‘Als ik terugkijk zie ik wel dat ik lange tijd niet echt mezelf was. Voor mijn gevoel moest ik dingen verbergen. Dat maakte me onzeker. Ook in de hulpverlening kreeg ik de eerste jaren niet waar ik behoefte aan had. Het was fijn om te vertellen waar ik mee zat, maar ik voelde me er niet beter door. Ik moest daar zelf uitbreken.’ Aan het woord is ambassadeur Annemiek. Ze heeft meermalen een depressie gehad. In de zomer van 2016 is ze afgestudeerd en nu werkt ze als freelance schrijver, programmamaker en dramaturg. Haar overlevingsmechanisme én medicatie stelt haar in staat om elke keer toch weer overeind te krabbelen en door te gaan. Ze omschrijft zichzelf als een optimistische pessimist: ‘Ik probeer – ondanks zware gevoelens en gedachten – toch zoveel mogelijk te genieten’.

‘Vorig jaar kreeg ik door verkeerde medicatie het serotoninesyndroom. Ik ging inwendig trillen, werd duizelig, voelde me misselijk en had waanbeelden en evenwichtsproblemen. Dit heeft een week geduurd. Het syndroom kan best gevaarlijk zijn. De medicatie was voor mij echt niet oké. Nadat ik mijn oude medicatie weer oppakte en de symptomen verdwenen, was ik er een soort van klaar mee. Ik wilde iets positiefs doen. Ik heb een blog geschreven en op Facebook gezet. Binnen twee dagen werd het meer dan 3000 keer gelezen. Ik kreeg veel reacties en privéberichten. Dat het zo herkenbaar was, dat het goed was dat ik het opengooide. Ik had andere reacties verwacht. Zoiets als aansteller. Misschien denken mensen dat wel, maar die reacties komen niet bij mij. Ik wilde hier meer mee doen. Toen ik de website van Samen Sterk zonder Stigma vond, wist ik: dit past bij mij. Ik wil laten zien dat ik een leuk persoon kan zijn mét psychische klachten.'

Afwezig

'Mijn eerste depressie kreeg ik al in de puberteit. Ik was 15 en somber. Ik had zware gedachten, en kon uiteindelijk alleen nog veel huilen. Sociaal raakte ik verstrikt. Ik wist niet hoe ik me moest uiten. Maar niemand wist ervan. Dat kreeg ik later ook te horen: “goh, dat heb ik nooit geweten”. Hoewel er wel oordelen waren, bijvoorbeeld als ik niet op feestjes verscheen. Toen ik 16 was zeiden mijn ouders: we moeten iets doen. Er kwam contact met een psycholoog. De gesprekken waren fijn, maar maakten niet dat ik me beter ging voelen. Ik ging van atheneum 5 naar havo 4 om wat rustiger aan te doen en veranderde van school. Die laatste anderhalf jaar was ik veel afwezig. School was niet meer het belangrijkste in mijn leven en mijn diploma zou ik toch wel halen.'

‘Ik ben daar uitgebroken door toch te gaan studeren. Ook al werd er gezegd dat ik daar niet klaar voor was.’

'Toen ik slaagde voor mijn havo, ging ik in deeltijd therapie. Twee dagen in de week naar de plaatselijke GGZ. Ondertussen had ik een bijbaan in het theater. Slechts een handjevol mensen wisten wat er echt speelde. Verder vertelde ik het niemand. Ik schaamde me en was bang dat er écht iets flink mis met me was. Het voelde alsof ik nooit helemaal mijzelf kon zijn omdat ik altijd iets te verbergen had wat ik niet kon vertellen.'

'De hulpverleners wilden een diagnose stellen. Ik werd bijvoorbeeld getest op autisme en een bipolaire stoornis, maar geen label voldeed. Mijn liefde voor theater werd als een obsessie gezien. Het was een uitlaatklep, waar ik op dat moment veel behoefte aan had. Jezelf onderdompelen in een andere wereld en je eigen zorgen vergeten. In de deeltijdgroep werd ik als koppig ervaren omdat ik me niet wilde neerleggen bij de situatie. Ik wilde graag ‘normaal zijn.’ De adviezen die ik kreeg verstikten mij. Ik moest mijn denken, handelen en voelen tot in de puntjes uitpluizen, terwijl ik soms gewoon echt niet kon uitleggen waarom ik me zo zwaar voelde. Ik voelde me niet serieus genomen.'

