Halverwege de basisschool wordt ze nauwelijks meer uitgenodigd voor feestjes. Ze wordt een eenzaam kind op school. Op de middelbare school gaat het niet veel beter. In sociaal en communicatief opzicht staat Birsen buiten spel. Hoewel ze vanaf 12 jaar in de hulpverlening zit, duurt het tot haar 21ste levensjaar: ze heeft autisme.

Stevig en zeer gedreven doorzetten levert haar het einddiploma van de hbo-opleiding Management, Economie en Recht op. Ze heeft juist deze opleiding gekozen omdat ze zich ‘dan niet zo heel erg sociaal’ hoeft te gedragen. In België volgt ze een opleiding tot zogenaamd autismespecialist. Hier leert ze hoe ze zichzelf moest presenteren en ze leert hoe ze beter met ‘die moeilijke aandoening’ kan omgaan.

Ze wil iedereen op het hart drukken om vooral niet op te geven.

Een jaar lang loopt elke sollicitatie mis. Ze denkt dat het door haar autisme komt. Ze is er ook in elk gesprek open over, want ‘ik kan niet liegen’. Totdat het lukt bij de gemeente Breda. Na een stage in
2008 wil men haar maar al te graag aan het werk zetten om het subsidiebeleid van de gemeente uit te voeren. Haar collega’s weten van haar psychische aandoening. In zes-en-een-half jaar groeit ze in haar functie: van administratief naar controle.

Ze wil iedereen op het hart drukken om vooral niet op te geven. Ze wil iedereen aanmoedigen om eerlijk en open te zijn, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Ze wil het wel uitschreeuwen tegenover
werkgevers: we kunnen echt wel iets als we het vertrouwen krijgen.

En de volgende stap? Ze wil een autoriteit worden in het domein van autisme en dan wil ze zoveel mogelijk mensen helpen om sterker te worden, werk te vinden en een goed leven te leiden. Ze heeft heel concrete plannen, maar daar wil ze pas iets over zeggen als ze ook gerealiseerd worden…

verder lezen

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief