Vertellen over je psychische aandoening kan moeilijk zijn. Maar openheid helpt zowel mensen met een psychische aandoening als hun familieleden en vrienden. Wanneer de omgeving weet wat er aan de hand is, oordelen ze vaak minder hard dan wanneer ze de achtergronden niet kennen. Daarbij kan het een opluchting zijn om je verhaal te doen.

Vertel je het wel of niet? Open zijn over je psychische aandoening vergt moed. De kans bestaat dat je negatieve of kwetsende reacties krijgt. Niet iedereen kan of durft dit aan. Hieronder staan vier manieren om met het dilemma om te gaan:

Mijden: je gaat bepaalde mensen en situaties actief uit de weg.
Geheimhouden: je mijdt niemand maar vertelt niets over je psychische aandoening.
Selectief bekendmaken: je vertelt het alleen aan mensen van wie je steun denkt te krijgen;
Bekendmaken: je deelt het met een brede groep mensen.

Geen van deze manieren is beter dan de andere. Elke benadering heeft zijn eigen voor- en nadelen. Je bekijkt zelf wat het beste bij je past. Dat hoeft niet eens overal gelijk te zijn.

Misschien vertel je het wel
op je werk, maar wil je
niet dat de buren het weten

Of omgekeerd. Steeds opnieuw moet je afwegen wat je wilt bereiken met openheid. En bedenken wat eventuele voor- en nadelen van je openheid kunnen zijn.

Voordelen

  • Je hoeft je geen zorgen meer te maken over het verbergen van je aandoening;
  • Anderen durven ook open tegen jou te zijn. Zo kun je mensen ontmoeten met vergelijkbare ervaringen;
  • In de toekomst is het makkelijker om hulp te vragen;
  • Je werkt mee aan het bestrijden van vooroordelen en taboes;
  • Openheid kan tot meer begrip leiden.

Nadelen en risico’s

Je kunt negatieve opmerkingen krijgen;
Mensen kunnen roddelen of je buitensluiten;
Je kan met discriminatie te maken krijgen.

Wat vertel je?

De belangrijkste richtlijn is altijd: bepaal zelf je wensen en grenzen. Je aandoening bepaalt niet wie je bent (ook al voelt dat soms wel zo, misschien). In jouw leven en behandeling speelt het een grote rol, maar zie en benoem ook de andere kanten. Wat voor persoon ben je? Waar ben je goed in? Welke mogelijkheden heb je? Welke rollen vervul je nog meer? Bijvoorbeeld die van buurman, partner, werknemer. Wanneer je daarop (ook) de aandacht richt, kun je beter omgaan met de gevolgen van stigma. Het maakt je sterker. Ook anderen krijgen een completer beeld van jou als mens. Zien meer dan iemand met een aandoening. Geef anderen handvatten: vertel wat je prettig vindt en wat niet, wat de ander kan doen. En heb er begrip voor dat zij het ‘ook’ niet weten.