“Als je op je werk open kunt zijn over je psychische aandoening, als je niets verborgen hoeft te houden, dan pas is er ook ruimte om je talenten optimaal te ontplooien, is mijn ervaring. Hoe je dit samen met je leidinggevende kunt bereiken, vertel ik in mijn boek 'Werken als een gek, dé handleiding voor werken met een psychische aandoening voor werkgevers en werknemers'.”

Aan het woord is ambassadeur Marieke. Tijdens het depressiegala op Blue Monday komt haar boek ‘Werken als een gek’ uit. Het boek is bedoeld voor  werkgevers én werknemers en bestaat naast haar eigen herstelverhaal vol met tips en handvatten om bespreekbaarheid op de werkplek te bevorderen.
*de winnaars van de boeken die door ons werden verloot zijn al getrokken. De prijswinnaars zijn via de mail benaderd. 

Portert Marieke Sweens

Beter met een groot geheim

Marieke vertelt: “Niets vertellen over je psychische kwetsbaarheid, was het advies van de therapeuten van het psychiatrisch ziekenhuis toen ik na anderhalf jaar dagbehandeling afscheid van hen nam. Het zou mijn carrièrekansen negatief beïnvloeden. En over die carrière gesproken: ik moest niet denken dat ik die weer op mijn oude niveau kon oppakken. Ik kon maar beter een makkelijke baan zoeken.
Beter was ik, dacht ik, en zo voelde ik me ook na een jarenlang gevecht met zware depressiviteit. Beter, en opgezadeld met een groot geheim.
Het was niet mijn werk waardoor ik enkele jaren later opnieuw depressief werd. Het was het geheim over mijn eerdere depressie dat ik met me meedroeg. De angst dat het door mijn collega’s ontdekt zou worden. De angst om daardoor op het werk op een zijspoor te belanden.

Geen raad

Mijn depressiviteit bleek samen te hangen met borderline en de diagnose borderline zette mijn wereld zodanig op zijn kop, dat ik mijn manager erover inlichtte. Terwijl het op mijn werk niet ongebruikelijk was dat collega’s hun ernstige ziektes soms tot in de meest intieme details deelden, wist mijn manager zich met mijn psychische aandoening geen raad.
En helaas geldt dat voor een heleboel managers.
Eén op zes werknemers heeft een psychische aandoening. Een heel groot deel daarvan loopt op zijn tenen om die aandoening te verbergen. Dat gaat niet alleen ten koste van de productiviteit, maar ook van talenten en werkplezier. En het helpt zeker niet mee aan het herstel.”

Omslag werken als een gek

Voorpublicatie uit het boek 'Werken als een gek'

Dit fragment kom uit het hoofdstuk 'Wat niet weet, wat niet deert'.

Mijn manager hoeft niet alles te weten

Mijn werk is gevestigd op verschillende locaties. Op één van die locaties kom ik graag, want het is er ruim, licht, vriendelijk, rustig en overzichtelijk. Alleen hangt er in het trappenhuis een groot glas-in-lood-achtig kunstwerk dat uit deels gebarsten glas bestaat. Een jeugdtrauma dat mijn leven nog altijd beïnvloedt, heeft van alles met kapot glas te maken. Gebroken glas vermijd ik liever: als het niet hoeft, zal ik waar dan ook niet langs een gebroken ruit lopen en dus loop ik er bij voorkeur ook op mijn werk niet pal langs.

Meer nog dan het overleg, de bijeenkomst of de afspraak waarvoor ik op die verder zo prettige locatie moet zijn, houdt het me bezig of ik met de trap langs het kunstwerk zal gaan of de lift zal pakken. Iedere keer dat ik in dat gebouw moet zijn, moet ik mezelf over angstgevoelens heen zetten. Bewust moet ik mijn verstand ver boven mijn gevoel plaatsen. Afhankelijk van mijn emotionele stabiliteit op dat moment, kost de voorbereiding op de confrontatie met het kunstwerk me soms meer energie dan de voorbereiding op mijn werkzaamheden.

Mijn manager hoeft niet te weten welke beelden het kunstwerk oproept. Dat is privé. Alleen als hij ernaar zou vragen en oprecht geïnteresseerd lijkt, zou ik er misschien iets over zeggen. Het gaat er ook niet zozeer om wát voor effect het kunstwerk op me heeft, maar dát het een effect heeft. Doordat ik me ervan bewust ben dat het een effect heeft, lukt het me om de invloed van mijn angst op mijn functioneren te beperken. Tenzij mijn spanningsniveau al door andere factoren veel te hoog is, of nog wordt. In dat geval kan iets als een kunstwerk in een trapgat, waaraan anderen waarschijnlijk voorbijlopen zonder het bewust op te merken, net de bekende druppel zijn waardoor ik verkeerd reageer in een discussie of een slordige fout ergens in maak. Mijn manager hoeft dat niet te begrijpen en ook zeker niet als excuus te aanvaarden. Maar het is wel prettig dat hij weet dat angstgevoelens door schijnbaar onbeduidende dingen getriggerd kunnen worden, en dat die gevoelens mijn functioneren zouden kunnen belemmeren. Net zoals mijn manager weet dat ik weleens last heb van migraine, en dan beter een dag thuis kan werken of helemaal niet kan werken.

Het boek bestellen? Dat kan hier.

