‘Stigmatisering is erger dan de kwaal zelf’, is een veelgehoorde opmerking. Vooroordelen over en de houding naar mensen met een psychische aandoening hebben veel invloed op hun leven. Het zorgt ervoor dat zij bijvoorbeeld moeilijker vrienden maken, werk of een huis vinden. Het maakt een ‘normaal’ leven leiden een stuk ingewikkelder.

Uit schaamte en om vooroordelen en stigma voor te zijn, anticipeert iemand met een psychische aandoening hierop en trekt zich terug. Dit persoonlijke lijden veroorzaakt ook onnodige zorg- en maatschappelijke kosten.

Mensen zoeken minder
snel hulp uit angst voor
wat hun vrienden
en familie ervan vinden

Dat kan de aandoening verergeren en hun functioneren (nog meer) belemmeren. Herstel duurt vervolgens langer en kost meer. Ziekteverzuim, productieverlies en niet meedoen in de maatschappij kost miljarden.

Discriminatie

Vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie. Mensen en instanties benadelen je dan vanwege je psychische aandoening. Een gemeente vergoedt bijvoorbeeld taxivervoer voor mensen met een handicap, maar niet als die een psychische oorzaak heeft. Het komt ook voor dat je geen aanvullende zorgverzekering of hypotheek kunt afsluiten.

Zelfstigma

Ook iemand met een psychische aandoening kan stigmatiseren. Vaak onbewust. De onderliggende ideeën zijn doorgaans al ontstaan in de eigen opvoeding. Vooral mensen die op latere leeftijd een psychische aandoening ontwikkelen, krijgen te maken met hun eigen vooroordelen en schaamte. Hierdoor wachten ze soms te lang met hulp zoeken. Of komen in een isolement als ze niet met anderen over de problemen durven te praten. Lees daarover meer onder zelfstigma of test of jij last hebt van zelfstigma.