Ook ambities

'Op mijn twintigste ben ik daar uitgebroken door tóch te gaan studeren. Ook al werd er gezegd dat ik daar nog niet klaar voor was. Ik verhuisde naar Groningen en ging op mezelf wonen. Ik ben blij dat ik toen niet naar de hulpverleners geluisterd heb. Nu heb ik maar mooi dat papiertje in handen. Ik vind het wel heel erg dat dit soort dingen gezegd worden. Een heleboel dingen kunnen juist wél. Zolang je de juiste handvatten zoekt en aangeboden krijgt, kun je meer dan je denkt! De eerste vijf depressie-jaren weigerde ik om antidepressiva te gebruiken. Ik zag mijn klachten niet als ziekte en wilde het graag zelf oplossen. In Groningen werd ik begeleid door een psychiater van het UCP. Daar werd ik goed geholpen. Men begreep dat ik naast mijn klachten óók ambities had. Dat ik kon genieten van studeren en dat ik dat liever deed zonder de depressieve klachten.'

‘Uit goede bedoelingen vullen mensen dingen voor je in’

'Het was niet makkelijk, maar het eerste medicijn dat ik aangereikt kreeg, sloeg aan. Daarnaast ging ik hardlopen, deed ik aan mindfulness en volgde een soort van depressiecursus. Dit waren colleges waar je leerde wat je, als je last hebt van depressie, kunt doen om jezelf op de been te houden. Elk uur stond in het teken van een onderdeel van het dagelijks leven; bijvoorbeeld voeding, ritme en sport. Ik voelde me serieus genomen. En daar had ik veel behoefte aan. Op een positieve manier kijken naar mogelijkheden. Verder waren de adviezen heel concreet en praktisch. Het is niet zaligmakend en in zeer slechte tijden ook niet uitvoerbaar, maar geeft wel een richtlijn om mezelf op de rit te houden.'

'Bijna drie jaar was ik depressievrij. Ik verhuisde naar Amsterdam en liep stages, maar tijdens mijn Master was daar toch een grote terugval. Achteraf kan ik goed verklaren waardoor dat kwam. Ik voelde me niet op mijn gemak bij deze studie. Na het serotoninesyndroom – in maart 2016 – verviel ik in een soort overlevingsmechanisme omdat ik graag wilde afstuderen. Dat is gelukt, maar ik zag ook dat ik op deze studie nooit echt op mijn plek ben geweest. Sinds eind 2016 gaat het weer goed met me. Ik kan inmiddels haarfijn het verschil tussen verdriet en depressiviteit aanvoelen. Wanneer dat zware, onheilspellende gevoel van depressie verdwijnt, voelt dat als een bevrijding en kun je ook beter voor jezelf zorgen. Ik vind het soms lastig om grenzen te bewaken, maar merk dat ook dat beter gaat, zolang ik geen depressieve gevoelens heb. Hopelijk helpt dat om een volgende depressie te voorkomen.'

Ik ben ik

'Toen ik 16 was vertelde ik niets, wilde niet dat mensen negatieve dingen over mij dachten, dat anderen zouden oordelen, mij niet serieus zouden nemen. Ook speelt mee dat je dan nog zoekende bent naar wat je mankeert. Ook in het latere leven heb ik ervaren dat mensen soms denken te weten hoe ze je moeten helpen. Uit goede bedoelingen denken ze te weten wat je nodig hebt. Dat voelt verstikkend. Inmiddels ken ik mezelf goed, weet ik aardig wat ik nodig heb en ben van nature een beetje een einzelgänger. Ik durf nu mezelf te zijn en sta sterk in mijn schoenen. Ik ben ik en daar moeten jij en ik het mee doen. Dat klinkt stoer en zo voelt het lang niet altijd maar daar probeer ik wel bij te blijven. Ik vecht al tegen mijn depressies, dat is genoeg.'

'Ik probeer altijd van kleine dingen te genieten. '

'In een mindere periode isoleer ik mijzelf wat vaker. En ik accepteer dat sommige dingen niet gaan. Mensen zeggen wel eens: je moet juist wel naar buiten, juist wel naar dat feestje. Maar ik weet zelf dat sociale gebeurtenissen dan teveel zijn. Mijn nabije omgeving weet en accepteert dat. In zo’n periode vind ik het bijvoorbeeld heel fijn als de focus niet bij mij ligt, maar bij de ander. Mijn vriend of beste vriendinnen vertellen dan meer over hun werk en over henzelf. Ik kan in de ander nog steeds interesse tonen, ik hou van de verhalen en kan lachen om een grappige gebeurtenis. En gesprekken zijn zo veel lichter en voor mij niet meer verstikkend. Het geeft geen zin om steeds maar over die depressieve gevoelens te praten, daar gaan ze niet van weg. Ik probeer altijd – zelfs in de zwaarste periodes – van kleine dingen te genieten. Ik heb een heel waardevol en sterk sociaal vangnet van vrienden en familie om me heen. Dat koester ik.'

