Anne. Zo heet ze. Op de vraag wie ze is, schiet ze in de lach: ‘Neee, dat is zo’n rotvraag!’ Ze is dol op Rotterdam waar ze samenwoont met Missy: de állerleukste kat op aarde. Ze is dichter, maar zegt zelf liever: ‘Ik schrijf poëzie.’ Wel zo goed dat ze tot de acht beste slammers van Nederland hoort, maar dit geheel terzijde natuurlijk. Ze houdt van de film, vindt koken fijn en speelt graag spelletjes met vriendinnen in de kroeg. Bovendien is ze ambassadeur voor Samen Sterk. In die rol maakt ze zich sterk voor destigma rond ernstige psychische aandoeningen (EPA’s) en persoonlijkheidsstoornissen.

Waarom ben je ambassadeur geworden?

‘Ik was al een tijd op zoek naar een manier om meer openheid te creëren rondom psychische aandoeningen. In het eerste geval vooral voor mezelf, omdat ik klaar was met mezelf alleen maar veroordelen om mijn problemen. Waar komt dat veroordelen vandaan? vroeg ik me af.’

Ik werd me ervan bewust dat ik eigenlijk nooit eerlijk durfde te zijn.

‘Toen werd ik me bewust van het feit dat ik eigenlijk nooit eerlijk durfde te zijn tegenover mijn omgeving. Over hoe het ging of wat ik voelde of wanneer ik boos was. Ik was bang. Door een beetje te zoeken op internet kwam ik uit op stigma en specifiek op Samen Sterk en toen heb ik me meteen aangemeld.’

EPA’s, persoonlijkheidsproblematiek, wat zijn dat?

‘Ik spreek nu even voor mezelf: in mijn geval gaat het om borderline en dwang. Het zit echt in – de naam zegt het al – mijn persoonlijkheid. Misschien wel versterkt door bepaalde gebeurtenissen uit mijn jeugd, maar niet één duidelijk voorval.’

‘Wat ik ook belangrijk vind om te vertellen is dat ernstige psychische aandoeningen en persoonlijkheidsstoornissen voor áltijd zijn en ontwrichtend op meerdere terreinen. Weer op mezelf betrekkend: ik kan er niet van herstellen, moet ermee leren leven. En ik heb er zowel last van tijdens mijn studie of werk als in contact met anderen én met mezelf. Daarnaast zijn externe factoren vaak een trigger. Dat betekent overigens niet dat al mijn gedrag voortkomt uit mijn stoornis, deels is dat ook gewoon hoe ik ben.’

Geef ’s een voorbeeld…

‘Stel het is slecht weer en ik had een bepaald plan dat nu compleet in duigen valt. Iedereen kan zich voorstellen dat je dan even chagrijnig bent. Ik ben echter zo van slag dat ik mijn bed niet eens meer uitkom. Soms vind ik zelfs mijn hele leven niet meer de moeite waard. Ik kan dan geen alternatief bedenken.’

Het voelt alsof ik constant hele moeilijke rekensommen moet maken.

‘Ander voorbeeld: je gaat boodschappen doen voor een bepaald gerecht. In de winkel blijkt dat twee cruciale ingrediënten er niet zijn. Wat doe jij dan? Waarschijnlijk baal je even en gaat over tot plan B: je maakt iets anders of stelt het uit. Ook dit is heel menselijk, iedereen snapt het. Maar in mijn hoofd is het ‘total error’: ik vergroot het enorm uit, raak in paniek, moet naar huis, rustig worden. Uiteindelijk kan ik mezelf dan ook dwingen tot een plan B. Het is alleen een veel langer en heftiger proces, dat buitenproportioneel veel extra energie kost. Het voelt alsof ik constant hele moeilijke rekensommen moet maken. Daarbij komt dat ik mezelf tegelijkertijd volkomen afwijs: waarom ben ik zo? Het gaat dus om menselijk gedrag (het is immers persoonlijkheid), dat bij mij extreem is: dat maakt het een stoornis.’

Waar heb jij het meeste stigma ervaren?

‘Bij ziekenhuis- en ambulancepersoneel. Soms moet ik gehecht worden als ik mezelf heb beschadigd. Daarbij ben ik echt bot behandeld. Blikken van: ‘Daar is ze weer…’ En teksten als: ‘Jij bent zeker zo’n borderliner.’ Of: ‘Waarom bel je niet vóórdat je gaat snijden?’ Dat is een beetje hetzelfde als tegen iemand die drugsverslaafd is zeggen: ‘Je moet geen heroïne spuiten.’

