Het heeft jaren geduurd voordat ik dat kon aanvaarden. Nu geeft het me rust om me erbij neer te leggen en alleen nog werk te doen dat past bij hoe ik nu ben.

Nieuwe missie

Naast mijn ziekte heb ik erg geleden onder het onbegrip en alle ongevraagde adviezen. Ik weet dat veel mensen met een psychische kwetsbaarheid hiermee worstelen. Daarom wil ik mijn negatieve ervaringen nu heel graag omzetten in iets positiefs. Ik vind het belangrijk om de enorme frustratie die stigma met zich meebrengt te verminderen door partners, familieleden, vrienden en collega’s beter te informeren. Ik wil ze laten weten wat zij kunnen doen om iemand te steunen. Wat wel helpt en wat juist niet helpt. Sociale steun is zó belangrijk. Weten dat er iemand is die ondanks alles om je geeft. Die naar je luistert, zonder te oordelen en zonder ongevraagd advies te geven, dat is eigenlijk het allerbelangrijkste. Ik wens niemand toe dat ze zo zwaar moeten lijden onder stigma en zelfstigma. Al kan ik maar een paar mensen helpen om hun leven iets gemakkelijker te maken, dan is mijn missie geslaagd.

Dit verhaal komt uit het eerste nummer van Tzitzo magazine. Tzitzo magazine wil meehelpen aan het bespreekbaar maken van psychische aandoeningen. En werkt zo aan de destigmatisering van de samenleving. Binnenkort komt de tweede editie uit. Bestel het tot 10 juni voor maar €3,95.

Mijn eerste depressie was echt de hel. Ik wist niet dat ik ziek was, alleen dat ik dood wilde. Ik kon me niet voorstellen dat dat gevoel ooit over zou gaan. Elke minuut van de dag was ik bezig met de vraag hoe ik uit het leven kon stappen, zonder mijn omgeving met een schuldgevoel op te zadelen en zonder dat iemand anders er last van zou hebben. Gelukkig kon ik niet bedenken hoe ik dat voor elkaar moest krijgen.

Het onderstaande verhaal komt uit het eerste nummer van Tzitzo magazine. Tekst: Daphne Medik.

Een goede vriendin sleepte me mee naar de huisarts. Deze constateerde dat ik een zware depressie had en dat dit een ziekte was. Ik geloofde er niets van. Ik schaamde me kapot en vond mezelf een ontzettende loser. Ik moest me niet zo aanstellen en mezelf een schop onder mijn kont geven. Helaas werkt dat niet zo.

Werken was geen optie

Foto: Peter Kappinga

Na die eerste keer, volgden de periodes waarin ik zwaar depressief was elkaar steeds sneller op. Als ik niet ziek was, was ik vrolijk, energiek en succesvol in mijn werk. Maar van de ene op de andere dag, kon het licht zomaar ineens bij me uitgaan en veranderde ik van een ambitieuze, succesvolle vrouw in een angstig grijs muisje. Dan kreeg ik geen hap meer door mijn keel, had ik geen energie om mijn bed uit te komen, voelde ik me ontzettend ellendig en een totale mislukkeling. Werken was op dat moment geen optie: ik kon niet meer normaal nadenken, mijn hersens ‘deden het niet meer’. Ik kon geen 2 en 3 bij elkaar optellen. Ik heb wel eens een half uur in de supermarkt voor de tomaten gestaan, omdat ik maar niet kon kiezen welke ik moest nemen. Het zweet brak me uit en ik moest mezelf echt dwingen om toch te kiezen.

Een andere keer heb ik twee uur radeloos voor de wasmachine gezeten, omdat ik me niet meer kon herinneren welke kledingstukken bij elkaar in de was mochten en welk programma ik moest kiezen. Bij alles was ik bang om iets verkeerd te doen. Toen de depressie weer voorbij was, kon ik me niet meer voorstellen dat het zo erg was geweest. Normaal zat ik prima in mijn vel en kon ik ‘alles’, maar tijdens een depressie kon ik helemaal niets. Heel beangstigend.

Stress

Op mijn 32e kreeg ik een burn-out die anderhalf jaar duurde. Daarna was het duidelijk dat ik niet meer op mijn oude niveau kon blijven werken. Dat was echt balen, want ik had altijd superleuke banen gehad, eerst in de PR en marketingcommunicatie en later als commercieel trainer. Maar ik kon het tempo niet meer bijbenen. Ik werd afgekeurd voor mijn beroep, maar kon dat niet accepteren. Toen ben ik voor mezelf begonnen, zodat ik minder uren hoefde te maken. In het begin ging dat hartstikke goed, maar het gaf ook stress en uiteindelijk bleek die stress in combinatie met slaapgebrek een belangrijke trigger voor depressie. De depressies volgden elkaar steeds vaker op en uiteindelijk was ik zo’n drie maanden per jaar uit de roulatie.

Ik kon maar niet accepteren dat ik niet op mijn oude niveau kon blijven werken.

Vorig jaar heb ik eindelijk besloten dat het zo niet verder kon en ben ik met een deel van mijn werkzaamheden gestopt. Nu doe ik alleen nog kleine opdrachten die ik leuk vind en waar ik geen stress van krijg. Daarnaast zet ik me in als ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma, om meer openheid rond psychische kwetsbaarheid te creëren en daarmee stigma te verminderen.

Vooroordelen

Naast mijn depressies, heb ik veel last gehad van de vooroordelen die iedereen heeft. Zelf had ik ze ook. Ik vond dat ik geen enkele reden had om depressief te zijn. Ik heb een prima jeugd gehad, een hele goede band met mijn ouders, een mooi huis, een leuk gezin… Dat kreeg ik ook vaak te horen en dat vergrootte mijn gevoel dat ik een mislukkeling was. Ik kreeg regelmatig te horen dat het glas bij mij altijd halfleeg was, dat het leven een feest is, maar je wel zelf de slingers moet ophangen. En dat het mijn eigen schuld was dat ik depressies kreeg omdat ik zo negatief dacht. Ik kreeg van alle kanten ongevraagde adviezen en mensen waren beledigd als ik hun advies niet opvolgde. In het begin probeerde ik dat nog wel, maar wat mensen niet snappen is dat je tijdens een depressie echt ziek bent en simpelweg niet in staat bent om iets te doen met hun adviezen. Ook mijn partner snapte dat niet, dit drukte enorm op onze relatie. Het voelde zo machteloos.

Hoge toppen en diepe dalen

Collega’s en mijn oudste vriendin vroegen me wel eens of ik soms manisch depressief was. Zodra een depressie over was, barstte ik weer van de energie en stortte ik me vol overgave op mijn werk om alle tijd in te halen die ik gemist had. Alles leek dan te lukken, ik was vrolijk, zelfverzekerd, super scherp en had het gevoel dat ik de hele wereld aankon. Tegelijkertijd was ik heel kritisch en snel geïrriteerd.

Na 30 jaar afzien heb ik eindelijk de juiste diagnose en medicijnen gekregen.

Ondanks dat zeiden de twee psychiaters die ik het indertijd gevraagd had, dat er geen aanwijzingen voor een bipolaire stoornis waren. Achteraf misschien begrijpelijk, omdat ik alleen hulp zocht als ik depressief was. Zelf dacht ik ook dat mijn energieke periodes gewoon logisch waren, ik was natuurlijk dolblij dat de depressie weer voorbij was. Drie jaar geleden heb ik op aandringen van een vriendin bij een GGZ-instelling gevraagd om het nu eens goed uit te zoeken. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose bipolaire stoornis 2. De piek die volgde op een depressie bleek een hypomanie te zijn. Zo’n piek kon een paar maanden duren. Tot mijn energie op was, dan kon ik van de ene op de andere dag weer in een depressie zinken. Om gek van te worden.

Chemische fabriek

Je hoort vaak negatieve verhalen over de GGZ, maar ik ben heel blij dat ik nu eindelijk weet dat het niet mijn schuld is dat ik steeds depressies kreeg. Er zijn meerdere oorzaken, maar het is vooral de chemische fabriek in mijn hoofd die ervoor zorgt dat ik kwetsbaar ben. Na dertig jaar afzien, heb ik eindelijk de juiste diagnose en de juiste medicijnen gekregen. Ik heb hele fijne behandelaars bij de GGZ en daar ben ik erg dankbaar voor. Aan het begin van het traject hebben ze ook mijn man erbij betrokken en hem uitgelegd wat de stoornis inhoudt en wat ik er wel en niet aan kan doen om stabiel te blijven.

Acceptatie

Naast de juiste medicijnen is het voor mij belangrijk om veel te bewegen, dingen te doen die mij energie geven en stress zoveel mogelijk te vermijden. Ik doe aan yoga, pilates, trimhockey, golfen en ik maak een aantal keren per week een lange wandeling in stevig tempo. Zelfs onkruid wieden helpt om me goed te voelen. Maar het belangrijkste is denk ik dat ik eindelijk, na al die jaren, geaccepteerd heb dat ik niet meer kan werken op mijn oude niveau. Ook al heb ik de kennis en de competenties, ik kan het tempo en de stress niet meer aan. Het heeft jaren geduurd voordat ik dat kon aanvaarden. Nu geeft het me rust om me erbij neer te leggen en alleen nog werk te doen dat past bij hoe ik nu ben.

Nieuwe missie

Naast mijn ziekte heb ik erg geleden onder het onbegrip en alle ongevraagde adviezen. Ik weet dat veel mensen met een psychische kwetsbaarheid hiermee worstelen. Daarom wil ik mijn negatieve ervaringen nu heel graag omzetten in iets positiefs. Ik vind het belangrijk om de enorme frustratie die stigma met zich meebrengt te verminderen door partners, familieleden, vrienden en collega’s beter te informeren. Ik wil ze laten weten wat zij kunnen doen om iemand te steunen. Wat wel helpt en wat juist niet helpt. Sociale steun is zó belangrijk. Weten dat er iemand is die ondanks alles om je geeft. Die naar je luistert, zonder te oordelen en zonder ongevraagd advies te geven, dat is eigenlijk het allerbelangrijkste. Ik wens niemand toe dat ze zo zwaar moeten lijden onder stigma en zelfstigma. Al kan ik maar een paar mensen helpen om hun leven iets gemakkelijker te maken, dan is mijn missie geslaagd.

Dit verhaal komt uit het eerste nummer van Tzitzo magazine. Tzitzo magazine wil meehelpen aan het bespreekbaar maken van psychische aandoeningen. En werkt zo aan de destigmatisering van de samenleving. Binnenkort komt de tweede editie uit. Bestel het tot 10 juni voor maar €3,95.