Opluchting

'Als het iets beter gaat, dan kan ik zelf ook wel weer dingen oppakken. Ik heb in die elf jaar een overlevingsmechanisme opgebouwd waarmee ik kan functioneren. Wel merk ik dat het soms ingewikkeld blijft om grenzen aan te geven. Uit goede bedoelingen vullen mensen dingen voor je in.'

'Als je dan je grens aangeeft, dan zijn ze soms een soort van beledigd. ‘We zijn er toch voor je?’ Ja, maar ik moet ook trouw aan mijzelf zijn. Soms stoot je mensen tegen het hoofd. Maar ik probeer nu wel duidelijk te zijn.'

'En het sterkt ook mijn zelfvertrouwen.'

'Wat ik zou willen zeggen tegen mensen een psychische kwetsbaarheid: sinds ik er open over ben krijg ik juist minder negatieve reacties. Vooral van mensen die je voorheen niet begrepen. Ze trokken eerder verkeerde conclusies. Bovendien voelde het voor mij als een grote opluchting om gewoon te kunnen zijn wie ik ben. En het sterkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik heb gemerkt dat mensen met psychische klachten vaak óók sterk zijn, juist door wat ze hebben meegemaakt.’

lees verder

  • Stigmatiseren doen we allemaal, soms ook onszelf. Het kan helpen om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en om jezelf op te peppen. Bestel de gratis spiegelkaartjes.
  • Bijna de helft van de mensen met een psychische aandoening lijdt onder zelfstigma. Je denkt dat de heersende opvattingen over psychische aandoeningen waar zijn en je voelt je onzeker over jezelf of over wat je wel of niet kan. Het is goed om te weten of jij hier misschien ook last van hebt. Doe de zelfstigma-test.
  • Je hebt besloten open te willen zijn over je kwetsbaarheid. Maar hoe? Tips voor je gesprekken.
  • Lees ook de andere inspirerende verhalen.

 

Wil je het als eerste weten als er een nieuw verhaal online is? Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

[gravityform id="2" title="true" description="true"]

‘Als ik terugkijk zie ik wel dat ik lange tijd niet echt mezelf was. Voor mijn gevoel moest ik dingen verbergen. Dat maakte me onzeker. Ook in de hulpverlening kreeg ik de eerste jaren niet waar ik behoefte aan had. Het was fijn om te vertellen waar ik mee zat, maar ik voelde me er niet beter door. Ik moest daar zelf uitbreken.’ Aan het woord is ambassadeur Annemiek. Ze heeft meermalen een depressie gehad. In de zomer van 2016 is ze afgestudeerd en nu werkt ze als freelance schrijver, programmamaker en dramaturg. Haar overlevingsmechanisme én medicatie stelt haar in staat om elke keer toch weer overeind te krabbelen en door te gaan. Ze omschrijft zichzelf als een optimistische pessimist: ‘Ik probeer – ondanks zware gevoelens en gedachten – toch zoveel mogelijk te genieten’.

‘Vorig jaar kreeg ik door verkeerde medicatie het serotoninesyndroom. Ik ging inwendig trillen, werd duizelig, voelde me misselijk en had waanbeelden en evenwichtsproblemen. Dit heeft een week geduurd. Het syndroom kan best gevaarlijk zijn. De medicatie was voor mij echt niet oké. Nadat ik mijn oude medicatie weer oppakte en de symptomen verdwenen, was ik er een soort van klaar mee. Ik wilde iets positiefs doen. Ik heb een blog geschreven en op Facebook gezet. Binnen twee dagen werd het meer dan 3000 keer gelezen. Ik kreeg veel reacties en privéberichten. Dat het zo herkenbaar was, dat het goed was dat ik het opengooide. Ik had andere reacties verwacht. Zoiets als aansteller. Misschien denken mensen dat wel, maar die reacties komen niet bij mij. Ik wilde hier meer mee doen. Toen ik de website van Samen Sterk zonder Stigma vond, wist ik: dit past bij mij. Ik wil laten zien dat ik een leuk persoon kan zijn mét psychische klachten.’

Afwezig

‘Mijn eerste depressie kreeg ik al in de puberteit. Ik was 15 en somber. Ik had zware gedachten, en kon uiteindelijk alleen nog veel huilen. Sociaal raakte ik verstrikt. Ik wist niet hoe ik me moest uiten. Maar niemand wist ervan. Dat kreeg ik later ook te horen: “goh, dat heb ik nooit geweten”. Hoewel er wel oordelen waren, bijvoorbeeld als ik niet op feestjes verscheen. Toen ik 16 was zeiden mijn ouders: we moeten iets doen. Er kwam contact met een psycholoog. De gesprekken waren fijn, maar maakten niet dat ik me beter ging voelen. Ik ging van atheneum 5 naar havo 4 om wat rustiger aan te doen en veranderde van school. Die laatste anderhalf jaar was ik veel afwezig. School was niet meer het belangrijkste in mijn leven en mijn diploma zou ik toch wel halen.’

