Van een muurbloempje dat liever onzichtbaar was, groeide Floor uit tot medeorganisator van allerlei activiteiten rond psychische diversiteit bij haar werkgever. Ze vond het eerst lastig om collega’s te vertellen hoe haar hoofd werkt. "Opeens laat je ze in je ziel kijken. Terwijl je gewoon je werk wil doen."

Floor

Floor had altijd het gevoel dat ze er niet helemaal tussen paste. Ze omschrijft zichzelf als een beetje een vreemde eend. Na haar studie Tropische landbouw en stages in Oeganda en Turkije rolt ze in een baan als managementassistent. "Collega’s vonden me heel flexibel. Ze hadden niet door dat ik me in allerlei bochten moest wringen." Ze valt een paar keer gedeeltelijk of volledig uit. "Daardoor ging ik denken: ‘zie je wel, ik kan het niet’. Ik werd bovendien niet gehoord als ik aangaf dat ik vastliep."

Ik wilde wel open zijn, maar ook weer niet. Je weet van tevoren niet wat er gaat gebeuren.

Bij haar zoontje wordt op vijfjarige leeftijd de diagnose autisme gesteld. Daarna loopt haar dochter vast. Voor Floor is dat de aanleiding om ook zichzelf eens grondig onder de loep te nemen. In het jaar waarin ze laat onderzoeken of ze een autismespectrumstoornis heeft, ziet ze een oproep van collega Jan Anne. "Hij vroeg wie er wilde praten over zijn verhaal. Zijn mailtje bleef maandenlang in mijn inbox staan. Ik was altijd een muurbloempje, liet mezelf niet echt zien. Ik wilde wel open zijn, maar ook weer niet. Je weet van tevoren niet wat er gaat gebeuren."

Een warm bad

"Op een gegeven moment dacht ik: nu is het klaar. Ik ga het gewoon doen." Haar werkgever, sinds ruim 15 jaar de Belastingdienst, organiseert een Vier de verschillen-dag. Te midden van een stuk of vijftien collega’s ‘komt ze uit de kast’, zoals ze het zelf noemt. "Dat was zo fijn! De reacties waren hartverwarmend, het voelde als een warm bad. Ik kwam ervoor uit dat ik een beetje een vreemde eend was en dat bleek iedereen prima te vinden."

Vervolgens besluit ze haar eigen team in te lichten. Dat vond Floor lastiger. "Zij kennen mij. Opeens laat je ze in je ziel kijken, terwijl je eigenlijk gewoon je werk wil doen. Je wil gewoon zijn, maar dat ben je niet echt." Uiteindelijk pakt het goed uit.

Mijn hoofd werkt gewoon anders

Vlak na haar gesprek met het team krijgt ze de diagnose Asperger. "Wat een bevrijding. Ik was zo opgelucht dat ik niet gek ben. Mijn hoofd werkt gewoon anders. Ik kan er niets aan doen dat ik dingen soms anders aanpak of meer tijd nodig heb. Ik vind het fijn om alleen te zijn en hoef me daar niet voor te schamen."

De keerzijde is dat er geen makkelijke oplossing is. En dat het nooit over zal gaan. "Ik realiseerde me dat dit in mij zit en blijvend is. Dat was confronterend. Je moet het accepteren, maar daar gaat een heel proces aan vooraf."

Het is een verademing om te merken dat je niet de enige bent.

"Dankzij Vier de verschillen kon ik gelukkig praten met mensen die me snapten en af en toe spuien dat ik het zwaar vond. 'Welcome to the club' was dan de reactie en die herkenning maakt het al makkelijker. Het is een verademing om te merken dat je niet de enige bent. Daardoor kon ik mezelf meer accepteren. Het is oké, dit is wie ik ben. Mensen vinden me leuk – ondanks al die rare dingen die ik heb – en uiteindelijk vind ik mezelf ook leuk."

De ene autist is de andere niet

Op haar werk komt ze wel eens collega’s tegen die de neiging hebben voor haar te zorgen, of voor haar te denken. "In hun ogen ben ik hulpeloos of een beetje zielig. Dat is uiteraard nergens voor nodig."