Geloof me: niemand beschadigt zichzelf voor de lol of om aandacht te vragen, ook al wordt dit vaak gedacht.

‘Ik noem dat geen zorg. Ik vind dat de troep opruimen terwijl ze mijn schaamtegevoel nog groter maken. Geloof me: niemand beschadigt zichzelf voor de lol of om aandacht te vragen, ook al wordt dit vaak gedacht. Het is soms de enige manier om – even – niets meer te voelen. Of om erger te voorkomen. Tegelijkertijd schaam ik me kapot. Daardoor durf ik vaak niet eens te bellen terwijl ik wel hulp nodig heb. Heb ik de moed dan eindelijk gevonden, dan wil ik iemand die gewoon een beetje aardig tegen me doet en zegt: ‘Kom maar, ik ga je helpen.’

Wat doe je als ambassadeur?

‘Ik geef vooral gastlessen aan studenten social work en verpleegkunde over stigma rondom persoonlijkheidsstoornissen en ernstige psychische aandoeningen. Ik geloof dat meer kennis over stigma onder zorgprofessionals en hulpverleners werkt. Zie mij niet als borderliner of dwangneuroot. Er is er niet één hetzelfde, het gaat niet voor niets over persoonlijkheid. Daarnaast schrijf en publiceer ik er veel over.’

Waarom rust er zoveel stigma op deze psychische kwetsbaarheden?

‘Kennisgebrek, denk ik. En deze problematiek krijgt weinig positieve aandacht. Dat is nodig om een ander beeld te krijgen van bijvoorbeeld iemand met borderline. Bekende associaties zijn: eng, gevaarlijk, hysterisch. Mensen zien littekens en suïcidaal gedrag. Dat ik ook hele andere kanten heb en daarnaast ook gewoon functioneer? Dat zien ze niet…

‘Ik denk dat bijvoorbeeld een tv-programma, zoals die er nu is rondom meiden met een eetstoornis, kan bijdragen aan een ander beeld. Het schetst een context en laat veel meer zien dan waar iemand last van heeft. Dat helpt.’

Hoe is het nu met de ‘dummie’?

‘Morgen start ik met een nieuwe baan! Heel leuk, maar ook super spannend… Na drie jaar ga ik weer in dienst, werk ik weer in een team en krijg ik verantwoordelijkheden. Mijn werkgever weet van mijn psychische kwetsbaarheid, dat is heel fijn.’

Dat ik eerlijk kon zijn, scheelt zo veel.

‘Ik schreef onlangs een blog ‘Re-integreren voor dummies’. Uit pure frustratie over waar ik bij solliciteren allemaal tegenaan liep: het was lastig en ik ervoer veel onbegrip. Niet eens zozeer stigma, maar mensen begrepen me gewoon niet. Het voelde alsof ik zat opgesloten in een soort jungle. Op deze blog kreeg ik veel positieve reacties. Die gaven me zelfvertrouwen om open te zijn in mijn sollicitatie: ik heb persoonlijkheidsproblematiek, maar ik kan ook veel. Ik heb in mijn sollicitatiebrief gezet wat de reden is van mijn WIA-uitkering. Ik mocht op gesprek komen en kreeg alleen de vraag wat ik nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen. Dat ik eerlijk kon zijn, scheelt zo veel. Dat je niet het idee hebt dat je een of andere bom mee naar binnen smokkelt.’

Wil je nog iets kwijt?

‘Ja… Beetje raar om te zeggen misschien, maar ik ben inmiddels zo ver dat ik bijna niet meer zonder mijn problematiek zou willen. Natuurlijk word ik soms gek van de honderdduizend gedachten in mijn hoofd. Of doodmoe van de hele dag door controleren of mijn voordeur op slot zit. Als ik me weer wat slechter voel, denk ik echt No way! Haal die stoornis uit me. Maar het heeft ook positieve kanten. Ik ken nu zoveel verschillende emoties en heb een hele rijke binnenwereld, die ik goed kan verwoorden. Daardoor ben ik opener geworden en ik merk dat dit vice versa werkt en leidt tot minder vooroordelen. Zonder persoonlijkheidsstoornis was ik niet deze Anne.’

verder lezen