‘Ik ben daar uitgebroken door toch te gaan studeren. Ook al werd er gezegd dat ik daar niet klaar voor was.’

‘Toen ik slaagde voor mijn havo, ging ik in deeltijd therapie. Twee dagen in de week naar de plaatselijke GGZ. Ondertussen had ik een bijbaan in het theater. Slechts een handjevol mensen wisten wat er echt speelde. Verder vertelde ik het niemand. Ik schaamde me en was bang dat er écht iets flink mis met me was. Het voelde alsof ik nooit helemaal mijzelf kon zijn omdat ik altijd iets te verbergen had wat ik niet kon vertellen.’

‘De hulpverleners wilden een diagnose stellen. Ik werd bijvoorbeeld getest op autisme en een bipolaire stoornis, maar geen label voldeed. Mijn liefde voor theater werd als een obsessie gezien. Het was een uitlaatklep, waar ik op dat moment veel behoefte aan had. Jezelf onderdompelen in een andere wereld en je eigen zorgen vergeten. In de deeltijdgroep werd ik als koppig ervaren omdat ik me niet wilde neerleggen bij de situatie. Ik wilde graag ‘normaal zijn.’ De adviezen die ik kreeg verstikten mij. Ik moest mijn denken, handelen en voelen tot in de puntjes uitpluizen, terwijl ik soms gewoon echt niet kon uitleggen waarom ik me zo zwaar voelde. Ik voelde me niet serieus genomen.’

Ook ambities

‘Op mijn twintigste ben ik daar uitgebroken door tóch te gaan studeren. Ook al werd er gezegd dat ik daar nog niet klaar voor was. Ik verhuisde naar Groningen en ging op mezelf wonen. Ik ben blij dat ik toen niet naar de hulpverleners geluisterd heb. Nu heb ik maar mooi dat papiertje in handen. Ik vind het wel heel erg dat dit soort dingen gezegd worden. Een heleboel dingen kunnen juist wél. Zolang je de juiste handvatten zoekt en aangeboden krijgt, kun je meer dan je denkt! De eerste vijf depressie-jaren weigerde ik om antidepressiva te gebruiken. Ik zag mijn klachten niet als ziekte en wilde het graag zelf oplossen. In Groningen werd ik begeleid door een psychiater van het UCP. Daar werd ik goed geholpen. Men begreep dat ik naast mijn klachten óók ambities had. Dat ik kon genieten van studeren en dat ik dat liever deed zonder de depressieve klachten.’

‘Uit goede bedoelingen vullen mensen dingen voor je in’

‘Het was niet makkelijk, maar het eerste medicijn dat ik aangereikt kreeg, sloeg aan. Daarnaast ging ik hardlopen, deed ik aan mindfulness en volgde een soort van depressiecursus. Dit waren colleges waar je leerde wat je, als je last hebt van depressie, kunt doen om jezelf op de been te houden. Elk uur stond in het teken van een onderdeel van het dagelijks leven; bijvoorbeeld voeding, ritme en sport. Ik voelde me serieus genomen. En daar had ik veel behoefte aan. Op een positieve manier kijken naar mogelijkheden. Verder waren de adviezen heel concreet en praktisch. Het is niet zaligmakend en in zeer slechte tijden ook niet uitvoerbaar, maar geeft wel een richtlijn om mezelf op de rit te houden.’

‘Bijna drie jaar was ik depressievrij. Ik verhuisde naar Amsterdam en liep stages, maar tijdens mijn Master was daar toch een grote terugval. Achteraf kan ik goed verklaren waardoor dat kwam. Ik voelde me niet op mijn gemak bij deze studie. Na het serotoninesyndroom – in maart 2016 – verviel ik in een soort overlevingsmechanisme omdat ik graag wilde afstuderen. Dat is gelukt, maar ik zag ook dat ik op deze studie nooit echt op mijn plek ben geweest. Sinds eind 2016 gaat het weer goed met me. Ik kan inmiddels haarfijn het verschil tussen verdriet en depressiviteit aanvoelen. Wanneer dat zware, onheilspellende gevoel van depressie verdwijnt, voelt dat als een bevrijding en kun je ook beter voor jezelf zorgen. Ik vind het soms lastig om grenzen te bewaken, maar merk dat ook dat beter gaat, zolang ik geen depressieve gevoelens heb. Hopelijk helpt dat om een volgende depressie te voorkomen.’