Sommige mensen hebben een stereotiepe beeld van ‘de autist’. Floor krijgt wel eens reacties als ‘Oh maar je ziet het helemaal niet. Je maakt gewoon oogcontact. Je man zal je kinderen wel meenemen naar de kermis hè, dat trek jij natuurlijk niet. En steeds weer de vraag: Wat is jouw speciale talent?’ "Ik heb toevallig autisme, maar de ene autist is de andere niet."

"Mensen denken vaak dat ik hele vaste routines heb. Of ik word vanwege mijn diagnose niet helemaal serieus genomen en bijvoorbeeld gezien als overbezorgde moeder. Het allerergste is als anderen ervanuit gaan dat ik niet empathisch ben en geen gevoel zou hebben. Ik voel juist zo veel. Ik voel alles en dat probeer ik de hele dag te vertalen: in een druk station neem ik de energie van al die mensen mee, waardoor ik me gestrest kan voelen. Dan moet ik echt even denken: is dit van mij of heb ik het ergens opgepikt?"

Ik móet zeggen waar ik behoefte aan heb

Inmiddels weet Floor beter wat bij haar past, waar haar grenzen liggen en wat ze nodig heeft om haar werk goed te kunnen doen. Gesprekken met anderen hielpen haar daarbij. "Soms wist ik niet precies wat ik mocht vragen. Dan had ik het daarover met Jan Anne en die gaf aan dat eigenlijk niets raar is. Ik mag, nee, móet zeggen waar ik behoefte aan heb. Je bent het waard om dingen te vragen die je nodig hebt. Bijvoorbeeld een koptelefoon opzetten op het werk, concrete instructies, of de gelegenheid krijgen om een opdracht eerst helemaal af te maken."

Ze heeft haar verhaal al zo vaak gedaan, dat ze het zonder spoortje emotie vertelt. "Ik heb er eindeloos over nagedacht, het helemaal geanalyseerd. Als ik het dan aan iemand anders vertel, ben ik veel te helder en niet verdrietig." Daardoor denken anderen dat het allemaal wel meevalt. Ze willen haar met de beste bedoelingen over een drempel helpen, ook als ze iets echt niet kan of wil. "Nu leg ik dat uit. Ik vertel dat ik heel weloverwogen mijn verhaal vertel én zeg erbij hoe ik me voel."

Het goede voorbeeld geven

Volgens Floor loont openheid. "Wat is er fantastischer dan gewoon jezelf kunnen zijn? Voor organisaties heeft het ook alleen maar voordelen. Als iemand weet wat hij of zij nodig heeft en kan, dan kun je dat inzetten. Iemand die niet kan organiseren moet je niet vragen om een planning te maken. Laat iedereen zijn talenten gebruiken, daar wordt iedereen blij van. Als ik kan aangeven wat ik nodig heb, kan ik mijn werk goed doen."

Zoek een veilige haven waar je je gehoord en gezien voelt.

Maar hoe pak je dat dan aan? "Begin klein. Zoek een veilige haven waar je je gehoord en gezien voelt. Dat geeft zelfvertrouwen en je zult erachter komen dat je helemaal niet zo gek bent. Vervolgens kun je dit gaan uitdragen. Je hoeft niet per se je diagnose te delen, je kunt ook gewoon uitleggen hoe jouw hoofd werkt."

Het ambassadeurschap heeft Floor veel gebracht: "Eigenwaarde, dat ik er mag zijn, en dat ik mezelf steeds leuker vindt. Je groeit ervan en wordt als persoon completer. Ik hoef me niet meer te verschuilen – wat heel veel energie vreet – zodat het leven nu ook leuker is. Ik wil het goede voorbeeld geven aan mijn drie kinderen: je mag zijn wie je bent en het vragen als je iets nodig hebt. Ik zou willen dat iedereen zichzelf kan zijn en respect heeft voor elkaar. Dan zijn we er!"

meer lezen?