“Als je op je werk open kunt zijn over je psychische aandoening, als je niets verborgen hoeft te houden, dan pas is er ook ruimte om je talenten optimaal te ontplooien, is mijn ervaring. Hoe je dit samen met je leidinggevende kunt bereiken, vertel ik in mijn boek ‘Werken als een gek, dé handleiding voor werken met een psychische aandoening voor werkgevers en werknemers’.”

Aan het woord is ambassadeur Marieke. Tijdens het depressiegala op Blue Monday komt haar boek ‘Werken als een gek’ uit. Het boek is bedoeld voor  werkgevers én werknemers en bestaat naast haar eigen herstelverhaal vol met tips en handvatten om bespreekbaarheid op de werkplek te bevorderen.
*de winnaars van de boeken die door ons werden verloot zijn al getrokken. De prijswinnaars zijn via de mail benaderd. 

Portert Marieke Sweens

Beter met een groot geheim

Marieke vertelt: “Niets vertellen over je psychische kwetsbaarheid, was het advies van de therapeuten van het psychiatrisch ziekenhuis toen ik na anderhalf jaar dagbehandeling afscheid van hen nam. Het zou mijn carrièrekansen negatief beïnvloeden. En over die carrière gesproken: ik moest niet denken dat ik die weer op mijn oude niveau kon oppakken. Ik kon maar beter een makkelijke baan zoeken.
Beter was ik, dacht ik, en zo voelde ik me ook na een jarenlang gevecht met zware depressiviteit. Beter, en opgezadeld met een groot geheim.
Het was niet mijn werk waardoor ik enkele jaren later opnieuw depressief werd. Het was het geheim over mijn eerdere depressie dat ik met me meedroeg. De angst dat het door mijn collega’s ontdekt zou worden. De angst om daardoor op het werk op een zijspoor te belanden.

Geen raad

Mijn depressiviteit bleek samen te hangen met borderline en de diagnose borderline zette mijn wereld zodanig op zijn kop, dat ik mijn manager erover inlichtte. Terwijl het op mijn werk niet ongebruikelijk was dat collega’s hun ernstige ziektes soms tot in de meest intieme details deelden, wist mijn manager zich met mijn psychische aandoening geen raad.
En helaas geldt dat voor een heleboel managers.
Eén op zes werknemers heeft een psychische aandoening. Een heel groot deel daarvan loopt op zijn tenen om die aandoening te verbergen. Dat gaat niet alleen ten koste van de productiviteit, maar ook van talenten en werkplezier. En het helpt zeker niet mee aan het herstel.”

Omslag werken als een gek

Voorpublicatie uit het boek ‘Werken als een gek’

Dit fragment kom uit het hoofdstuk ‘Wat niet weet, wat niet deert’.

Mijn manager hoeft niet alles te weten

Mijn werk is gevestigd op verschillende locaties. Op één van die locaties kom ik graag, want het is er ruim, licht, vriendelijk, rustig en overzichtelijk. Alleen hangt er in het trappenhuis een groot glas-in-lood-achtig kunstwerk dat uit deels gebarsten glas bestaat. Een jeugdtrauma dat mijn leven nog altijd beïnvloedt, heeft van alles met kapot glas te maken. Gebroken glas vermijd ik liever: als het niet hoeft, zal ik waar dan ook niet langs een gebroken ruit lopen en dus loop ik er bij voorkeur ook op mijn werk niet pal langs.

Meer nog dan het overleg, de bijeenkomst of de afspraak waarvoor ik op die verder zo prettige locatie moet zijn, houdt het me bezig of ik met de trap langs het kunstwerk zal gaan of de lift zal pakken. Iedere keer dat ik in dat gebouw moet zijn, moet ik mezelf over angstgevoelens heen zetten. Bewust moet ik mijn verstand ver boven mijn gevoel plaatsen. Afhankelijk van mijn emotionele stabiliteit op dat moment, kost de voorbereiding op de confrontatie met het kunstwerk me soms meer energie dan de voorbereiding op mijn werkzaamheden.

Mijn manager hoeft niet te weten welke beelden het kunstwerk oproept. Dat is privé. Alleen als hij ernaar zou vragen en oprecht geïnteresseerd lijkt, zou ik er misschien iets over zeggen. Het gaat er ook niet zozeer om wát voor effect het kunstwerk op me heeft, maar dát het een effect heeft. Doordat ik me ervan bewust ben dat het een effect heeft, lukt het me om de invloed van mijn angst op mijn functioneren te beperken. Tenzij mijn spanningsniveau al door andere factoren veel te hoog is, of nog wordt. In dat geval kan iets als een kunstwerk in een trapgat, waaraan anderen waarschijnlijk voorbijlopen zonder het bewust op te merken, net de bekende druppel zijn waardoor ik verkeerd reageer in een discussie of een slordige fout ergens in maak. Mijn manager hoeft dat niet te begrijpen en ook zeker niet als excuus te aanvaarden. Maar het is wel prettig dat hij weet dat angstgevoelens door schijnbaar onbeduidende dingen getriggerd kunnen worden, en dat die gevoelens mijn functioneren zouden kunnen belemmeren. Net zoals mijn manager weet dat ik weleens last heb van migraine, en dan beter een dag thuis kan werken of helemaal niet kan werken.

Het boek bestellen? Dat kan hier.