Ik ben ik

‘Toen ik 16 was vertelde ik niets, wilde niet dat mensen negatieve dingen over mij dachten, dat anderen zouden oordelen, mij niet serieus zouden nemen. Ook speelt mee dat je dan nog zoekende bent naar wat je mankeert. Ook in het latere leven heb ik ervaren dat mensen soms denken te weten hoe ze je moeten helpen. Uit goede bedoelingen denken ze te weten wat je nodig hebt. Dat voelt verstikkend. Inmiddels ken ik mezelf goed, weet ik aardig wat ik nodig heb en ben van nature een beetje een einzelgänger. Ik durf nu mezelf te zijn en sta sterk in mijn schoenen. Ik ben ik en daar moeten jij en ik het mee doen. Dat klinkt stoer en zo voelt het lang niet altijd maar daar probeer ik wel bij te blijven. Ik vecht al tegen mijn depressies, dat is genoeg.’

‘Ik probeer altijd van kleine dingen te genieten. ‘

‘In een mindere periode isoleer ik mijzelf wat vaker. En ik accepteer dat sommige dingen niet gaan. Mensen zeggen wel eens: je moet juist wel naar buiten, juist wel naar dat feestje. Maar ik weet zelf dat sociale gebeurtenissen dan teveel zijn. Mijn nabije omgeving weet en accepteert dat. In zo’n periode vind ik het bijvoorbeeld heel fijn als de focus niet bij mij ligt, maar bij de ander. Mijn vriend of beste vriendinnen vertellen dan meer over hun werk en over henzelf. Ik kan in de ander nog steeds interesse tonen, ik hou van de verhalen en kan lachen om een grappige gebeurtenis. En gesprekken zijn zo veel lichter en voor mij niet meer verstikkend. Het geeft geen zin om steeds maar over die depressieve gevoelens te praten, daar gaan ze niet van weg. Ik probeer altijd – zelfs in de zwaarste periodes – van kleine dingen te genieten. Ik heb een heel waardevol en sterk sociaal vangnet van vrienden en familie om me heen. Dat koester ik.’

Opluchting

‘Als het iets beter gaat, dan kan ik zelf ook wel weer dingen oppakken. Ik heb in die elf jaar een overlevingsmechanisme opgebouwd waarmee ik kan functioneren. Wel merk ik dat het soms ingewikkeld blijft om grenzen aan te geven. Uit goede bedoelingen vullen mensen dingen voor je in.’

‘Als je dan je grens aangeeft, dan zijn ze soms een soort van beledigd. ‘We zijn er toch voor je?’ Ja, maar ik moet ook trouw aan mijzelf zijn. Soms stoot je mensen tegen het hoofd. Maar ik probeer nu wel duidelijk te zijn.’

‘En het sterkt ook mijn zelfvertrouwen.’

‘Wat ik zou willen zeggen tegen mensen een psychische kwetsbaarheid: sinds ik er open over ben krijg ik juist minder negatieve reacties. Vooral van mensen die je voorheen niet begrepen. Ze trokken eerder verkeerde conclusies. Bovendien voelde het voor mij als een grote opluchting om gewoon te kunnen zijn wie ik ben. En het sterkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik heb gemerkt dat mensen met psychische klachten vaak óók sterk zijn, juist door wat ze hebben meegemaakt.’

lees verder

  • Stigmatiseren doen we allemaal, soms ook onszelf. Het kan helpen om jezelf af en toe een spiegel voor te houden en om jezelf op te peppen. Bestel de gratis spiegelkaartjes.
  • Bijna de helft van de mensen met een psychische aandoening lijdt onder zelfstigma. Je denkt dat de heersende opvattingen over psychische aandoeningen waar zijn en je voelt je onzeker over jezelf of over wat je wel of niet kan. Het is goed om te weten of jij hier misschien ook last van hebt. Doe de zelfstigma-test.
  • Je hebt besloten open te willen zijn over je kwetsbaarheid. Maar hoe? Tips voor je gesprekken.
  • Lees ook de andere inspirerende verhalen.

 

Wil je het als eerste weten als er een nieuw verhaal online is? Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

6 reacties “‘Ik kan een leuk persoon zijn mét psychische klachten’

  1. Wat goed van je Annemiek om je verhaal zo bloot te geven! Ik lees ook heel goed dat je kracht belangrijk is geweest en dat je daardoor hebt bereikt wat je wilde bereiken, Chapeau! Ik weet uit eigen ervaring dat kracht een drijvende factor is, maar ook je eigen kennis over wat en hoe je je voelt. Sinds ik zelf na 18 jaar van therapieën en opnames er sinds dit jaar bovenop ben weet ik heel goed wie ik ben. In 2014 heb ik een boekje geschreven en is uitgegeven daardoor heb ik zoveel kracht gekregen dat het laatste stukje van mijn strijd iets makkelijker ging door het betere begrip van de mensen om mij heen.
    Heel veel kracht, liefde en succes met alles!