Van een muurbloempje dat liever onzichtbaar was, groeide Floor uit tot medeorganisator van allerlei activiteiten rond psychische diversiteit bij haar werkgever. Ze vond het eerst lastig om collega’s te vertellen hoe haar hoofd werkt. “Opeens laat je ze in je ziel kijken. Terwijl je gewoon je werk wil doen.”

Floor

Floor had altijd het gevoel dat ze er niet helemaal tussen paste. Ze omschrijft zichzelf als een beetje een vreemde eend. Na haar studie Tropische landbouw en stages in Oeganda en Turkije rolt ze in een baan als managementassistent. “Collega’s vonden me heel flexibel. Ze hadden niet door dat ik me in allerlei bochten moest wringen.” Ze valt een paar keer gedeeltelijk of volledig uit. “Daardoor ging ik denken: ‘zie je wel, ik kan het niet’. Ik werd bovendien niet gehoord als ik aangaf dat ik vastliep.”

Ik wilde wel open zijn, maar ook weer niet. Je weet van tevoren niet wat er gaat gebeuren.

Bij haar zoontje wordt op vijfjarige leeftijd de diagnose autisme gesteld. Daarna loopt haar dochter vast. Voor Floor is dat de aanleiding om ook zichzelf eens grondig onder de loep te nemen. In het jaar waarin ze laat onderzoeken of ze een autismespectrumstoornis heeft, ziet ze een oproep van collega Jan Anne. “Hij vroeg wie er wilde praten over zijn verhaal. Zijn mailtje bleef maandenlang in mijn inbox staan. Ik was altijd een muurbloempje, liet mezelf niet echt zien. Ik wilde wel open zijn, maar ook weer niet. Je weet van tevoren niet wat er gaat gebeuren.”

Een warm bad

“Op een gegeven moment dacht ik: nu is het klaar. Ik ga het gewoon doen.” Haar werkgever, sinds ruim 15 jaar de Belastingdienst, organiseert een Vier de verschillen-dag. Te midden van een stuk of vijftien collega’s ‘komt ze uit de kast’, zoals ze het zelf noemt. “Dat was zo fijn! De reacties waren hartverwarmend, het voelde als een warm bad. Ik kwam ervoor uit dat ik een beetje een vreemde eend was en dat bleek iedereen prima te vinden.”

Vervolgens besluit ze haar eigen team in te lichten. Dat vond Floor lastiger. “Zij kennen mij. Opeens laat je ze in je ziel kijken, terwijl je eigenlijk gewoon je werk wil doen. Je wil gewoon zijn, maar dat ben je niet echt.” Uiteindelijk pakt het goed uit.

Mijn hoofd werkt gewoon anders

Vlak na haar gesprek met het team krijgt ze de diagnose Asperger. “Wat een bevrijding. Ik was zo opgelucht dat ik niet gek ben. Mijn hoofd werkt gewoon anders. Ik kan er niets aan doen dat ik dingen soms anders aanpak of meer tijd nodig heb. Ik vind het fijn om alleen te zijn en hoef me daar niet voor te schamen.”

De keerzijde is dat er geen makkelijke oplossing is. En dat het nooit over zal gaan. “Ik realiseerde me dat dit in mij zit en blijvend is. Dat was confronterend. Je moet het accepteren, maar daar gaat een heel proces aan vooraf.”

Het is een verademing om te merken dat je niet de enige bent.

“Dankzij Vier de verschillen kon ik gelukkig praten met mensen die me snapten en af en toe spuien dat ik het zwaar vond. ‘Welcome to the club’ was dan de reactie en die herkenning maakt het al makkelijker. Het is een verademing om te merken dat je niet de enige bent. Daardoor kon ik mezelf meer accepteren. Het is oké, dit is wie ik ben. Mensen vinden me leuk – ondanks al die rare dingen die ik heb – en uiteindelijk vind ik mezelf ook leuk.”

De ene autist is de andere niet

Op haar werk komt ze wel eens collega’s tegen die de neiging hebben voor haar te zorgen, of voor haar te denken. “In hun ogen ben ik hulpeloos of een beetje zielig. Dat is uiteraard nergens voor nodig.”

Sommige mensen hebben een stereotiepe beeld van ‘de autist’. Floor krijgt wel eens reacties als ‘Oh maar je ziet het helemaal niet. Je maakt gewoon oogcontact. Je man zal je kinderen wel meenemen naar de kermis hè, dat trek jij natuurlijk niet. En steeds weer de vraag: Wat is jouw speciale talent?’ “Ik heb toevallig autisme, maar de ene autist is de andere niet.”

“Mensen denken vaak dat ik hele vaste routines heb. Of ik word vanwege mijn diagnose niet helemaal serieus genomen en bijvoorbeeld gezien als overbezorgde moeder. Het allerergste is als anderen ervanuit gaan dat ik niet empathisch ben en geen gevoel zou hebben. Ik voel juist zo veel. Ik voel alles en dat probeer ik de hele dag te vertalen: in een druk station neem ik de energie van al die mensen mee, waardoor ik me gestrest kan voelen. Dan moet ik echt even denken: is dit van mij of heb ik het ergens opgepikt?”

Ik móet zeggen waar ik behoefte aan heb

Inmiddels weet Floor beter wat bij haar past, waar haar grenzen liggen en wat ze nodig heeft om haar werk goed te kunnen doen. Gesprekken met anderen hielpen haar daarbij. “Soms wist ik niet precies wat ik mocht vragen. Dan had ik het daarover met Jan Anne en die gaf aan dat eigenlijk niets raar is. Ik mag, nee, móet zeggen waar ik behoefte aan heb. Je bent het waard om dingen te vragen die je nodig hebt. Bijvoorbeeld een koptelefoon opzetten op het werk, concrete instructies, of de gelegenheid krijgen om een opdracht eerst helemaal af te maken.”

Ze heeft haar verhaal al zo vaak gedaan, dat ze het zonder spoortje emotie vertelt. “Ik heb er eindeloos over nagedacht, het helemaal geanalyseerd. Als ik het dan aan iemand anders vertel, ben ik veel te helder en niet verdrietig.” Daardoor denken anderen dat het allemaal wel meevalt. Ze willen haar met de beste bedoelingen over een drempel helpen, ook als ze iets echt niet kan of wil. “Nu leg ik dat uit. Ik vertel dat ik heel weloverwogen mijn verhaal vertel én zeg erbij hoe ik me voel.”

Het goede voorbeeld geven

Volgens Floor loont openheid. “Wat is er fantastischer dan gewoon jezelf kunnen zijn? Voor organisaties heeft het ook alleen maar voordelen. Als iemand weet wat hij of zij nodig heeft en kan, dan kun je dat inzetten. Iemand die niet kan organiseren moet je niet vragen om een planning te maken. Laat iedereen zijn talenten gebruiken, daar wordt iedereen blij van. Als ik kan aangeven wat ik nodig heb, kan ik mijn werk goed doen.”

Zoek een veilige haven waar je je gehoord en gezien voelt.

Maar hoe pak je dat dan aan? “Begin klein. Zoek een veilige haven waar je je gehoord en gezien voelt. Dat geeft zelfvertrouwen en je zult erachter komen dat je helemaal niet zo gek bent. Vervolgens kun je dit gaan uitdragen. Je hoeft niet per se je diagnose te delen, je kunt ook gewoon uitleggen hoe jouw hoofd werkt.”

Het ambassadeurschap heeft Floor veel gebracht: “Eigenwaarde, dat ik er mag zijn, en dat ik mezelf steeds leuker vindt. Je groeit ervan en wordt als persoon completer. Ik hoef me niet meer te verschuilen – wat heel veel energie vreet – zodat het leven nu ook leuker is. Ik wil het goede voorbeeld geven aan mijn drie kinderen: je mag zijn wie je bent en het vragen als je iets nodig hebt. Ik zou willen dat iedereen zichzelf kan zijn en respect heeft voor elkaar. Dan zijn we er!”

meer lezen?