Stigmatisering van psychische aandoeningen is verweven in onze maatschappij. Mensen ervaren vooroordelen en soms discriminatie vanwege hun psychische aandoening. Onwetendheid, verkeerde informatievoorziening en soms ook schrikbeelden in de media versterken de vooroordelen.

Stigma, oftewel het negatieve label dat je opgeplakt krijgt, kan de impact van een psychische aandoening verergeren. Reden genoeg om het terug te dringen. Enkele misvattingen over mensen met een psychische aandoening. Met daaronder een toelichting hoe het echt zit.

Het komt weinig voor

Een op de vier mensen heeft een psychische aandoening. En 42,7% van de Nederlanders krijgt ooit in zijn of haar leven zelf te maken met psychische klachten. Angststoornissen, depressie en middelenmisbruik/verslaving komen het meeste voor.

Eigen schuld

Het idee dat mensen met een psychische aandoening eigenlijk gezonde mensen zijn die zich niet normaal ‘willen’ gedragen is diepgeworteld. Het is schrijnend om iemand zijn eigen aandoening aan te rekenen. Dat doen we ook niet met een gebroken been of diabetes.

Dom, zwakbegaafd of ontoerekeningsvatbaar

Een klein deel van de psychische aandoeningen gaat ten koste van verstandelijke vermogens. Het leeuwendeel van mensen met een psychische aandoening heeft een goed besef van zichzelf en zijn situatie, beschikking over al zijn verstandelijke vermogens en is normaal of bovengemiddeld intelligent.

Overlast

Mensen met een psychische aandoening komen in de media in beeld als ze door hun aandoening overlast veroorzaken. Toch zijn deze opvallende problemen niet representatief. Veel mensen met een psychische aandoening hebben een baan, doen het huishouden, voeden kinderen op, zijn actief in verenigingen, enzovoort. De psychische aandoening uit zich dan soms in de moeite die iemand moet doen om deze rollen te vervullen.

Tijdelijk iets

Soms wel. Ook kan iemand zo met de aandoening leren omgaan dat hij minder last ervaart. Het beloop van een chronische psychische aandoening kan nogal wisselend zijn. De omgeving denkt daardoor soms ten onrechte dat het een eenmalig iets is. In een betere periode lijkt het alsof alles achter de rug is. Ook de persoon zelf heeft er vaak moeite mee dat goede en slechte tijden elkaar opvolgen.

Negeren

Veel mensen denken dat psychische problemen zichzelf oproepen: hoe meer je er mee bezig gaat, hoe erger het wordt. En omgekeerd: als je het negeert, verdwijnt het ‘vanzelf’. Helaas werkt dat vaak averechts. Het gaat om echte aandoeningen, vaak nog vrij ernstige ook. Verwaarlozing leidt tot verergering, niet tot verbetering. Mensen met een psychische aandoening kunnen vaak goed functioneren in de maatschappij als ze passende hulp krijgen.

Er zijn toch medicijnen voor?

Medicijnen kunnen een psychische aandoening niet genezen. Ze ondervangen of verminderen een deel van de symptomen waarmee iemand mee kampt. De werking verschilt per aandoening en per persoon. Bij sommigen werkt geen enkel medicijn. Soms is iemand levenslang aangewezen op medicatie. Stoppen betekent dat de symptomen terugkomen.

Geen maatschappelijk nut

De meeste mensen met een psychische aandoening kunnen actief deelnemen aan de maatschappij. Ondanks eventuele beperkingen. Met voldoende steun functioneren ze vaak prima als partner, ouder, werknemer, buur, vrijwilliger of werkgever bijvoorbeeld.