  2. Het is tegenwoordig een taboe om over je gevoel te hebben en vooral tegen vreemden. je wordt dan al snel in een hokje gestopt of krijgt een label stempel. Zo zeggen sommigen nobody loves you when you”re down and out. Ze willen leuke dingen horen en dat je vrolijk bent en dat je lacht. In een betere stemming komen met spabaden hotstonemassage of beauty arrangement of er een keertje uit, of een comedy bijwonen. Iets waar je energie en een goed gevoel van krijgt. Het klinkt zo simpel en misschien oppervlakkig. Dan zeggen sommigen het zit “m in de kleine dingen. Mensen die ziek zijn geweest weten er alles van. Hun innerlijke rijkdom zet je aan het denken. Alles moet mooi zijn en nog beter zijn dan de ander. Het individualisme in de samenleving en ieder voor zich en verdiepen zich niet in de diepere dingen des levens, dan dat alles mooi moet zijn en die schone schijn en imago en schijnpositivisme. Het wordt weggepoetst en willen het liever niet horen. Sommigen zijn bang om er zelf in meegesleept te worden of zoiets en willen er niets mee te maken hebben dan dat het op een ver van mijn bed show lijkt. Vroeger leek het veel eenvoudiger en het gevoel ergens bij te horen en zich begrepen voelen zonder stempels labels en hokjes stigma”s. Sommige aandoeningen hebben vaak de media gehaald en dit heeft tot gevolg gehad dat sommigen als leek een diagnose stelden en dat onervarenen er mee aan de haal zijn gegaan. Zoals bijv. Borderline. Borderline persoonlijkheidsstoornis heeft in het begin negentiger jaren veel stof doen opwaaien in de media en het stond niet goed bekend. het is soms zelfs zo dat mensen met Borderline gestigmatiseerd worden en gedemoniseerd en gelabeld vanwege hun onvoorspelbare wilde natuur. Hun pathos en de dramatiek en van goed naar slecht gaan. Het ene moment kunnen ze je ophemelen en op een voetstuk plaatsen maar als hun verlatingsangst wordt getriggerd kunnen ze de grond onder de voeten wel haten en dat noemen ze de devaluatiefase die vooraf gaat aan de lovebombingsfase dat is iemand idealiseren met superlatieven. Ook anorexia heeft veel media-aandacht gehad door beroemdheden die het zouden hebben en in de bladen afgebeeld stonden. Er is ook een ziekte angststoornis en het werd vroeger hypochondrie genoemd. Bang voor teken malaria mexicaanse griep en schildklieraandoeningen en de minst gerichte verschijnselen wordt van gedacht dat je iets ernstigs onder de leden hebt en dan ga dat opzoeken en er over lezen en dat maakt nog banger want dan haal je je van alles in het hoofd en allemaal spinselen. Sommigen zijn wat zwaarmoedig en bedrukt en als ik er lang bij verblijf dan slaat dat gevoel op mij over en dan kan dat mij een hele avond bezig houden. Afleiding zoeken in iets leuks doen of aan een ontspannen hobby doen en regelmaat rust en prikkels vermijden waarvan je denkt dat je daar last van zult hebben. Vroeger ging ik die prikkels niet uit de weg en was een people pleasende doormat die tegen alles ja zei en ook mensen van kwade wil kunnen hier misbruik van maken die bijna tot aan de kern van de ziel verrot zijn. Mensen die een kinky steamy hot wild passionative leven willen leiden en dat gaat te wild en is leven in de hoogste versnelling en dat veroorzaakt weer spanning. Ik dacht ik zoek de spanning toch niet op maar het is een gedragspatroon gewoontepatroon van dat het op de automatische piloot gaat. bepaalde verdedigingsmechanismen aanleren en op je zelf leren vertrouwen. . . . . . .

  3. Ik heb veel klachten gehoord over Riaggs en G.G.Z. ze zouden te algemeen zijn geen ervaring aanleg en interesse dan dan mensen meer als een nummer worden behandeld. Sommigen is paranoide schizofrenie aangepraat en willen voor je denken omdat ze denken dat iemand dat voor zich zelf niet kan. De samenleving stelt steeds mee hogere eisen en hoort van Burn out en diverse klachten. Er hoefde niet veel te gebeuren of je hoorde al Riagg hulp of G.G.Z. Alles is wel goed voor de hulp voor als men niet kan en wil praten. Op sociaal en maatschappelijk vlak hebben sommige artsen steken laten vallen. Ze durfden hun eigen kwetsbaarheden en onzekerheden niet onder ogen te zien. In de samenleving zien ze je vaak als zeurpiet en daar heb je de ook weer. het is wel een oppervlakkige benadering om alles weg te stoppen zodat het een taboe is. Vroeger zaten die instanties wat verborgen achter de bosjes en psychiatrische ziekenhuizen waren weggestopt in de bossen. Er rust soms nog steeds wel een taboe op dan dat een werkgever iemand met schizofrenie niet zo snel wil aannemen omdat ze bang zijn of niet weten wat het precies is. Iedere werkgever heeft het liefst gezonde mensen in dienst en daar hoort iemand met schizofrenie niet bij. In de ogen van die ander kun je niets meer van iemand die er zo negatief over denkt. Dan krijgt het meer van een stigma en label van dat men gedemoniseerd wordt en een label krijgt en dat is om moedeloos van te worden. Misschien komt er eens een doorbraak op dit gebied door werkgevers goed voor te lichten wat betreft hun achterhaalde kennis en vooroordelen. Volgens mij staat deze stichting hier voor dat mensen gezien worden en niet weggestopt worden. Familieleden die hun weglaten. Sommigen willen je alleen maar spreken uit ramptoerisme nieuwsgierigheid en voor de thrill en de chill en de sensatie als attractie bekijken zoals op een kermis omdat ze anders een saai leven leiden waar in niets gebeurd. Soms kun je niets zien aan de uitdrukking op iemands gezicht want dan kunnen ze het goed spelen. Sommigen menen het niet.

  4. Een omgeving waar je je zelf kunt zijn maar soms leek het er op maar dan meenden ze het niet. Op die manier ben je nogal wantrouwig geworden en laat je niet zo snel mee iemand dichterbij komen. Vooral high conflict people en mensen die op zoek zijn naar onrust en die de strijd zoeken. Nailed en jailed bij de hulpverlening of zeg maar pulpverlening. Het deed de meesten die ik hoorde nog minder met dat ze wel dagen in die negatieve sfeer verkeerden die zij verspreidden. Het leek wel een vieze vette enge sekte die hulp verlening of industrie. Het was L.S.D. opium en seks in de psychiatrie. De hulpverlener had ook een vrij huwelijk waar toegestaan was met meerderen te gaan. was belust op het uithoren van vieze verhalen bij clienten. Op die manier krijg je het idee dat ze een freak of weirdo van je willen maken waar ze achter de rug in een team om lachen en je neer zetten als karikatuur en belachelijk maken en parodieren achter je rug om. Je kreeg de indruk dat ze mensen als nummer behandelden. Interesse ervaring en aanleg en kennis die up to date is. Mensen die welmenend zijn en serieus met diepgang in de breedste zin van het woord en dat zij zich gesteund en gehoord voelen. Het waren puberale oppervlakkige ambitieuze therapeuten met perverse scoringsdrift zonder ervaring. Ze haalden informatie vandaan bij de universiteit Groningen om vervolgens wat er in stond je aan te praten met hersenspoeling en indoctrinatie net zoals een sekte, het is wat zij denken en als je er tegen in gaat dan krijg je een trap na. net zoals het maligne narcisme aantrekken en afstoten en beledigen en kwetsen en je dan weer opbeuren en het dan weer doen. Dit zijn toxische invloeden die je op die manier opdoet. Net zoals bij narcisme lovebombing ophemelen en op een voetstuk zetten en daarna devalueren en bij die devaluatiefase kun je niets goeds doen en alles is fout wat je zegt en doet en en dan de discard fase dat is iemand weggooien. Het kan zijn dat ze zelf iets hebben en je bent je zelf alleen maar aan het verdedigen. Ze denken dat je niet voor jezelf kunt denken. het is nog steeds die oude psychiatrie met dat mensen die daar te lang lopen het afvoerputje van de maatschappij vertegenwoordigen en dat is de rand van de samenleving. dat mensen die er goed aan verdienen anderen aan de grond willen brengen om zich goed te voelen. Ik dacht dat dit overcompensatie was en machtsstreven maar heeft meer met supply te maken wat het b cluster omvat en het narcisme spectrum. Er is een realitytest te doen bij de Universiteits kliniek en verder emotieherkenning en een psychopathy checklist van Robert O Hare en persoonlijkheidstest. mensen met een B cluster zijn erg wild en kunnen ook gevaarlijk zijn. Sommige partners hebben er in die relatie met iemand met een B cluster er een eind aan gemaakt want hun ziel en identiteit was gewoon opgegeten. In een sekte heb je elkaar nog maar dan ben je alleen en gehijacked geisoleerd. Je leeft afgesneden van de ziel en voelt je tot de kern van de ziel eenzaam en er kunnen ook dissociatieve verschijnselen optreden. je lichaam is er dan nog wel maar het zelf is verdwenen. Hoe kan iemand zo van zich zelf worden afgehaald en zal zich zelf weer moeten uitvinden vinden. No contact of zo weinig mogelijk en er geen verbinding mee zoeken en hun niet toelaten tot je leven. Ze spelen in op verlangens komen binnen op wonden of op mensen die wat eenzaam zijn en mensen die geen al te sterke grenzen stellen, en die te goed zijn en zich opofferen en die te goed zijn en te naief. Op je zelf leren vertrouwen en zelfzorg toepassen en zorgen dat er geen opening is waar ze doorheen kunnen. B clusters gaan mensen die sterke grenzen stellen uit de weg en vermijden deze. Op je intuitie moet je kunnen vertrouwen dat is je zesde zintuig of de kleine professor noemen ze het ook wel. Voelt het niet goed of het lijkt te mooi om waar te zijn dan is dat meestal ook zo. Meteen na de intuitie handelen want wat je daarna denkt dat kan van alles zijn. .

  5. Je moet er hart voor hebben en er mee begaan zijn als je er mee werkt als therapeut of psychiater maar dan hoor je wel eens dat ze hun afhankelijk houden en de vraag is dan kunnen ze er dan nog los van komen. dat mensen 10 jaar in behandeling waren en dat het hun niets hielp dan hun alleen maar aan het lijntje houden. Sommigen lijken overal wel een antwoord op te hebben om mee weg te komen. Ik zou volgens mijn familie pathetisch zijn en decadent en geen goede werkhouding hebben en geen contactuele eigenschappen hebben en impulsief zijn. Op den duur durfde je niets meer want dan was je weer impulslief. Het lijkt wel een histrionische persoonlijkheidsstoornis zo”n queen-bee met uitdagend taalgebruik en grensoverschrijdend aandachttrekkend gedrag. Een queen bee staat overal graag in de belangstelling en wil de aandacht graag op zich gevestigd zien. Ze zien er graag opvallend uit. Het lijkt alsof iedereen beter van je wil worden met vooroordelen van wat populair is en oppervlakkig dat als diagnose geven van wat er maar op lijkt. Zonder diepgang en oppervlakkig. je hebt er alleen maar negatieve sferen van opgedaan wat je geestesleven en gedachteleven beinvloedt en doen en laten. Iets persoonlijk opvatten wat neutraal is bedoeld. Het lijkt wel Borderline maar door dat al meteen te zeggen is te voorbarig. Op den duur zag je overal iets achter zelfs als het neutraal bedoeld leek te zijn. Volgens mij hebben ze mij in een negatieve gemoedstoestand gepraat. dat heb je bij sekten ook van dat ze denken dat er voor hun gedacht moet worden. Sekten zijn bijv. scientologykerk en satans kerk. Kwetsbare mensen en die wonden hebben en eenzaam zijn of voelen daar willen ze vat op krijgen en dat lijkt je wel wat om ergens bij te horen als je denkt ergens bij te willen horen maar die prijs moet betaald worden ten koste van je identiteit want die wordt afgebroken. Je hebt niets meer voor je zelf te zeggen. . Je wordt gebrainwashed en gehersenspoeld, indoctrinatie en het bewerken van je geest en beinvloeden van gedachteleven. Dit beinvloed je gedachteleven niet positief. Ik heb ook al een dark triad test gedaan. Ik hoop dat ik m”n recht krijg en dat B clusters geen enablers verdienen na misbruik en dat politie justitie en hulpverlening hun na misbruik nog enabelen en het mogelijk maken. Zoals na misbruik valse beschuldigingen uiten en daarna hun aangeven arresteren met dat het theater van het B cluster geloofd wordt door de politie. Bij de B cluster kun je in de devaluatiefase nergens meer veilig zijn. Je kunt eindigen op de motorkap na aangereden te zijn door iemand met een b cluster persoonlijkheid en je bespringen met een stiletto en laat je in het stof achter, en het kan zelfs gaan ten koste van je leven. Onderschat het B cluster niet en dat is niet om te demoniseren of te labelen maar het is bekend dat ze dit in een relatie niet overleefd hebben. Na misbruik nog vals beschuldigen en dingen waar aan men verknocht is af pakken. Mensen die het opnemen voor targets die zijn misbruikt in een relatie zijn helaas in de minderheid want ze nemen het meestal op voor de B clusters zonder te weten hoe hun metgezel er aan toe was. .

  6. Tio,
    Je schrijft een “intelligent” verhaal, doorspekt met woorden die ik moet opzoeken.
    Maar wat bedoel je?
    Ik komt je toevallig tegen op internet (ik woon niet in Nederland) en leg eens uit wat ik niet begrijp en dan in maximaal 10 (tien) woorden.
    Ser.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *